HIP HIP HOERA, HET IS OORLOG
In Hip hip hoera, het is oorlog verschijnt op een dorpsplein een heks die geen toekomst voorspelt, maar een waarheid vaststelt. Haar kreet — “Hip hip hoera, het is oorlog” — is geen provocatie, maar een diagnose. Ze wijst niet naar verre fronten of komende rampen, maar naar de grond onder de voeten van de dorpelingen: oorlog is geen plots begin, maar het resultaat van vergeten patronen.
De heks confronteert het dorp met zijn collectieve vluchtgedrag. Het verleden wordt “geschiedenis” genoemd om het onschadelijk te maken; herdenken vervangt begrijpen. Zij ontmaskert oorlog als een langzaam proces: ontstaan uit gemakzucht, uit het normaliseren van ongelijkheid, uit stilte die te lang voor vrede wordt verkocht. Een oude man die beweert “de oorlog meegemaakt te hebben” krijgt te horen dat hij enkel de explosie kende, niet het onderliggende patroon.
Het dorp reageert voorspelbaar: lachen, filmen, wegkijken, neutraliseren. De waarheid wordt herleid tot een incident, een performance, een misverstand. Maar na het zwijgen van de heks is het plein veranderd. Er is iets gezegd dat niet meer kan worden teruggenomen.
Het verhaal eindigt met een onderhuidse beweging: de aarde zelf lijkt te reageren. De boodschap is onontkoombaar — oorlog is geen uitzondering in de geschiedenis, maar een terugkerende consequentie van collectieve ontkenning. “Hip hip hoera” is geen feestkreet, maar het moment waarop doen alsof ophoudt.
Lees Meer





