Op de gedenkwaardige datum van 30 november 2003 bevond mijn ziel zich op een kruispunt, waar de harde realiteit van mijn daden me onontkoombaar omarmde. Voor de rechter in Brussel stond ik, omringd door de schaduwen van mijn gezin en de bezorgde ogen van Evy, wier lot innig verweven was met het mijne. Het was een dag doordrenkt van boetedoening, een confrontatie met de genadeloze erkenning van mijn falen.



Fouten maken binnen een overtuiging is als een onpeilbare afgrond waarin de ziel verdwaalt, verstrikt in de donkere kronkels van spijt. In die tijd bevond mijn gezin zich in een embryonale fase, een fragiele kiem van bestaan, en de relatie met Evy was nog een teer en ongevormd iets. Drie kinderen en een prille verhouding plaatsten ons in een arena van immense druk en onzekerheid. Waren we gereed voor deze beproevingen? Het antwoord is niet verloren gegaan in de echo’s van de tijd.

De feiten waarvoor ik verantwoording moest afleggen, waren als zwaarden die diep in mijn innerlijk staken, beschuldigingen van oplichting die als schaduwen uit het verleden opdoemden. Hoewel ik niet de bedenker was, accepteerde ik een contract waarvan ik wist dat het duister was. De zakenwereld, een labyrinth van ongeschreven regels, nam me gevangen in een web dat eerder mijn broer had verstrikt.

In juridische confrontaties ervaar ik vaak specifieke situaties en elementen die als stressvol worden beschouwd. Deze omvatten factoren zoals onzekerheid, sociale druk, angst voor veroordeling en de confrontatie met het onbekende. Het is opvallend hoe deze factoren niet alleen psychologische stress veroorzaken, maar ook meetbare neurobiologische reacties kunnen triggeren. Het proces is meer dan alleen mentaal belastend; het heeft ook een fysieke impact op mijn lichaam.

De onzekerheid die gepaard gaat met juridische procedures is een constante bron van stress. Niet weten hoe de situatie zal evolueren, wat de uitkomst zal zijn en welke gevolgen het kan hebben, creëert een voortdurende staat van alertheid. Dit heeft niet alleen invloed op mijn mentale welzijn, maar manifesteert zich ook in fysieke reacties zoals verhoogde hartslag en gespannen spieren.

De sociale druk, vooral in een gerechtelijke context, voegt een extra laag van stress toe. Het gevoel beoordeeld te worden, niet alleen door juridische professionals maar mogelijk ook door de samenleving, draagt bij aan de emotionele belasting. Het kan leiden tot zelftwijfel en de constante behoefte om aan bepaalde verwachtingen te voldoen, wat op zijn beurt stressreacties in mijn lichaam kan veroorzaken.

Angst voor veroordeling is een dominante factor. De gedachte dat mijn handelingen of woorden tegen mij kunnen worden gebruikt, versterkt de stress. Het nadenken over elke zin, elk detail, wordt een mentale gymnastiek die niet alleen uitputtend is, maar ook mijn zenuwstelsel beïnvloedt. Het is een voortdurende balans tussen het willen beschermen van mijn belangen en het vermijden van iets dat als belastend kan worden beschouwd.

De confrontatie met het onbekende, vaak onvermijdelijk in juridische procedures, voegt een andere dimensie van stress toe. Niet weten wat de tegenpartij zal presenteren of hoe een rechter zal oordelen, creëert een gevoel van machteloosheid. Dit gebrek aan controle activeert de vecht-of-vluchtreactie in mijn lichaam, wat zowel mentaal als fysiek uitputtend is.

Het begrijpen van deze stressfactoren als meetbare neurobiologische reacties werpt licht op de diepgaande impact van juridische confrontaties op mijn algehele welzijn. Het onderstreept de noodzaak van niet alleen psychologische ondersteuning, maar ook van strategieën om de fysieke repercussies van dergelijke stress te beheren. Het is een holistische benadering die erkent dat juridische strijd niet alleen in de rechtbank plaatsvindt, maar ook in het complexe web van de menselijke psyche en het lichaam.




Hier beschrijf ik mijn reflectie op de kennismaking met de gevangenisperiode. Het schrijven op zestigjarige leeftijd biedt de mogelijkheid om terug te kijken op een leven vol ervaringen en uitdagingen. Het specifieke jaar, negentien acht en negentig, markeert een keerpunt in mijn leven na een langdurige straf van dertien jaar. Dergelijke ervaringen kunnen diepgaande invloeden hebben op iemands levensvisie en persoonlijke ontwikkeling.

Reflectie op de Gevangenisperiode:

Mijn eerste kennismaking met de gevangenis voor volwassenen was een ware nachtmerrie. Op negentienjarige leeftijd had de rechter er genoeg van. Wat bijna een poging tot moord was, kreeg een andere naam. Het is te lang geleden om nog alle details te herinneren van deze droevige periode. Het verlies van mijn beide ouders had me naar de rand van de afgrond gedreven en zo ook naar de cel. Ik belandde in de gevangenis van Ieper, een onuitwisbare plek vol perverse en homoseksuele cipiers en ander tuig.

Knechten in een afgesloten ruimte met een sleutel in de hand van de deur waar ze je graag achter slot en grendel zetten. Naar het toilet gaan was al een belediging op zich. Overdag kon men vanaf zeven uur of zoiets, vroeg in elk geval, men werd gewekt om zes uur, en dan kon men naar het grote toilet gaan. Zittend op die pot met een kijkgat in de deur, waar iedereen zijn boodschap deed en waar hygiëne niet bestond, dat was heel wat.

Vanaf de eerste dag volgden de vernederingen elkaar op in dat zware gebouw met zijn gruwelijke verleden. Deze tijd heeft me veranderd en het kind dat ik ooit was laten sterven in zichzelf. Er werd een ander mens geboren, gevoed met ideeën van gevangenschap en onderdrukking en vooral veel eenzaamheid en psychisch lijden. De cipier sloot je op, en destijds werd niet gekeken naar mentaal welzijn in de gevangenissen. Het zou vele jaren duren eer ik tot andere inzichten zou komen. Ik moest in overlevingsmodus opereren om niet geheel onderdoor te gaan. Mijn gedachten werden kronkels van wirwar en droefheid vulde mijn hart.

Ik weet nog uit gesprekken met mensen van de sociale dienst dat ik vaak aankaartte dat er erge dingen konden gebeuren als dit lot me beschoren bleef. En zo gebeurde het dat ik in protest ging. Feiten binnen de muren speelden zich af. Ik zou mijn naam laten gelden. Confrontaties met gerechtelijke diensten eindigde ik met punt, komma en uit. Niks praten nog, want ik zat immers toch al vast. Zo gebeurde het dat mijn gedrag weinig beloond werd. Begreep ik toen de wet van karma, had mijn lot anders geweest.


In mijn reflectie op de juridische strijd in 2003 en mijn gevangeniservaring in 1998, komt de complexiteit van menselijke veerkracht en persoonlijke groei na diepgaande beproevingen naar voren. Mijn verhaal onthult niet alleen de psychologische stress en meetbare neurobiologische reacties tijdens juridische confrontaties, maar illustreert ook de diepe fysieke impact op mijn lichaam. Dit onderstreept de noodzaak van een holistische benadering, waarbij psychologische ondersteuning samengaat met strategieën voor het beheer van de fysieke repercussies van dergelijke stress.

Mijn beschrijving van de gevangenisperiode legt de duistere realiteit bloot van vernedering en ontberingen, waarbij ik mijn persoonlijke transformatie en groei benadruk te midden van eenzaamheid en psychisch lijden. Het verhaal benadrukt de noodzaak van hervormingen in gevangenissystemen, met specifieke aandacht voor mentaal welzijn.

In essentie biedt mijn getuigenis niet alleen inzicht in mijn persoonlijke strijd, maar werpt het ook een breder licht op de universele uitdagingen van het menselijk bestaan. Het illustreert mijn veerkracht, mijn vermogen tot reflectie en groei, en benadrukt het belang van empathie en begrip voor anderen die soortgelijke beproevingen doorgaan. Mijn verhaal getuigt van de diepgaande impact van juridische strijd en detentie op lichaam en geest, maar ook van de mogelijkheid tot hoop en herstel in de nasleep van dergelijke uitdagende ervaringen.

Punt, komma, uit.