In schaduwen van ontmoetingen, alledaags en fijn,
Daar doemt het psychisch leed, een grimmig refrein.
De dag start met een lach, een grijns verborgen.
Doch zijn woorden, als dolken, mijn zelfvertrouwen verborgen.

Op werk, een schaduw van vergelijking blijft zweven,
Elk woord als een zweepslag, mijn hart doet beven.
Thuis, een digitale tiran spreekt, zonder genade,
Venijnige woorden, mijn ziel achterlatend met schade.

Familiebijeenkomsten, een giftige fluistering,
Verpakt in zorgzaamheid, doch vlijmscherpe tinteling.
Op straat, ogen priemen als scherpe zwaarden,
Ik voel me alleen, door kritiek verwarden.

De zelfingenomen ziener, met oordelen als bliksem,
Zijn veroordelingen, als mokerslagen, me raken en verzwakken.
Doch mijn grootste vijand, de saboteur in mijn geest,
Echo’s van imperfecties, een eindeloos feest.

Psychisch leed is als een schaduw, onzichtbaar en koud,
Een epidemie, een last die op onze schouders vertrouwt.
Onthul de maskers, ontmasker dit onzichtbare lijden,
Laten we streven naar een wereld, met begrip en medelijden.

Binnen de dans van interactie, bewust of in de mist,
Kunnen we onbewust leed veroorzaken, niet te missen op de lijst.
Van subtiele kwetsuren tot manipulatief gerucht,
In onze psyche verscholen, in ons onbewust gehucht.

Deze gedragingen, manifestaties van diepere pijn,
Onopgeloste conflicten, in het duister zijn zij schijn.
Een psychoanalyse, onthult de diepere laag,
Om te begrijpen, voor persoonlijke groei, elke dag.

Dus laten we graven in onze geest, met moed en kracht,
Begrijp de onbewuste drijfveren, in het donker en de pracht.
Voor meer begrip, voor empathie, in onze menselijke band,
Een bewustzijn voor groei, voor een liefdevoller verband.

Deze reflectie is fictief, samengesteld uit vele klanken,
Maar de realiteit van dit leed, in vele harten blijven plakken.

Ceoq9270