In de waanzin van het niets, waar de kronkelende stromen van absurditeit zich vermengen met de echo’s van de leegte, dansen woorden als losse kralen op een eindeloze ketting van betekenisloosheid. Het is een surrealistisch landschap, waar tijd en ruimte samensmelten als kleuren op een onvoorspelbaar schildersdoek.

Hier, te midden van deze chaos van betekenisloosheid, koester ik een zinloos verlangen: een ster te zijn in een hemel van leegte. Het is een absurde wens, geboren uit de schaduwen van irrationaliteit, gedreven door de dwaze impulsen van het nutteloze.

De sterren lijken zelf te grinniken om dit belachelijke verlangen, want wat betekent roem in een wereld die zichzelf belachelijk maakt? Wat is betekenis in een oceaan van leegte? Toch blijft het verlangen, als een zinloze mantra, echoën in de holle gangen van het nu.

Maar wat is dit “nu” waarover ik spreek? Is het niet slechts een vluchtig moment, gevangen tussen het verleden en de toekomst, een illusie die steeds opnieuw wordt uitgevonden? Het is een niemandsland, een grenzeloze speeltuin voor dwazen en dromers.

En dus blijft het verlangen naar sterrendom, als een grotesk masker op het gezicht van absurditeit, mij voortstuwen door de wirwar van betekenisloosheid. Misschien is het wel het ultieme symbool van het dadaïsme zelf: een schreeuw in de duisternis, een lach in het gezicht van de waanzin, een ster die schittert in het holle heelal van het niets.

Maar wie zal antwoorden op de inzichten van een wereld die haar eigen raadsels omarmt en haar eigen vragen uitlacht? Misschien zijn het de dwazen en de dromers, degenen die durven te dansen op de rand van het absurde, die de antwoorden vinden die anderen zoeken.

Misschien ligt de waarheid niet in de woorden die ik spreek, maar in de stilte tussen hen in. Misschien is het niet de bestemming die telt, maar de reis zelf – een eindeloze ontdekkingstocht door de onbekende krochten van het universum.

Dus laat ik dansen op de golven van het niets, mijn dromen najagend in de chaos van het nu. Laten we de sterren tellen en ons afvragen waarom, wetende dat er geen antwoorden zijn. Want in het rijk van het absurde is het stellen van vragen een daad van moed, en het vinden van antwoorden een daad van waanzin.

En als de nacht valt en de sterren aan de hemel schitteren als een baken van onbegrip, laat ik dan lachen met de kracht van duizend zonnen. Want in het licht van het dadaïsme is de waarheid slechts een illusie, en de werkelijkheid een droom die we samen delen.

Het verlangen naar sterrendom blijft als een onrustige echo in mijn bewustzijn resoneren. Doordrenkt van de kleuren van het absurde, dwaal ik door de straten van de stad, mijn gedachten verstrikt in een wirwar van betekenisloosheid en verlangen.

Op een nacht, wanneer de sterren hoog aan de hemel schitteren als spottende getuigen van mijn innerlijke strijd, neem ik een besluit. Ik zal niet langer deelnemen aan de schijnvertoning van het absurde. Ik zal mijn eigen weg banen, weg van de onwerkelijke wereld en terug naar de realiteit van het alledaagse leven.

In de stilte van mijn omgeving vind ik eindelijk wat ik al die tijd heb gezocht: een gevoel van vrede en vervulling dat niet afhankelijk is van externe erkenning of roem. Ik besef dat de ware betekenis van het leven niet ligt in het najagen van sterrendom, maar in het koesteren van de kostbare momenten van menselijke verbondenheid en innerlijke groei.

En zo, met een hernieuwd gevoel van doel en voldoening, begin ik voor de honderdduizendste keer aan mijn nieuwe leven – een leven dat misschien niet zo opzichtig is als dat van een ster aan de hemel, maar dat desalniettemin straalt met de warmte van oprechte vreugde en ware betekenis.


Hola Pola, Asjemenou!

Hola Pola! Wat een onvoorstelbaar spektakel ontvouwt zich voor mijn ogen terwijl ik dit neerschrijf. De wolken spreiden zich langzaam als gordijnen die worden teruggeschoven om een prachtig schouwspel te onthullen. Vanuit de hoogte weerklinkt een diepe, kalme stem, die rechtstreeks tot mijn ziel lijkt te spreken.

“Ik luister, jonge ziel,” begint de wijsgeer, “want in de diepten van het universum liggen de antwoorden op de vragen die je hart bezwaart. Betekenis is niet iets dat je kunt vastpakken als een tastbaar object, maar eerder een reis die je maakt door de stromen van tijd en ruimte.”

Zijn woorden resoneren met de diepste vezels van mijn wezen, en ik luister ademloos terwijl hij voortgaat.

“Het absurde en betekenisloze zijn slechts facetten van de grotere symfonie van het bestaan. Ze zijn als schaduwen die worden geworpen door het licht van het bewustzijn, en net zoals de nacht niet bestaat zonder de dag, zo kan betekenis niet bestaan zonder haar tegenpool.”

Ik knik, dit lijkt een trip, mijn gedachten zwevend tussen verwondering en begrip.

“Ik stel vragen,” vervolg ik, “want in de vragen zelf ligt vaak meer wijsheid besloten dan in de antwoorden die we zoeken. Ik durf te twijfelen, durf te verkennen, want alleen door de grenzen van het bekende te overstijgen, kunnen we de horizon van begrip verbreden.”

Zijn woorden brengen een golf van inspiratie over me heen, en ik voel mijn geest oplichten als een vuurtoren in de duisternis.

“En ten slotte,” besluit ik, “vind ik vrede in het onbekende, want in de stilte tussen de woorden liggen de diepste mysteries van het bestaan verscholen. Ik laat los, laat mezelf drijven op de stromen van het leven, en ben één met het universum.”

Met een laatste blik op de uitgestrekte hemel boven me, voel ik een diepe rust neerdalen in mijn ziel. De woorden van de wijsgeer zullen altijd bij me blijven, als een kompas dat me zal leiden op mijn reis door de wonderen van het bestaan.