Nu heb ik zeker geen dromen meer, Willem!


Idd Joeri.

Willem ging me komen afhalen aan het station.
Hij was er zelfs een beetje op verheugd. Leuk, had hij gezegd.
Het voelde goed … Ik voelde me goed.

Nu ben ik zinnens toch naar datzelfde station te gaan.
Niet eens symbolisch ofte uit een vorm van respect,
gewoon zomaar. Het pad volgend welke ons tot elkaar leidde.

Dezelfde weg welke me dat goede gevoel bezorgde,
want wat is verlies in materiële vorm
als de rijkdom van zijn kunst met mij gedeeld is.
Graag gedeeld is zelfs.

We waren niet eens vrienden,
vriendschap is immers onbestaand.
Er was slechts een kennismaking geweest,
een samenkomst van overtuiging vol goede wil.

Vandaar,
ik heb nu zeker geen dromen meer.
Wel voorbeelden,
ploeterend in een eindeloze poel van respect.

Maar énfin, vanavond,
onderwijl zelfs,
ga ik in mijn tuin,
op de ladder staan.

Toch al iets dichterbij die sterren.
– Want daar ben je hé?

Jean Pascal Salomez

Nu heb ik zeker geen dromen meer