Bio

Bedrogen werkelijkheden

Laatste update 20/04/2019 / 03.28 uur

beschrijven, verklaren en publiceren van variaties in de balans tussen relaties!

Sommige mensdieren hun relaties bieden absoluut geen garanties voor een verzekerde controle over de toekomst. Dergelijke relaties zijn nochtans uniek in hun mogelijkheden. Alleen, als de omstandigheden binnen bepaalde relaties danig verstoord, door omgevingsfactoren, zijn en blijven, er geen vrede is, dan worden de relaties weinig meer geëerd. Als de relaties in chaos zijn dan ontstaan weinig toegewijde schepseltjes die hun ware aard laten blijken. 

De onbewuste krachten die de onderlinge relaties verzieken zijn vaak te wijten aan persoonlijke ellende zoals afkeer, haat, woede! In sommige gevallen is egoïsme en hypocrisie de drijfveer van het kwaad.

 

Deze bio is tot stand gekomen na een leven vol wisselvalligheden. Om aan te tonen dat niets is wat het lijkt en ik sommige mensen uit mijn kring wel moet beschamen. Egoïstisch negatieve gevoelens als haat en rancune zoals ik die ervaar worden in mijn gezin niet getolereerd. Sommige mensen hun geaardheid is een regelrechte schande voor mijn onmiddellijke omgeving gebleken. De ervaringen met hun bemoeienissen waren altijd een zware last op mijn gezinsrelatie en het geluk werd danig op de proef gesteld. Daadwerkelijk resultaat gerichte oplossingen werden nooit naar voren geschoven waaruit ik persoonlijk besloot dat incest, slagen en verwondingen, laster, eerroof, oplichting, moedwillige nalatigheid, ontvreemding van persoonlijke goederen en dies meer de druppels waren die de emmer deed overlopen. In dergelijke gevallen kan ik als mens echt niet langer leven met bijvoorbeeld mijn familiale verleden en ik moet het hoe dan ook kwijt. De oorzaak daarvoor ligt voornamelijk in de voorgeschiedenis van mishandeling allerlei of altijd alleen hebben gezeten in complete eenzaamheid. Om maar meteen met de deur in huis te vallen, een mens valt in principe niet snel aan. Dus, resultaat gerichte haat zaaien en achteraf uitschuiven op achtergelaten stront, weinig dankbaarheid en genegenheid, no way. Vanaf nu is de visie zo. Sommige mensen zijn in mijn leven gekomen vanaf de dag van de geboorte en hoe ik ermee omgaat bepaal ik grotendeels zelf. 

Wraak nemen zou een natuurlijke reactie kunnen zijn ten gevolge van het onrecht wat me is aangedaan

Er lopen tenslotte ordes mensen rond met snode plannetjes in hun hoofd om wraak te nemen. Wraak schijnt een natuurlijke reactie te zijn die bij velen wordt opgeroepen als vergelding voor zogenaamd onrecht wat hun is aangedaan. Wraak nemen is in de meeste gevallen helaas nog steeds strafbaar, en het is niet altijd de oplossing moet ik toegeven, maar het voelt wel goed aan voor sommigen, schijnt het. Wie er middenin zit gaat wel heel anders denken. Zelf noem ik het een pre-dood ervaring. en een ultiem sein van je lichaam naar een constructiever en meer doelgericht leven. Een mooie vergelijking is het verhaal van de gekookte kikker.

Flikker je een kikker in een pan met warm water gooit springt ie er al heel gauw weer uit. Flikker je een kikker in een pan met koud water en warm je dit langzaam op dan blijft hij gewoon zitten tot hij dood gekookt is. De kikker realiseert zich niet dat de omstandigheden steeds nijpender aan het worden zijn. Met ene sprong zou hij zich nochtans kunnen redden, want, kikkers die kunnen goed springen. Waarom springt hij dan niet en waarom spelen wij soms voor kikker? Hebben wij mensen in nood soms ook niet door dat het water steeds warmer wordt, of de situatie.

Waarom blijven zitten met leed tot de situatie uit elkaar dreigt te spatten? Niet uit je bek lullen maar aan het probleem werken is het devies. Niet teveel over nadenken, en ook te lang door zeuren over het probleem geeft alleen maar een her-beleving van de pijn  en verdiept het trauma. De mens wil immers maar vier dingen : eten, slapen, schijten en neuken, en om dat te kunnen doen heeft diezelfde mens zielsrust nodig in een al even rustige omgeving.

Maar goed, iedereen heeft blijkbaar recht op een mening  Elke mening heeft ook wel een kern van waarheid. De voeler heeft gelijk als hij denkt dat je niet diep genoeg tot jezelf kan komen door er alleen maar over na te denken. De denker heeft ook gelijk wanneer hij gaat beweren dat je niet zomaar ongedocumenteerd op pad kan gaan. Je hebt absoluut baat bij een wel overwogen beslissing. En uiteraard heeft ook de doener het bij het rechte eind wanneer hij meent dat als je een weloverwogen levensplan hebt dat dreigt in de knel te komen, en je doet niks, er veel onverwachte wendingen kunnen optreden.

Zo geschiedde het

Op zestienjarige leeftijd, na veel teleurstellingen, werd ik aan de zelfkant van de maatschappij geplaatst omwille van omstandigheden die mijn jonge geest toentertijd niet konden bevatten. Het verlies van mijn beide ouders op zeer korte tijd. Het leven voorheen met mijn familie was ook al niet verbijsterend goed geweest. Mijn vader kreeg zijn lading medicijnen voorgeschreven, dat is wat ik er nog van weet, Doktersbezoeken en een mijmerend mens in een gestoelte gezeten, een pot koffie bij hem en een dikke vette sigaar die het huis onderdompelde in een grijze rook. Mijmerend en klagend elke dag weer, waarmee hij zijn humeur volop bot liet vieren  en me de dieperik in wenste. Moeder keek mij een aan met dezelfde vertwijfelende blik die me tot op heden nog steeds pijnigt. Daarbij bemerkte ik elke keer weer hoezeer ik verlangde naar aandacht die men mij gewoon niet meer kon geven. Ze waren reeds leeg en geplunderd van geest. Uitgezogen als het ware door het schenken van energie aan de kinderen die ze had moeten baren. Mijn geboortejaar is 1963 en ik ben de dertiende in lijn. Mogelijk is dat een verklaring voor het weinige geluk mij gegeven. Maar soit. Hulp op school en de lessen was er dusdanig ook niet want er was geen tijd voor bekommernis. Huiswerk wist ik me geen raad mee en thuis werd er niet naar omgezien dat ik wel wou maar de kans niet kreeg het te begrijpen daar niemand het me uitlegde. Ik revolteerde en dat resulteerde in vechtpartijen en andersoortig kleine criminaliteit. Gesterkt door het aantal broers en zusters op school was mijn carrière verzekerd. Mogelijk zal ik gedacht hebben wat de jeugd heden ten dage denkt wanneer er geen toekomstperspectief is.

Op latere leeftijd gekomen weet men uit eigen ervaringen en inzichten te besluiten dat het zo niet had gehoeven. De schuld daarvan ligt in de opvoeding. Geef ik grif toe. Ik heb ondertussen zelf drie kinderen en mocht ik mijn dierbaren met dergelijke waarden en normen opvoeden dan neme ik best gelijk een strop om me aan op te hangen. Het zij hun vergeven daar ik de tijdsgeest goed weet te begrijpen. Ze wisten van niet beter. Niet uit eigen keuze wel is waar.

Totaal verbijsterd nog van het gebeurde met mijn ouders die vroegtijdig het leven lieten kon ik mijn weg doorheen dit leven niet banen zoals het hoorde te zijn en het leek al gauw dat ik gedoemd was mijn leven in mineur te slijten. Dit verdriet kende ik niet. Wist er niet mee om te gaan. Die gevoelens waren nieuw voor mij. Mogelijk was ik te zeer in een omgeving opgegroeid waar weinig liefdevolle aandacht aan mij en mijn toekomst geschonken werd. Er werd met andere woorden weinig of niet in mijn toekomst geïnvesteerd. Geboren uit nood aan kindergeld en hopende te werken later. School en leren was niet belangrijk genoeg. En die liefde, die liefdevolle aandacht was er niet. Die heb ik nooit ervaren. Genegenheid of affectie was een onbekend fenomeen voor mij binnen het gezin die ik kende. Er is geen enkele herinnering verbonden aan mijn familieverleden waarvan ik meen te denken dat het vruchtbaar was naar de toekomst toe. Het was pas op twintig jarige leeftijd dat ik in aanraking kwam met uiting van liefde ten opzichte van mijn persoon. 

Daarmee bedoelende dat ik weinig of geen zelfstandigheid kende. En zo voel ik me ook al mijn ganse leven lang. Als een leeg omhulsel. Administratieve zaken regelen was me onbekend, en er was ook niemand die het dan wel regelde voor me. School was ook op een sisser uitgelopen van toen ik dertien was. Jeugdinstellingen waren me ten deel geweest en begeleiding of enige andere bekommernis was er helemaal niet. Thuiskomen en je weg vinden weer langs de straat. 

Nu ben ik ondertussen zelf op een leeftijd gekomen. Ik voel me een twintiger door de jaren die ik in opsluiting heb moeten doorbrengen. Leef graag met mijn drie tieners net of ik een leeftijdsgenoot van hun ben. De perfecte, alleenstaande, vader ben ik niet. Wel als ik mijn kinderen hoor. Hun lijken best tevreden. Om het kort te houden. De liefde die ik niet heb gekend en die ik door hun heb ontdekt schenk ik hun graag terug. Dat werkt wederzijds. Zo zou het broers en zussen ook moeten vergaan. 

Ouderlijke liefde, broeder liefde of zuster liefde heb ik dus effectief nooit gekend. Hun waren het die mij na de plotse dood van mijn ouders op een kille manier in de steek lieten en mij een leven op straat lieten slijten. Nu wil elk zijn eigen gemoedsrust behouden, en houdt ten stelligste vol dat we uit een zeer liefderijk nest komen. Ik beweer het tegen over gestelde. Er was geen ouderlijke liefde in ons gezin. We werden  verstoten, belogen, bedrogen en beledigt en van elke vorm van liefde onthouden. Er werd gevochten, meubilair verwoest, en erger nog, jonge ego’s geestelijk kapot gemaakt. Een knuffel heb ik bij mijn weten nooit mogen ontvangen van familieleden, broers of zusters. Tenzij op ongewenste wijze ergens verscholen in een kelderhoek. Liefde zoals een jongen van deze leeftijd hoorde te ervaren, in welke vorm dan ook, was me geheel onbekend. Materiële goederen werden toegestoken als typisch goedmakertje voor wat stiekem achter de schermen gebeurde.

Aangename herinneringen aan mijn jeugd zijn er weinig van. Onaangename des te meer. En opvallend is dat bij elke nare herinnering  er steeds de eenzaamheid is die overheerst. Het niet aangeboden krijgen van hulp in zeer urgente situaties. Iets wat men verwacht van naasten, hulp in nood. Met urgente situaties bedoelende seksuele ongewenste handelingen, slagen en verwondingen en het opzettelijk toebrengen van psychisch letsel.

Het niet verkrijgen van hulp in nood op zeer jonge leeftijd heeft mij als individu zwaar geestelijk letsel toe gebracht. Het leven kwam als het ware stil te staan. Zo heb ik het ervaren die merkwaardige vorm van heen en weer geslingerd worden tussen liefde. en haat. Sterker nog: het was zorgwekkend op deze jonge leeftijd te moeten vaststellen dat niemand van de broers of zusters bezorgd of verdrietig was over hetgeen hun broertje overkwam. Hun hulp en ondersteuning was extra hard nodig nadat ik op elf jarige leeftijd een eerste keer met gevoelens in aanraking kwam waar ik niet onmiddellijk mee om wist te gaan. Gevoelens waarvan ik wist dat de oorzaak en de oplossing binnen de familie aangelegenheden te vinden waren. Diezelfde gevoelens die ervoor zorgden dat ik schuil ging in de krochten van mijn ziel. Alleen er openlijk over praten was de grootste barrière die ik diende te nemen. Dat bleek niet mogelijk en zo geschiedde het dat ik op elfjarige leeftijd geheel verdwaasd en bebloed aan de armen langs straat liep. Het was de buurt die diensten inlichtte. Die brachten me naar een dokter, en diezelfde dokter bracht me naar huis terug. Daar aangekomen ging ik me verschuilen in mijn kamer. Diezelfde kamer waar de daad steeds weer gebeurde. Later, toen alles leek opgeklaard hernam ik het leven in huis en liet dit gebeuren in het verleden. Er was weer eens niemand die met me over mijn problemen had gepraat of het hoe of waarom van mijn wanhoopsdaad.  

Op naar de volgende afstraffing of hoe men het ook wenst te noemen. 

Het ligt me in het geheugen het betreffende gesprek met mijn vader en moeder en de dokter. Maar ik wist wel beter. Agressie in ons gezin was zeer algemeen voorkomend en bijna wekelijkse kost. Broers die hun agressie niet konden beheersen uit persoonlijke verslavingsproblematiek of frustraties begonnen steeds meer de overhand te nemen. Zusters die olie op het vuur gooiden. Onderwijl hulpeloos in een zetel gezeten vader die hatelijk toekijkt hoe die kinderen zijn leven vergald hadden. In een andere zetel gezeten moeder die zich geen raad meer weet maar ondanks alles het been stijf houd in het huishouden. In haar ogen merkbaar de weinige lust die ze nog kent om dit leven te behouden en voor haar kinderen te kunnen blijven zorgen. Enkele jaren later zou kanker van haar lichaam bezit nemen. De last was zwaar om dragen en die zou almaar zwaarder worden. Vader was ziek geworden en kende meerdere operaties allerlei. Later kwamen daar hartaanvallen bij, epilepsieaanvallen en andere ziektes.  Onderwijl groeiden veertien kinderen op die elk hun weg dienden te vinden in wat voor hun al een zeer harde en ruwe wereld was. Het niet converseren met elkaar. het willen heersen, en daadwerkelijk overheersen, resulterend in dwangmatige seksuele handelingen en agressiebuien, waarvan ik ene der slachtoffers was. Dat besefte ik pas op latere leeftijd. Van deze daden meen ik bewust dat mijn beide ouders wisten dat er zich achter de schermen taferelen begonnen af te spelen die niet gezond waren binnen een huishouden. Dat er niet ingegrepen werd kan ik nu nog steeds niet bevatten. Hoe graag ik het ook zou willen. Erover praten kon toen niet en nu nog niet. Elk familielid ging hun eigen weg en leeft zijn leven. Hoe het hun heden ten dage vergaat weet ik niet. Het boeit me ook niet. Mijn broers en zusters zijn nog enkel in de herinneringen terug te vinden welke hier beschreven staan. Met mijn kinderen praat ik enkel over hun als het weer eens moet. Ze zijn overbodig geworden. En zo behandel ik ze ook graag. Als overbodige stukje stront.

Verantwoordelijkheid wordt je ontnomen naarmate de last minder draaglijk wordt. 

Het lijkt een vreemde uitspraak. Doch dat is het niet. De last wordt je ontnomen uit zelfbehoud. Iets wat je doet om te overleven, om niet nog meer beschadigd te worden. Ik ervaar zelf ook in het huidige leven dat ik weleens afstand neem van mijn kinderen als het me allemaal teveel wordt. Stelt u zich dus voor hoe het moet zijn om veertien kinderen op te voeden die onderwijl allemaal aan het ontsporen zijn. Omdat als kind de vader wordt gemist tijdens deze opvoeding, is bij moeder ondertussen sprake van ernstig psychisch letsel, en voor mij als kind had het wegvallen van de vaderfiguur nadelige gevolgen voor de ontwikkeling en zelfvertrouwen. Met andere woorden: er was dus toch sprake van een ernstige aantasting van de persoon die ik op dat moment was en dit door situaties waarvan ik zelf geen controle kon uitoefenen daar ik een zeer jonge leeftijd had toen.

Heden ten dage zou men hulp in kunnen schakelen van bijvoorbeeld jeugdzorg. Dat was toen nog niet zo. De jeugdrechter was de enige persoon die daadwerkelijk beslissingen ten gronde kon nemen en die waren allesbehalve inschikkelijk wat het behoud van structuur binnen het gezin betreft. Wat ook gebeurde. Mijn eerste aanraking met de jeugdrechter was op dertienjarige leeftijd. De school waar ik toen zat had de diensten van de jeugdrechter ingeschakeld zonder eerst met mijn ouders te overleggen. Of er overleg geweest was al dan niet bleek toen mijn moeder zo ontstemd was dat ze de jeugdrechter te lijf ging. De feiten me ten laste gelegd op school waren eerder kwajongens streken. Iets wat een kwajongen nu eenmaal doet. 

Helaas brachten mijn kwajongensstreken ons gezin steeds meer in verlegenheid.  Dat mijn moeder, degene.was dit moment die voor mij in de verdediging ging. Het bracht me datzelfde moment bij zinnens dat ik in de fout was gegaan. Het deed haar verdriet. Een droom werd gebroken en dat moest ze maar weer eens ondergaan. Helaas was het kwaad geschiedt. Samen met vrienden waren we op ontdekkingstocht gegaan door het Passendale van toen. De familie D. was een gezin van hetzelfde allooi als het onze. Wanneer we samen op pad gingen beloofde dat meestal niet erg veel goeds. Integendeel. Tijdens onze avonturen samen kwam het nogal vaak tot botsingen met andere jongeren. Die lieten we steeds het onderspit delven door hun flink troef te geven. Maar deze keer wilden we blijkbaar wat anders. Fietsend van de markt naar de kaasmakerij stootten we op een plaats wat ons zeer aansprak. Het verkennen was een avontuur op zich waar we niet aan konden weerstaan. Een verlaten terrein met loodsen, een villa, en in die villa een kapot geslagen raam! Vooral dat laatste sprak ons aan. Dat ingeslagen raam, een ingang, naar wat mogelijk een nieuw kamp zou kunnen worden. Dat leek het ém helemaal en we zouden die kans ten volle benutten met zijn allen. De intrede werd gedaan en het kamp werd officieel. Dit zou ons terrein worden voor enkele maanden. Hier zouden wij onze uitvalsbasis kennen en heersen. En dat deden we ook. Op de spoorweg welke zich in de buurt bevond woonde een familie waar we het vaker mee aan de stok hadden. Vanuit ons kamp zouden we hun kunnen overzien en belagen indien gewenst. Het was steeds moeilijk om op hun terrein te komen daar ze afgelegen naast die verlaten spoorweg woonden. Eer je in hun buurt was hadden ze je opgemerkt en te grazen genomen. En wat wij in ons familie niet graag hadden was te grazen worden genomen. Dus moesten we ze soms eens afstraffen. Gewoon de kwestie van laten weten wie de baas was. En dat lukte aardig. We konden ze bij de lurven vatten bij geregelde tijden. Het kamp was dus een goede zaak. In den beginne was het gewoon een kamp. Toch, toen de tijd vorderde was dat niet meer zo. Het is algemeen geweten tot wat ontspoorde jongeren in staat zijn. Vernielingen werden aangericht en vroeg of laat zou het aan het licht komen dit alles. Dus werd het tijd om het kamp te verlaten. De periode van aan luchters hangen en frisbeeën met sjeik servies, achteraf voldaan in zetels gelegen de volgende daad bedenken was voorbij. We zouden de aftocht blazen na een laatste spelletje frisbee. Dat laatste spelletje eindigde helaas niet zoals gewenst. Een verdwaald stuk servies was aanbeland bij een aanpalend bedrijf. Dit recht door een raam van het kantoor. De gebroeders Lein waren niet tevreden met het stuk servies in hun bureauruimte en schakelden de politie in. Fietsend ervandoor dan maar. Niet beseffend dat we al langer gekend waren en ze ons naam al langer in hun hersenen gegrift hadden daar in dat kleine Passendale. De gemeenschap  lustte er geen kaas van want bleek ook nog eens dat de leegstaande villa het bezit was van de toen op dat moment huidige burgemeester. Hoewel we met zijn vieren waren was er nadat het aan het licht was gekomen een duidelijk kenmerk in het hele verhaal. Er was een rotte appel in het verhaal en dat bleek ik te zijn. De schuld van alles. De drie anderen stonden erbij en keken ernaar. Ik werd berecht en opgesloten en hun konden gewoon verder de maatschappij in en dit zonder meer. De schuldige aan de vernielingen en vele andere baldadigheden zat opgeborgen in het heropvoedingsgesticht te Ruiselede voor enkele maanden. De stempel die men hardhandig op mijn naam had geslagen was al reeds op de naam geslagen nadat de broers met gerechtelijke diensten in aanraking waren gekomen. Dit werd in het verhaal van de tegenpartij opgenomen en verhoord door de gerechtelijke instanties.

Het moet dus zwaar geweest zijn een leven met ons als kinderen.  Dat begrijp ik maar al te goed. Na een leven vol ellende wachtte mijn moeder een  uiterst pijnlijke en eenzame dood in een ziekenhuisbed te Roeselare. Hoewel ze overduidelijk geen gelukkig leven had gekend met vader was zijn verlies toch voor haar de doodsteek gebleken. De treurnis en de vele bekommernissen in het huishouden bespoedigden de kanker in haar lichaam. Een zestal maanden later besefte ik zelf ook dat het gezin gedoemd was tot ondergang. Ze gleed de afgrond in en liet het leven graag achter zich. Hoe hard dit ook mag klinken. Dit liet ze me persoonlijk merken in het ziekenhuis op haar sterfbed. Tijdens een innig treurig moment samen liet ze mijn hand los. Vroeg mijn familie me naar huis te brengen. Zelf ervoer ik dat als het grootste verlies wat me ooit overkomen is. Het moeten loslaten van de persoon die het meest gewenst is. Als een vertrappelde mier werd ik aan mijn lot overgelaten in een afgrond niet eens met de hel te vergelijken. Ik ging heen, in stilte, verlaten, en nam met me mee het verdriet, maar vooral de woede en de pijn, en de angst die overheerste. Mijn eigen moeder die me losliet en ik die zelfs begreep waarom. Het zelfde zelfbehoud als waar ik ook ooit mee in aanraking zou komen. Het moedwillig moeten loslaten simpel omdat er geen andere uitweg meer mogelijk was. 

Niemand was aan haar zijde toen moeder stierf.  

Het kleine sprankeltje liefde wat ik ooit mocht ervaren was van mijn moeder gekomen. En dat is vreemd want als de geliefde in dit geval enkel geliefd wordt louter en alleen omdat zij zou kunnen weggaan in de dood. Het is mogelijk een schande te noemen dat het zo weinig gevoel kende dit gegeven op dat moment. Al was zij in werkelijkheid tijdens haar leven met ons geen moment van haar liefdespost geweken. Die weinige gelukzalige momenten die ik mocht beleven samen met haar probeer ik te koesteren nog. Beseffende dat het heel erg moeilijk moet geweest zijn als moeder van veertien kinderen. 

Van mijn vroegere jeugd weet ik verder weinig nog. Net of alles is weggewist en door een ander programma is vervangen. Mijn vroegste herinneringen bevinden zich ergens binnen de levensfase van 7 jaar ongeveer. En wat ik me herinner is in niets te vergelijken met wat een ander kind van dezelfde leeftijd ervaart. 

2

En daar sta je dan, helemaal alleen op die klotewereld. Ondertussen was ik regelrecht met andersoortige criminaliteit in aanraking gekomen en was mijn lot bezegeld. Niemand van mijn broers of zussen keken nog naar me om en gevangenissen werden me ten deel. Detentie ervoer ik als barbaars en geen straf maar toch werd het me opgelegd en bracht me van kwaad naar erger. Afschrikking en bescherming van de samenleving kan een voornaam strafdoel blijken maar humaniteit is ook belangrijk. Detentie is geen oplossing en zal het nooit zijn zolang fouten maken menselijk is. Detentie voor een misdaad is geen oplossing. Detentie is slechts een veel te dure en weinig doelmatige oplossing als wraak actie ten gevolge van wrede genoegdoening voor mensen die zich laten leiden door foute gevoelens.

Ooit was ook ik dus wat men toen noemde, een slecht mens, een crimineel. 

Ik werd beoordeelt en veroordeelt, berecht en terechtgesteld. Alleen, nooit, maar dan ook nooit was er tijdens deze zeer langdurige detentieperiode een broer of zus die vroeg naar het hoe of waarom van mijn daden. Tot jaren later, na een  heel erg eenzame straf van 13 jaar, waarbij ik op geen enkele hulp van broers of zusters kon rekenen. Er bestond al veel onzekerheid en angst voor de periode na de vrijlating. De deuren openden zich en voor me uit was die maatschappij waarvan men zei dat het er goed leven is. Het verlies van mijn identiteit, het verlies van contact met broers, zusters, vrienden en de buitenwereld tijdens de jaren detentie zou me heel wat stress opleveren. 

Ondertussen zijn we jaren verder en weet ik al heel wat meer. Door jaren opsluiting tussen moordenaars, dieven, verkrachters en dergelijke meer heb ik in elk geval het inzicht gekregen dat dezen niet zo slecht waren. Dat de criminelen niet in de gevangenis zitten. Moordenaars hebben vaak een historie van emotioneel moe getergd zijn en handelen vanuit fatale beslissingen die dotterdood leiden. Dat soort mensen moet andere hulp. Dieven zijn heel erg vaak mensen die tot wanhoop gedreven worden omdat ze zich niet kunnen veroorloven wat die zogenaamde goede maatschappij hun voor ogen houd. Verkrachters, laat ik het daar maar niet over hebben. Kijk es TV en voel dan es in je kruis. De normen, waarden, wetten en gebruiken binnen onze samenleving geven niemand het recht om een medemens zo te behandelen. Dat dergelijke gruwelijke ideeën een verzamelplaats krijgen waar jullie hypocrieten hun frustraties kwijt kunnen is een ander verhaal. 

Jaarlijks stromen er duizenden gedetineerden uit een penitentiaire inrichting en keren terug in de maatschappij. Net als ik, alleen en verlaten en niet wetend welke kant uit. Wat er vervolgens met hen gebeurt, komt nauwelijks aan de orde. Hoe het verder gaat met veroordeelden die hun straf hebben uitgezeten? Helaas niet altijd goed, blijkt uit onderzoek. De ex-gedetineerde krijgt tijdens of na de detentieperiode vaak te maken met sociale obstakels als schuld- en schaamtegevoelens, isolement en gebrekkige sociale, communicatieve en financiële vaardigheden. Psychische problemen ontstaan door de uitzichtloosheid van de situatie en het verlies van contact met de familie, maatschappij en toenemende eenzaamheid. Ook zijn zij vaak slachtoffer van vooroordelen waardoor de toegankelijkheid van instanties zeer beperkt wordt. Ex-gedetineerden zijn vaak niet langer gewend om voor hun rechten op te komen, of weten niet meer wat hun rechten zijn of hoe deze geldend te maken. Vaak brengen zij hierdoor veel tijd in eenzaamheid door en dat resulteert tot negatief gedachtegoed die de maatschappij niet ten goede komt.

Eenzaamheid en stilte leiden niet altijd tot bezinning en berouw. Tijdens deze detentieperiodes zijn we als familie steeds meer van elkaar gaan vervreemden. Broers kende ik enkel en alleen nog van toen we samen in de cel zaten en alzo elkaars bescherming konden genieten. Profijtelijk buitte de een de ander uit net zoals het altijd geweest was. Tot de dag de poorten voor ene van hun geopend werd en ze me weer aan mijn lot overlieten. De vele woorden ten bate.

Sinds de aanslagen in Europa hebben regeringen, van vele landen, tal van discriminerende administratieve maatregelen genomen om bijvoorbeeld terreurdaden en andere zware criminaliteit te vermijden. Mensen met een gerechtelijk verleden hun re-integratie werd door deze resem nog maar eens moeilijker, en de vraag is of er ooit wel genoeg flexibiliteit geweest is. De finish van de boetedoening blijkt nog maar eens de start te zijn van recht ofte onrecht die wordt ingezet om mensen van het alledaagse leven uit te sluiten. De juridische gedaantes, die van schuld en boete, krijgen meer en meer iets krampachtig, en blijken ondeskundige praktijken uit het alledaags leven waarop het zogenaamde recht géén grip heeft.

Re-integratie moet de mensen in staat stellen om opnieuw te beginnen, maar dan wel met een schone lei. De rechterlijke macht leunt veel te dicht aan tegen de plicht onrecht uit het verleden voortdurend te blijven beslechten. Onrecht uit het verleden niet vergeten, maar juist levend houden, en de daaruit voortvloeiende gevolgen, telkens opnieuw doen gelden, leidt tot eindeloos permanent slachtofferschap.

Die zogenaamde gerechtigheid is niet opgewassen tegen onrecht welke in het verleden is aangericht, en al zeker niet wanneer zij de mens in kwestie mogelijkheden tot toekomstperspectief ontneemt, positieve transformatie negeert.

Maar goed, wat bezielde mij. Na die jaren van opsluiting ben ik heel hard aan het werk gegaan. Ik sleepte een zwaar verleden met mij mee. Toch wist ik dat ik nog genoeg krachten kon opbrengen om mijn leven weer overnieuw te beginnen. Alleen, ik miste iets, of iemand, om van te houden. Iets of iemand welke men lief kon hebben en waarvan men wist dat ze steeds aan je zijde zou staan. Je zou steunen tijdens kwalijke momenten. Ik heb gehuild in mijn bed omdat ik geen familie of gezinsleven had. Lag nachtenlang wakker te piekeren over het hoe en waarom. Ontmoette toen een blonde vrouw. Kreeg kindjes, verloor meer kindjes. Het duurde acht jaar al dit samen. Binnen deze periode heb ik nog eens meer verdriet gekend dan wanneer ik opgesloten zat in de dertien gevangenissen waarin men mij onder had gebracht. De eerste week dat ik haar kende gaf ik haar ruim voldoende geld en de mededeling dat mijn flat ook de hare was. De tweede dag belde ze mij dat ze mij miste en op den dool was. Ik vond het te begrijpen en merkte niet dat haar zinsverbijstering te maken had met het innemen van heroïne. Liet haar zelfs aan boord komen en liet haar als Matroos tewerkstellen bij de Verenigde Tankrederij. Samen varen op de Vessem leek mij het einde te zijn. Tot we boodschappen nodig hadden en het vrouwtje de wal op moest. Gedrogeerd terug kwam en deed of het niet eens zo was.

Al goed, het was een probleem. Maar ik had ooit zoveel problemen gekend dat ik besloot de slachtofferrol op mij te nemen en haar te helpen. Tenminste, dat dacht ik. Of, ik was het eendenkuiken dat achter de moeder aanloopt wanneer het uit het ei komt. Ik kocht een bootje en scheidde ons af van de buitenwereld. Het was het einde, leek het mij. We lagen enkele weekjes voor anker en er leek mij geen probleem. Of, ik wou het probleem mogelijk niet zien. Tot die dag dat ze sprak. Ze zei niet hoeveel ze om mij gaf, wel dat ze geen spul meer had en het jammer vond dat ze net mij dat verdriet aandeed. Ik wist niet wat mij overkwam en even leek het mij of ik in een roes van vertwijfeling terecht kwam. Waarom ik, 13 jaar achter de rug en vooral veel angst om weer te falen. Ik wist dat de mensheid hard kon zijn. Mijn familie leek mij al te hebben verlaten. Niet dat de mens zo hard kon zijn en je tegelijkertijd in je kont kon neuken. Want dat was wat dat zogenaamde lieve vrouwtje deed. 

Als iemand uit je directe omgeving drugs gaat gebruiken, gaat er meestal heel veel aandacht naar hem of haar. Deze heeft een probleem en moet geholpen worden. En dat proberen familieleden, vrienden of hulpverleners dan ook. Alleen de mijne niet. Vaak falen de hulpverlenende instanties en men verliest daarbij wel eens uit het oog dat ook de onmiddellijke omgeving steun kan gebruiken. Dat er ook gezinnen zijn die geen steun hebben van familieleden of vrienden. Die de bijkomende last dienen te dragen beschuldigd te worden te zwak te handelen in deze persoonlijke kwesties. Ik leed onder de situatie welke iemand uit mijn onmiddellijke omgeving teweeg bracht. Iemand waar ik nota bene mijn hart en ziel aan verkocht had. Drugmisbruik komt spijtig genoeg in veel gezinnen voor. Een op de tien kinderen heeft een persoon in zijn directe omgeving die ermee te maken heeft. Het kan elk overkomen en is geen bewuste keuze.

Als iemand met een drugprobleem worstelt in je nabije omgeving, word je vaak heen en weer geslingerd tussen allerlei soorten van gevoelens en machteloosheid gaat overheersen. In deze kwestie werd het probleem zwaar onderschat. Iedereen beleeft uiteraard een dergelijke situatie op zijn of haar manier: voelt verdriet, boosheid, angst, schuld of schaamte, of al deze gevoelens door elkaar, dat kan.

Het allerbelangrijkste wat ik kon doen was er niet mee blijven zitten. 

Praten over gevoelens kan in dergelijke situaties echt helpen en vaak leiden tot een beslissende factor. Helaas was er in mijn onmiddellijke omgeving niemand beschikbaar om mee te praten: een broer of zus, vrienden of andere kennissen. Die waren er simpelweg niet voor mij. Een geliefde tante of oma ook al niet. Niemand was er voor me. Ik probeerde hard om daarbuiten iemand te vinden die het vertrouwen waard was: een beste vriend of vriendin waar ik me goed bij voelde.

Instanties heen gaan moest ik niet doen. Ik wist uit ervaring op te moeten letten voor het zogenaamde professionalisme waar instanties mee naar voren dreigen te komen. De kennis van het mensbeeld ontbreekt vaak en dusdanig kennen deze, vrijwillige hulpverleners, geen inzicht in de daadwerkelijke problematieke wetmatigheden van de gebruiker zijn levensloop. Deze zogenaamde psycho – sociale hulpverleners plaatsen de crises van de gebruiker in een veralgemeend perspectief en vergeten daarbij het biografische aspect. Het centrum algemeen welzijnswerk, hier in België, staat op een heel erg laag niveau en werkt zeer onafhankelijk en eigenzinnig. Heel vaak nemen deze een beschermende houding aan jegens de gebruiker en daarmee ben je als slachtoffer niet gebaat, eerder geschaad.

Na al deze shit, die jaren duurde, en al de rest, was dit de tijd in mijn leven waarin ik mij de fundamentele oneerlijkheid van mijn familie het hardst aantrok. Het deksel leek van de beerput afgerukt en de vele shit vloog al gauw in het rond. Ik wil nog steeds niet worden wat ik nooit ben geweest ten opzichte van mijn familie en relaties: boos, achterdochtig. 

Mijn leven slijt zich ondertussen verder en hoop op een betere toekomst is in zicht. Daar werkte ik altijd al hard aan. Schrikbeelden uit het verleden zullen me altijd wel blijven achtervolgen en me elke kans op een beter bestaan proberen te ontnemen. Omwille het welzijn van mijn kinderen en mezelf en een hartsvriendin zeg ik elke familierelatie een halt toe. Deze ervaringen met mensen van mijn eigen bloed zijn weerzinwekkend geweest en hebben me danig schrik aangejaagd dat ik blij mag zijn dat er heden ten dage nog  iemand aan mijn zijde staat. 

Sinds mijn hernieuwde omgang met de familie wandelde ik alle emoties langs. Want ” jullie ” die steeds gewetenloos mijn leven ondermijnen met afgunst, dat is de hardnekkigste pijn. Op het moment suprême ben ik de mens alleen, wordt danig door het slijk gesleurd, en kan bewijzen de gaven en de vruchten van de geest te bezitten, ertegen opgewassen te zijn.

Dus, ik wens ” jullie ” alle geluk toe, maar in men hart rijpt het plan om deze kinderlijke hoogmoed voor eens en altijd ten gronde te richten. De driften in me aanwezig solliciteren vrijwillig naar de heldenrol. De wisselvallige werking jaagt me van de hoogste hoogten tot in de diepste dalen. Zoals de gedreven jaloezie tot aan de hoogste verwerkelijking in staat is een zelfbedrog op te roepen, die de schijn van adeldom om zich heen spreidt, zo zou mijn toorn ervaren kunnen worden en dit in zoverre dat ik deze boze macht zal pogen te overwinnen.

Ik voel nu nog steeds de nijd, de onmacht, de ontgoocheling.

Zodoende zou dit demasqué wel eens een heel erg zware ontgoocheling kunnen worden voor de omringende soortgenoten, die het zonder meer zouden moeten aanzien. De jaloezie van deze rotte mispels is net zo giftig en alles verziekend. De drift is aanvallend, impulsief, een vernietigende kracht, die kort en hevig loeit. De eenling die ik nu ben zou zich weleens als een horde beweeglijke machten op deze krachten kunnen storten en beroven. Op de wangen tranen nalaten, in het hart verdriet, in de hersens littekens. Alles in de nabije omgang dreigt door mijn schaduw te worden bevangen, zelfs wanneer de zon erop schijnt. Met het openen van de kerkhofpoort en  jullie  een kijkje in de hel te laten nemen, dan pas zou ik leven. Ik weet wat die heldenrol inhoudt en met deze wijsheid hoop ik niet in de mislukkingen van de zonde te vervallen. Ik ben resoluut. Iemand met een eigen geschiedenis, noden en wensen, die verlangt in zijn waardigheid erkend te worden. Dat ik in staat ben binnen te treden in het standpunt van ” jullie ” openbaart mijn waardigheid. Helaas is dat niet wederzijds.  Het klinkt simpel. Ik wil niet koppig volharden in een negatief beeld. Helaas is het wel wat gecompliceerder dan het klinkt. En te begrijpen naar mijn mening. En nogmaals. Afgunst en vuilspuiterij, tot in het ziekelijke toe, onrecht, laster, jaloezie en zinloos geweld hoef ik niet in mijn omgeving te dulden.

Tijdens de momenten dat ik alleen was schreef ik onderstaand kortverhaal en geld als voorbeeld, als waarschuwing ook. en dit voor elk kind dat onrecht of leed word, of werd, aangedaan voortkomend uit een omgeving welke geleid wordt door drugsgebruik. In deze doe ik een poging me te verplaatsen in de gedachtewereld van het kind. Voortgaande op wat het kind zelve me vertelde die duistere momenten.

Mijn naam is Donovan en ik ben haast vier jaar. Zelf vindt ik dat ik al een behoorlijk flinke jongen ben. Zelfs al wat recht op eigen mening ken. Dit ook in het geval van wat de situatie met mijn Papa en Mama betreft. Mijn Papa en Mama die wonen al een tijdje niet meer bij elkaar. Ergens is er iets geweest tussen hun wat nu betwist wordt door buitenstaanders. Advocaten of zoiets, rechters.

Ik weet nog goed, Mama werd meegenomen door een politiewagen. Ik huilde en werd getroost door mijn Papa. Waarom Mama zo deed weet ik eigenlijk niet te begrijpen. Sindsdien zag ik haar niet meer terug. Vaak dacht ik aan haar en heel eventjes vroeg ik Papa waar Mama wel heen kon zijn. Ik zag dat Papa dan huilde en dat ie het er dan met mij over had dat alles wel ooit weer goed zou komen. Maar Mama, die zag ik nooit weer. Mama kwam gewoon niet meer. Tot, plots, op een dag, aan school, Mama daar stond. Sinds die dag ben ik bij Mama. Ik mis mijn vriendjes op school wel en ik ben benieuwd of hun mij ook missen. Nu zie ik Papa niet meer en Marco zie ik ook niet meer. Dat is vreemd. Of ik dat eigenlijk wel zo wil. Mama weet het wel wat het best voor mij is en ik voel wel dat Papa mij niet in de steek laat. Papa kennende. Nu ben ik bij alleen maar dames met problemen. Ze praten honderduit over problemen en het lijkt mij dat ze het niet op jongetjes hebben. Nochtans, ik ben ook een jongetje ..

Ik weet niet of ik het leuk vindt. Ik weet ook niet of Mama het leuk vindt. En of Marco het leuk vindt. Wat moet hij trouwens wel niet denken nu. Wel weet ik nog dat het thuis leuk was. We hadden een grote tuin en ik hield er een schildpad in welke nu net verstopt zat in mijn zandbak. Om het maar niet over mijn vissen te hebben. Misschien, als ik straks weer thuis ben dat ie zich dan weer gaat tonen. Misschien zal ie blij zijn mijn stem te horen. En Marco en Papa zal ook wel blij zijn mij te horen. Kunnen we weer samen mooie filmpjes kijken op de computer.

Hoewel, Mama zegt mij nu dat Papa niet meer komt. Waarom zegt Mama dat? Mama zegt ook weinig lieve dingen over Papa. Waarom toch zegt Mama dat? Papa is best lief. Maar misschien ben ik nog wat te klein om daar al een beslissing over te kunnen nemen. Ouderen weten het voornamelijk wat het best is voor kleine mensen als ik. Maar ooit ben ik ook groot en dan mag ik luisteren naar wat mijn eigen hartje mij ingeeft. Ik denk dat Mama verdrietig is om Papa. Papa was steeds lief voor mij. Ik wil Papa best wel zien.

En wanneer ik dan bij avond in mijn bedje lig kan ik eigenlijk niet goed slapen. Grote mensen noemen het piekeren en eerder hoorde ik Papa het met de directeur van school erover hebben dat ik wat introvert werd of deed. Die grote mensentaal. Dat bedoel ik net, ze maken het zo moeilijk. Ik probeer het te begrijpen wat er allemaal aan de hand is. Maar ik denk gewoon veel aan Papa en Mama en waarom het nu zo moet zijn. Ik wordt weleens wakker en merk dan dat ik nog steeds niet thuis ben en Marco hier ook niet is. Dan vindt ik dat jammer en ik ben er zeker van dat Papa dat ook jammer vindt. Wat zou Papa zeggen. Zou hij boos zijn omdat ik zo lang niet bij hem geweest ben? Zou hij boos zijn op mij omdat ik momenteel niet naar school ga. Zou hij nog boos zijn op Mama? Hopelijk zegt hij dan geen lelijke dingen over Mama.

Oef, ik ben moe. Ik wil daar nu niet meer over nadenken. Grote mensen doen steeds zo moeilijk. We zien morgen wel hoe het gaat. Misschien komt Papa morgen wel. Ik weet het eigenlijk wel zeker dat Papa komt. Papa geeft nooit op. Donovan woelt in slaap en mist armen om hem heen. Niet beseffende dat Papa eraan kwam. En sindsdien is Donovan gelukkig weer thuis, waar ie hoort.

Wat ze met haar gebruik aanrichtte was haar nooit duidelijk maar blijkt uit bovenstaand verhaal. Zelf vond ik het een teken aan de wand en vermoedde dat Donovan in een impasse zou raken. Ze had er geen oog voor dat agressief gedrag bij haar kind ontstond. En dit zeer spontaan doordat hij niet de vereiste aandacht kreeg van zijn moeder. Kinderen uit problematische gezinnen zijn heel erg lichaamsgericht en ook hun boosheid of frustratie uiten zij op een heel lichamelijke manier. Ruzies zijn daar het gevolg van en zijn vaak lastige en vervelende situaties waar zeker kinderen niet graag mee geconfronteerd worden. Kinderen hebben het ook moeilijk met het feit dat ruzies oplossen vaak een gezamenlijke verantwoordelijkheid is.

Geen mens kijkt heden ten dage nog verbaast op van een kind die een ander kind een klap geeft wanneer deze hem bijvoorbeeld een stuk speelgoed afhandig maakt. Het kind zal misschien wel aangesproken worden op zijn gedrag, maar niemand zal zich verder druk maken over dit gebeuren. Zo hedendaags is het fenomeen. Haast alle kinderen vertonen wel eens agressief gedrag. Naarmate ze wat ouder worden neemt dit agressieve gedrag weer wat af. Het gedrag wordt hun afgeleerd en dat is belangrijk. De kinderjaren zijn van groot belang voor de sociale ontwikkeling en in deze fase moet men het kind leren om zijn agressie te beheersen.

Kinderen leren dat er voor het oplossen van agressieve conflicten een vaste, geweldloze, methode is is een taak van ons, ouders. Duidelijke richtlijnen in de gedragsregels opstellen ten aanzien van agressie en een adequate uitvoering daarvan door kinderen en ouders is belangrijk. Beiden moeten betrokken blijven in het bewustwordingsproces dat je agressie niet kan tolereren.

Een situatie met de buren deed het vermoeden rijzen dat het gedrag van mijn zoontje werd bepaald door de omstandigheden thuis. Toen we net in het rijtjeshuis kwamen wonen waren we ons bewust van de buurt waar we ons kwamen vestigen. Er waren de bejaarde buren en ik snap dat het heel vervelend kan zijn voor gepensioneerden wanneer zich een gezin vestigt. Ik wil best rekening houden met de buren. Muziek of tv niet te hard, niet met deuren smijten, niet op de trap stampen, enzovoort. De volgende frase gaat dan ook grotendeels over de problemen die ontstonden met mijn gepensioneerde buren en de overlast die ze veroorzaakten in Donovan zijn gedrag. Ook over de rechten en plichten jegens elkaar. Over overlast, grote en kleine ergernissen, onenigheid over onbenullige dingen en zeer ernstige tekortkomingen. Helaas komen burenruzies steeds meer voor en dat heeft te maken met de vervlakking in de maatschappij. Een uit de hand gelopen burenruzie kan heel erg naar zijn en de dagelijkse rust behoorlijk verstoren. Je kunt er letterlijk ziek van worden en er iedere dag stress van hebben. Met die gedachte kun je maar beter zorgen dat een ergernis niet uit de hand loopt. Wie kent ze immers niet, buren die roddelen, die zich net dat ietsje meer wanen, die de geringste gelegenheid aangrijpen om hun eigen grillen te laten botvieren. Buren die zeer kind onvriendelijk zijn en zich zelfs openlijk uitten tegen kinderen. Niets is meer vervelender dan elke dag te moeten geconfronteerd worden met buren die egoïstisch zijn.

Donovan speelde graag in de tuin en er kwam weleens een stuk speelgoed in de tuin van de buren. Die hebben daar geen begrip voor en houden het speelgoed zonder meer voor zich. Donovan was in deze zeer teleurgesteld en kon weinig begrip opbrengen voor dit onaanvaardbare gedrag. Steeds vaker had hij de neiging over de heg te klimmen als ze weer es weigerden zijn bal terug te geven. Dit moest ik hem ten zeerste afraden en dit omwille van het zeer agressieve gedrag van de buurman. Die zou dit niet accepteren en zeer zeker niet wanneer hij zich weer overmatig tegoed had gedaan aan zijn borreltjes. Donovan speelde ook wel eens op straat en ook daar gebeurden kinderlijke ongelukjes. Het schrijven met krijt op de stoep werd gadegeslagen en van met het kind ietwat op de stoep van de buur ging krijten was er een woordenwisseling. Dat mensen zich hieraan kunnen ergeren dacht ik vaak. Kinderen moeten kunnen spelen en dat mag ook weleens voor de eigen deur. Dat moet elkeen accepteren. Maar is het nog wel rechtvaardig wanneer kinderen moeten geconfronteerd worden met afwijzende blikken en wijzende vingers. Bejaarden die zich de straat toe-eigenen, zich met hun breigoed voor je deur parkeren, zich niet schamen luidruchtig te roddelen, en alles afkeuren wat maar gebeurd.

Buren die in goede verstandhouding met elkaar leven lossen hun problemen op. Maar wanneer dat zo niet is dan is het leven niet bepaald rooskleurig meer, ook niet voor kinderen. Zeker niet wanneer de buren al jaren, samen met andere buren, hoogtij vieren in de straat.  Dusdanig word de verstandhouding met de hele buurt minder goed en ontstaat er gauw onenigheid voor het minste.

Vaak ben je lange tijd met je buren opgescheept, soms zelfs bijna je hele leven. Buren die lastig zijn omdat de kinderen hun vrijheden hebben en steeds kritiek hebben. Buren die jaloers zijn of je het succes niet gunnen, en ga zo maar door. Niets is vervelender dan ruzie te moeten hebben met je buren. Elke dag weer dat ergeren en die tergende blikken en roddels.  Het leven werd op de duur ondraaglijk. De kleinste aanleiding was al reden tot strubbelingen. Het is dan zeer moeilijk om nog naast mekaar te leven. Het is dan vaak een kwestie van geven en nemen. Dit tot het onmogelijk bleek te zijn. Nogmaals meer ellende die op me afkwam. Ik zag mijn eigen geliefde kind lijden onder de situatie en er op reageren vanuit een kinderlijke boosheid. Het wederzijds respect was zoek. Natuurlijk was de gang naar de vrederechter onvermijdelijk. Zo mogelijk moest dit worden voorkomen. Een rechtszaak tussen buren en gebuurte ging de leefomstandigheden nog minder aangenaam maken. Tenzij de situatie volledig uit de hand dreigde te lopen.

Het is niet makkelijk voor een kind om te gaan met conflictsituaties, wanneer een van de ouders er niet meer is. Donovan wist al een tijdje dat er iets aan de hand was en merkte dat papa eigenlijk wel wat vreemd deed. Het spiegelende effect wat een kind uitoefent resulteerde toen in ongewenst gedrag. Het duurde een hele tijd voor ik zelf ook besefte wat er aan de hand was. Maar intussen zat ik zelf ook met heel wat twijfels en vragen.Ik had het gevoel dat ik voor veel dingen moest opdraaien door wat er gaande was. Ik voelde me kwaad, bang, beschaamd, verdrietig, bezorgd, in de steek gelaten, en op vele momenten helemaal alleen, verstoten zelfs.  Er schoot een vuurwerk van vragen door mijn hoofd, maar er kwamen geen antwoorden. Met anderen kon of durfde ik er niet over te praten, en ik begrijp nu nog steeds moeilijk wat er allemaal gaande was, want niemand praat erover, niemand geeft uitleg. Voor alles moest ik zelf een oplossing zien te vinden.

Het antwoord was nochtans simpel. Ga nooit stiekem weg, want dan voelt uw kind zich in de steek gelaten. Een eenduidiger definitie van kindermishandeling geven is geen eenvoudige opgave. Er bestaat een grote diversiteit aan omschrijvingen van het begrip kindermishandeling. Elke omschrijving benadert het probleem vanuit een bepaalde invalshoek en heeft implicaties naar aanpak en preventie.

Het volgende beschrijft mijns inziens best het fenomeen: Kindermishandeling en -verwaarlozing is elke vorm van actieve of passieve geweldpleging of verzuim dat kinderen overkomt, niet door ongeval maar door daden of nalatigheden van ouders en waarbij afwijkingen bij het kind ontstaan of redelijkerwijze mag verwacht worden dat ze zullen ontstaan of waarbij hun optimale ontwikkeling in het gedrang komt. Het vooropstellen van normen, het maken van afspraken, het vast omlijnen van het denkproces van het kind, zijn zeer belangrijke en noodzakelijke basisprincipes.  Elk kind heeft nood aan duidelijkheid, niet alleen in probleemoplossing, maar vooral ook in de interactie tussen hem en zijn omgeving.

Een bittere rotte appel in de mond geslagen 

De gebroken spiegel en de scherven die de weggegooide rotte appel, die ik niet kon verteren, teweegbracht, doet me mijmerend nadenken over het wel en wee van mijn kinderen eens ik er niet meer zal zijn. Zal hun leven in de toekomst ook enkel bestaan uit huilen, schrikken en meereizen met de wil van die ander om alzo psychologisch welbevinden te kunnen ervaren. Ik zou willen wakker worden uit die nare droom welke het leven is. Ik heb teveel moeten verduren en voel me elke keer weer afgedankt en niet serieus genomen. Kon iemand me maar vertellen dat het leven zoveel meer is dan een bange droom waar ik gewoon uit kan stappen. Dit leven waar zelfs de zomers koud aanvoelen wil ik niet meer. Ik zou wel willen schreeuwen dat het einde mag komen en ik weg wil uit dit kille leven mij gegeven. Oud en afgedankt wil ik uit die droom sluipen en heen gaan in de stilte en vergetelheid. Kan iemand mij vertellen wanneer een mens tevreden is. Kan iemand mij vertellen dat bij de buren het gras niet groener is. Waar en wanneer ligt de grens. En waarom wil ik steeds kunnen zeggen dat eer en eerlijkheid onbestaande is. En waarom ben ik nooit compleet gelukkig. Waarom godverdomme toch zijn vrienden en vriendschap een klaarblijkelijke illusie. Waarom is er geen liefde voor wie dat het wenst en lijkt het zelfs onbestaande.

Alles wat van waarde is lijkt steeds waardelozer. Mijn bestemming lijkt niet hier. Ik wil het liefst zijn waar ik op mijn rug in het gras kan liggen zonder meer. Waar men zwijgt en men me lachend aankijkt en laat zien en voelen waar ik voor leef. Dat ik voel wat ik voel echt is en niet voor niets is. Dat het begin geen einde kent en ik het spel niet alleen dien te spelen. Dat ik weet wat mijn doel is en ik weet wat gevoel is en weet waar ik voor leef. Dat alles niet voor niets is. Ik zou over het water, dat altijd in beweging is, willen kunnen staren zonder pijn of diepe smart. Maar ik blijf hier zitten en wachten in eenzaamheid tot ik een hart in beweging kan brengen. Zodat mijn doel niet eindeloos lijkt en ik onaantastbaar dicht bij zou kunnen zijn. Dit zodat mijn ogen geopend kunnen worden en ik me niet langer hoef af te vragen waarom het lijkt of mijn gedachten niet eens van mij zijn. Het antwoord op die vragen ligt hoogstwaarschijnlijk ergens diep van binnen verscholen in harten die onbereikbaar lijken te zijn. 

Ik heb geleerd dat ik voor mijn mislukkingen geen schuld hoef te dragen, dat ik ze moest doormaken. 

Hoop is er gelukkig wel steeds geweest en is misschien wel het laatste wat de wereld mij nog te bieden heeft. Alle definities van hoop hebben één ding gemeen: De verwachting van iets goeds dat te komen staat, een beeld van een toekomstige situatie waarin iets wat wenselijk is werkelijkheid wordt. Want nu leef ik nog slechts volgens de wet van oorzaak en gevolg en besef en weet precies dat er vroeg of laat een ogenblik is dat vanzelf het gewenste met zich mee zal brengen. Wanneer ik welk gebeuren dan ook vanuit deze houding kan blijven benaderen kan al het gewenste plaats vinden.

Er is niemand die me een verwijt moet maken. Ik pendel al jaren tussen hulp en straf naar herstel en alle schuld is voldaan met het verleden. De gedachte die ik nu koester is een macht. Hij is even werkelijk als een motor met honderden paardenkrachten. De gedachte, de twijfel van een filosoof, het in de hersenen van een volksmenner opbruisende, dat onzichtbare iets dat zich bij me hoogstens in het boos fronsen van mijn voorhoofd aftekent, is in staat bastions omver te werpen, tronen te doen vallen, legers op de vlucht te drijven, koningen op het schavot te brengen. Deze krachtige gedachte kan genezen of doden en heeft wonden in mij doen helen die geen enkele balsem konden genezen. De gedachte en de hoop was het geneesmiddel. En nu zoekt diezelfde gedachte en hoop in mij nieuwe wegen. Zo kom ik tot die scheppende kracht om vertrouwen te vinden in de toekomst. Het vertrouwen in de toekomst is namelijk de maatstaf voor alle mogelijkheden.

De wonderbaarlijkste ontdekkingen en uitvindingen zijn enkel gelukt door mensen die rotsvast in de toekomst geloofden. Er ligt een onmetelijke kracht in het vertrouwen op de toekomst, die geweldige macht, die het de mensen mogelijk maakt te volharden in zijn besluiten, die zijn moed sterkt en steeds weer opnieuw doet ontplooien, die ook in gevallen waarin zijn naaste omgeving hem verlaat, het volste vertrouwen in het uiteindelijke slagen wakker houdt. Al het goede dat in de wereld bereikt werd vond zijn oorsprong in dromen, wensen en verwachtingen. Een dergelijk geloof en vertrouwen in de toekomst vervult me met een kracht dat onweerstaanbaar is.

Dit geloof en vertrouwen verlost mij voor een groot deel uit mijn lijden.

Mogelijk gaat deze mens met deze bewustwording alsnog een nog mooie werkelijkheid tegemoet. Steeds heb ik naar innerlijke rijkdom gestreefd. Geweldige innerlijke stormen hebben de krachten in mij losgemaakt om me over duizenden hindernissen heen bij deze bewustwording te brengen. Zoals de primitieve mens ooit het besef leerde kennen, zo erkent deze tegenwoordige mens dat hij door zijn eigen gedachten zijn eigenste lot kan bepalen. Vele jaren had ik nodig aan ontwikkeling om de kracht te vinden die me naar dit besef leidde. Nu is het zover en ben ik eens met mezelf en toch anders. Want alles wat geschiedt  is wijs en goed is en dient mijn opwaartse ontwikkeling en vervolmaking.

Soms lijkt de toekomst dreigend en duister. Er was die tijd in mijn bestaan dat er mij niets meer restte dan in complete eenzaamheid na te denken of mijn tijd uit te zitten. En terwijl men zijn tijd uit moet zitten gaat men wroeten. Toen kwam ik erop dat ik al sinds mijn kindertijd met heel wat conflicten en eenzaamheid zit, met mensen om mij heen die vaak mijn gevoelens niet eens begrepen of waardeerden. Er waren tijden dat ik ermee leefde; een beetje huilen en een beetje vertrouwen. Soms dacht ik aan zelfmoord en stelde mij dan voor hoe iedereen spijt zou hebben van hoe hij of zij zich ten opzichte van mij hadden opgesteld. Het was moeilijk om niet aan uitzichtloze manieren te denken om eruit te komen. Het is de toekomst waar ik in dien te leven. Het verleden is reeds geleden. Doch, het verleden is niet achter me, zoals ik vaak laat geloven, maar voor me. Het lijkt geenszins van nut stil te staan bij de foute dingen des levens, te dromen van de toekomst. Het is beter te genieten van het huidige moment. Ik wist niet dat wat zou volgen meer pijn zou doen dan een droom dat gekraakt wordt, een hoop dat sterft, een toekomstbeeld dat weer duister dreigt te worden. 

De wisselvallige muze Ephro komt in mijn bestaan

Tijdens het gebeuren, in 2015,  had ik met mijn hakken over de sloot Ephro leren kennen. Een onzeker carrière belust meisje dat zich met me wou verbinden. Het zelfs niet eens wist op te geven, tot de dag dat ze zou gaan beseffen dat haar zwakte was dat ze toeliet dat omgevingsfactoren meer beslissingsrecht uitoefende dan haar eigen zelve. Het bleef me in mijn hoofd nazinderen dat het geluksgevoel met haar perfect aanvoelde. Het leeftijdsverschil en het gebrek aan levenservaring van haar kant zou haar in een moeilijke positie brengen. Ze was zich weinig of niet bewust van de gemene mensdiertjes die dit gebeuren onder ons ten zeerste zouden afkeuren en dit om de simpele reden dat de omgevingsfactoren met mij haar niet gunstig gezind bleken. Hypocriet inderdaad. Tegelijk stelde ik me de vraag  hoelang het zou blijven duren. Nam er tevredenheid mee dat er in elk geval wel een innige band werd gesmeed tussen al het andere leed door. Ook al zat het ons beiden dwars dat niemand uit haar directe omgeving ons steunde. Onze relatie was goed maar kende een kort oponthoud door een gevoel van medelijden voor een zwakzinnig uitbuitend mensdier waar ze mee samen was gaan leven. Ze was gaan samen leven met die ander terwijl ze aan de relatie met mij begon. Een dubbel gevoel inderdaad weer. Dit deed ze volgens eigen zeggen om de schone schijn op te wekken bij haar familie. Het seksueel ontaarde gedrocht hield haar dus relationeel gebonden aan hem en wist dat ze in relatie was met die ander, ik dus. Doch het was niet enkel dit wat meespeelde. Tevens had de ervaring met mijn leefwereld het meisje danig schrik aangejaagd dat ik blij mag zijn dat ze heden ten dage nog aan mijn zijde staat. 

Helaas was ook tijdens datzelfde moment de tijd gekomen dat een familielid mijn aanwezigheid opzocht en dat vergde veel van mij.  Ik kon het haar niet vertellen dat ik weer in zaken met hem terecht was gekomen. Dat deed me veel pijn en verdriet. Doch het was de gedachte dat zij het niet mogelijk achtte een samen leven dat me deed besluiten een hernieuwd pad te kiezen. Toen ik hoorde dat mijn  broer JL weeral eens in de gevangenis te Bulgarije aanbeland was nadat hij jarenlang opgejaagd werd door internationale politiediensten zag ik mijn kans. Zijn soortgenoten kwamen met een listig plannetje opdagen en ik zag mijn kans schoon.

Ephro de volledige waarheid vertellen leek toen een onmogelijke zaak. Diep van binnen was het een zeer pijnlijk moment waarbij ik dacht haar te verliezen als ze die waarheid zou weten. Dat wat ik na al die tijd voor mij had kunnen winnen zette ik op het spel in en dat voor diegenen die eigenlijk nooit een voldane dienst hadden bewezen jegens mij. Terwijl zij dat wel deed door me haar lichaam te schenken en haar vriendschap. Liefde zelfs, ook al gaf ze dat toen nog niet toe. Het was een gok die ik moest nemen want het kon me voortvarendheid en geluk opbrengen. 

Dat ik toen zelf ook nog bedeesd en onervaren was in dergelijke zaken kan men mij niet kwalijk nemen. Ik hoopte enkel op geluk en een beetje rijkdom om ons te kunnen bespoedigen tot een beter leven. Het benutten van een aangeboden kans. Ik weet nog dat ik het er met haar over had en ze haar twijfels uitte. Toen had ik moeten beseffen dat het net dat was wat de afstand tussen ons vergrootte. Helaas was de familieband toen nog te sterk en wist deze tegenpartij daar op slinkse wijze gebruik van te maken. Dat anderzijds haar liefde voor mij net zo sterk was bewijst het feit dat ze nu nog steeds mijn minnares is.

De zaken met JL kenden voortgang. Heel even leek het of Ephro op de achtergrond aan het verdwijnen was. De zoons hun vader werd via Roemenië terug het land in geloodst en de truc met het wisselen van identiteit had succes gekend. Aan de grenscontroles werden de identiteitskaarten gevraagd en bij vertoon was er geen vuiltje aan de lucht. Een truc wat vaker uitgevoerd wordt trouwens door familieleden. Een geval is zelfs bekend waarbij een broer van kledij wisselde in een Belgische gevangenis en zo de poort uit wandelde.

Nadat een vestigingsplaats in Nederland werd gevonden werd ik in de mogelijkheid gesteld JL te bezoeken. De zaken primeerden en het verlangen naar Ephro werd uit pure noodzaak aan de kant geschoven. Haar verliezen wilde ik niet. Het liefst bouwde ik een leven uit met haar maar dat wilde zij nog steeds niet omwille van haar familie die me nooit zouden aanvaarden. Ik werd zo zachtjes terzijde geplaatst door haar want er was immers nog haar relatie met haar zwakzinnige thuis. Haar ouders zouden  bovendien een ex-crimineel verwerpen en zij zou er boete voor moeten ondergaan. Dit alles indachtig wist ik dat me geen kans beschoren was en leefde met deze hypocrisie. Ook al groeide de liefde nog zo uit tot een intens iets. Heel af en toe mocht ik haar beminnen en ik weet nog hoe ik zachtjes huilde toen ze er niet was. Het was kiezen of delen, alleen was de taart niet gelijk verdeeld. Hij wist tot op heden de overhand te behouden en hoewel ik weet dat we elkaar innig lief hebben vrees ik ervoor dat dat nog geruime tijd zo zal blijven. 

De beste optie was geweest heen te gaan in stilte en haar te laten voor wat ze was. Helaas kon ik dat niet. Ze was te bijzonder en ze had mij als degene die ik ben weten te aanvaarden. De situatie duldde ik lange tijd en dit tot op het huidige ogenblik. Dit om de simpele reden dat ik van haar hou. Wetende ook dat zij innig van mij houdt en me steeds met raad en daad bijstaat daar waar het nodig is. Dat ze niet in zaken kon betrokken worden was een voordeel. Ik moest het gescheiden houden en haar laten weten dat het allemaal niet was zoals het leek. Ik verdiende een luttele noodzakelijke cent en zou niet verder in zee gaan met JL. Dat zou ik haar niet aan hebben kunnen doen, dacht ik. Want zoals zij in de ban van mijn persoon was, was ik in de ban van JL. Zocht hem op bij momenten en kreeg voorstellen waar ik moeilijk vanaf kon zien. De kansen leken te mooi en ik maakte ze waar. Dat hij mij van meet af aan gebruikte besefte ik pas enkele jaren later. Ook al had Ephro mij nog zo gewaarschuwd.

Onderwijl was het nodig dat ik me in Frankrijk ging vestigen. Een stroman werd gezocht en ik was het meest ideale aanbod. De mogelijkheid werd me op een zilveren schaaltje aangeboden en ik nam het graag aan. Ook al wist ik dat de zaken niet zuiver op de graat waren ging ik mee in het spel. Het aanbod was een jaar in Frankrijk gaan wonen en nadien naar Nieuw Caledonie te verhuizen en dit voorgoed. Mijn mogelijkheden met Ephro werden tot zero gereduceerd en ik was me er bewust van. Het feit dat ze geen keuze kon maken speelde daarbij een zeer grote rol. Groter dan ik toen besefte. Ik hield teveel van haar en mijn enige optie was alles in de steek laten en het op een vlucht zetten. Nachtenlang heb ik wakker gelegen ervan. 

Toen ik me in Frankrijk vestigde opende zich een nieuwe wereld voor me. Woonde er nog niet zo heel erg lang en onderhield via Facebook het contact met Ephro. We vertelden het elkaar hoe we elkaar misten en hoezeer we de liefde voor elkaar apprecieerden. Na enkele weken nam ze het besluit me wederom te komen opzoeken. Ik weet nog goed, het was een zalig gevoel te vernemen dat er toch nog geen eind aan zou komen. Ze kwam en ik herinner het me nog levendig. Een weinig doordeweekse dag in de vroege morgen ging de bel. Ze was aangekomen uit het België om me een hernieuwde ontmoeting te gunnen. Het leek alsof het weer een eerste keer was dat we elkaar zagen. Twinkelende oogjes verraadden dat we graag ogenblikkelijk meer wilden. Toch liet ik me beheerst overkomen en leidde haar als een heer mijn flat in. Een kort gesprek was de inleiding tot een verdere ontdekking van elkaar.

De ervaring was anders, de relatie was hernieuwd, een nieuw moment was geboren. De volgende stap was gezet. Het leek of ik had weer een deeltje van haar hart veroverd, dacht ik. Hoe moest ik het haar uitleggen dat ik ogenschijnlijk van zinnens was Europa te verlaten. En vooral, hoe moest ik haar mijn opzet gaan verklaren. De opzet dat ik niet eens van zinnens was in Nieuw Caledonie te blijven. Alles moest lijken of dat wel het geval was. Het haar vertellen had een foute zet geweest gezien ze kennissen had die mijn kennissen ook waren. En wie weet praatten die hun mondje voorbij. Het best was genieten van het moment. Een verkenning van de streek deed onze harten openbloeien. Meteen wist ik dat ze ook in was voor het schone Frankrijk. Uren wandelden we er in het mooiste gebied. Kwamen tevreden terug thuis en vrijden nog lang, en voldaan verlangden we gauw naar een volgend wederzien.

6

Er streek een jaar voorbij. In dat jaar zag ik Ephro steeds vaker. De liefde werd intenser en bracht ons steeds vaker bij elkaar in alle gelukzaligheid. Toen ze de eerste bij ons kwam slapen leek het of kon het geluk niet meer stuk. Ze was als het ontbrekende stukje puzzel die zijn plaats had gevonden. Het leek of mijn leven werd gevuld met rechtmatigheid. 

Ik moest een snood plannetje gaan verzinnen want hoe moest ik dat aan boord gaan leggen me in Nieuw Caledonie te gaan vestigen zonder een boze Ephro na te laten. Deze liefde met haar kon ik niet verbreken want dit had ik nooit eerder gekend. En uiteindelijk. Wie wil er niet leven in een paradijs. Een tropisch paradijs in de stille oceaan. Sommigen hebben er alles voor over: Schijnbaar is het zo dat sommigen zich zelfs gaarne op blazen samen met soortgenoten in de hoop op een eeuwig plekje tussen een tiental maagden. Anderen, net als ik, zijn minder radicaal en zoeken het over de landsgrenzen heen en kiezen voor een bundel aan emigratieproblemen waarbij je huis en haard achterlaat en een nieuw leven moet beginnen. Dit het liefst met mijn geliefden natuurlijk. Die maagden is ook weer zoveel werk aan me dunkt. Het leven in het Nieuw Calédonie kende veel charmes maar nog veel meer uitdagingen. Op het moment dat je vertrekt naar dat zogenaamde paradijs, krijg je te maken met nieuwe mensen, een andere omgeving, een vreemde taal, een andere cultuur en dies meer. De integratieproblemen die zouden wel lastig worden maar de behoefte bestond deze zo snel mogelijk op te lossen. Er heerste een directe oplossingsbehoefte in me zonder dat er al te veel stil gestaan werd bij de specifieke problematiek.

Er werd me geld geboden en ik maalde niet veel om de rest. Zo leek het althans. Ik zou wel wat verzinnen. Het was zaak te genieten van de mooie dagen met haar, de weinige die me nog restten. Er was een zekerheid in me dat ik mijn leven niet op het spel ging zetten. Ondertussen verliep de emigratie naar Frankrijk, geheel zoals verwacht, en niet zoals gewenst. Ik had die zogenaamde wijze hoge heerschappen ervoor gewaarschuwd rekening te houden met mijn strafregister. Frankrijk is niet bepaald het land die staat te wachten op mensen met een ellenlang strafregister. Dit strafregister is trouwens ook niet zomaar uit te wissen. De Belgische wetgeving heeft de mogelijkheid tot eerherstel maar dit zaak per zaak. Als je een vijftigtal delicten hebt dan is eerherstel tijdens dit leven een onmogelijke taak. Als je als zakenman een constructie wenst op te zetten dan is het wijs eerst uit te zoeken wat de haalbaarheid ervan is. 

Mij leek het duidelijk van meet af aan dat hier niet professioneel te werk was gegaan. Dat ze zich dat gingen beklagen. Of ik het me ooit ging beklagen wist ik dat moment niet. Er was een voorbode die voorspelde dat er onheil van kon komen maar die stuurde ik graag wandelen. Ik had wel ander vreet op mijn bord gehad dan dit lichte hapje uit het brein ontsproten van een vergeten en verscholen oplichter. Mijn stelling was dat enkel een stel stumperds in staat waren dergelijke zaak op te zetten waarvan men op voorhand diende te weten dat er geen of weinig kans op slagen was. Mogelijk was Jean-Luc zelf het slachtoffer van slecht gemaakte afspraken en moest hij koste wat het kost hun taak tot uitvoer brengen. Vooreerst waren er niet genoeg financiële middelen. En ten tweede waren de opdrachten me toebedeeld ronduit lachwekkend. Pas achteraf zou ik de ware aard van het geheel ontdekken toen hij mij de totaalsom van het verhaal voor schotelde. Het was ronduit lachwekkend te vernemen dat er een immense som betaald was voor een plan wat geen schijn van kans maakte. Als financierder ben je een lachwekkend wezen wanneer je zo totaal onvoorbereid een soms van 85.000 Euro of meer gaat investeren in een zaak waarvan duidelijk was dat er geen kans op slagen was. Zoals ik het eerder beschreef was ik niet de geschikte persoon. Het was ronduit dwaas mij uit te kiezen. En zelfs al slaagde de opdracht was ik niet van zinnens een ander te verrijken op mijn rug. Maar goed, het spel werd gespeeld en ik genoot met volle teugen. De enige dwarsligger nog was hoe mijn relatie met Lien verder op te bouwen en in stand te houden. De waarheid zou haar zeker nog meer schrik bezorgd hebben. Een nog grotere waarheid zou mij alsook nog veel meer schrik bezorgen. Later in het verhaal zal dat blijken. Laat ik eerst het mooie van het verhaal beschrijven en eindigen zoals elk realistisch verhaal eindigt.

Voor het uiteindelijke vertrek richting Nieuw Caledonie was er een heel erg mooie tijd geweest in het Frankrijk samen met Ephro. De aanpassingen verliepen aardig. Ze was vaker aan mijn zij en ze leek steeds meer vrede te nemen in haar relatie met mij. Haar pik die zocht zijn vertier in sites waar hij zijn ziel lappende geneugtes in kon terug vinden. Dat het niet geheel zoals gewenst was moest ik vrede mee nemen. We waren ons tweede jaar met elkaar ingegaan en in niets leek het er op dat de relatie ooit tot een einde zou kunnen komen. Tenzij het verhaal Nieuw Caledonie. Want ze wist immers nog steeds niet wat mijn bedoeling was. Herhaaldelijk had ik haar gevraagd mijn zijde te kiezen maar haar omgevingsfactoren stonden dat nog steeds niet toe en soms leek het mij dat ze een even gemeen spel met me speelde net als mijn bloedeigen broer. Ze bleef ogenschijnlijk strikt trouw aan haar eigen omgeving wijl ze die dagdagelijks bedroog met degene waar ze hemel en aarde mee deelde. Voelde zich er niet wel bij en kende een gewetenstrijd. Mij deed het pijn haar toen te moeten verlaten. Voordien zagen we elkaar vaker en beleefden des te intenser elkaars gevoelens. Het mocht niet zijn zo leek het. Althans voor haar. Ik ging er vandoor naar andere oorden en het leek dat we elkaar nooit meer zouden weerzien. Tot het moment dat ze opperde mogelijk ooit op vakantie te komen. We beter contact konden houden. Daar zag ik gelijk graat in en ik het kalf zag er zelfs een verklaring van liefde in. Wij wilden elkaar niet kwijt na zoveel momenten van liefde. Dat ze het nooit ging toegeven had ik reeds eerder ervaren en vond er ietwat lachwekkend vrede in. Het was nu eenmaal zo. Ik was gewoon met mensen om te gaan die steeds beslisten in hun voordeel. Ze had haar belofte gegeven aan die ander en ze hield uiteindelijk haar woord. Weinig benijdenswaardig te noemen en zeer in mijn nadeel. Vaak was de gedachte in me opgekomen wat aan te vangen met dat zieltjes vretende monster dat haar gevangen hield. Het was moeilijk om niet te denken aan oplossingen waar ik het hier beter niet over heb.

De dag was gekomen dat ik ook Frankrijk zou verlaten. Ik zou veel achter me laten. Met bloedend hart vertrok ik terwijl het beeld van Ephro me door mijn hoofd bleef spoken. Het zou een ander leven worden zonder haar. Ik verkeerde immers nog steeds in de waan dat er ergens eerlijkheid in haar verborgen zat en ik die naar boven kon halen. Het zou een tijd kunnen duren eer ik weer in Europa zou zijn. Hoelang wist ik dat moment nog niet. Wel dat elke dag dat ik haar zou missen mijn hart enkel en alleen maar meer zou doen bloeden. 

Het was een zware reis erheen. Na veel vermoeienis waren we eindelijk aangekomen in Nouméa, Nieuw-Calédonie. Het mooiste stukje Frankrijk, maar dan aan de andere kant van de wereld. Met amper toerisme en waar het Bourgondische leven gecombineerd wordt met een paradijselijke stilte. Dit pacifistische eiland met een prachtige natuurlijke rijkdom ligt op het belangrijkste eiland Grande Terre. Tot het eind van de 18e eeuw heette het land Kanaky en was vernoemd naar de Kanaks, de oorspronkelijke Melanesisch en Polynesische bewoners. De lange vliegreis had ervoor gezorgd dat ik totaal uitgeput aan kwam in een land waar de temperaturen de pan uit rezen. Maar toch, Nieuw-Calédonie bleek de belichaming van de onbereikbare droom en een absolute aanrader omdat ik de drukte wilde verlaten. Want net wanneer je denkt dat je het mooiste gezien hebt, biedt de natuur je nog meer blauwe schakeringen, schoonheid, water en zand. Het was voor ons niet langer een ver land, land van contrasten, authentiek land, gebaad door het heldere water in het hart van de Stille Oceaan. Het land had ons veel te bieden leek het me.

Tijdens de vliegreis had ik tijd genoeg gehad om het wel en wee te overdenken. Ik kwam steeds tot dezelfde overheersende conclusie en dat was dat ik toch teveel achter me had willen laten. Het leek niet werkelijk dat ik plots op andere grond stond. Het mocht niet zijn was mijn gedachte. Ik was er wel zeker van dat ik Ephro diep had geraakt met mijn vertrek. Helaas moest ik nuchter blijven denken en zien wat de toekomst mezelf en mijn kinderen ginds te bieden had. Mogelijk zou ze tot verstand komen en wie weet ons na volgen nog. Het duurde even eer we ons ginder aangepast hadden. Het acclimatiseren duurde enkele weken en eiste ook geestelijk zijn tol. 

Ondertussen werd de realiteit werkelijkheid. Wat ik vooraf vermoedde werd waarheid. De hoogmoedige zakenpartners wilden ondertussen het maximum uit het minimum  halen. Waarschijnlijk hadden ze niet het minste vermoeden dat het me de eerste weken al hoog zat en dat ik uit was op wat wraak te noemen is. Ik moest echter wel de schijn opwekken dat dat niet het geval was. Er moest immers geld blijven komen mijn kant uit. Het is er ontzettend duur leven en iemand moest het bekostigen. En wie kan dat beter dan een stel dwazen die mij de val in wilden lokken. In ruil voor geld moest ik opdrachten uitvoeren. Geen probleem ware het niet dat die opdrachten zo onnozel leken dat ik er niet eens aan dacht ze tot uitvoer te brengen. Ze deden me een belofte. Een boot zou me toegestuurd worden maar in ruil moest ik even zien of er een scanner in de haven aanwezig was. Wie heel erg dom en dwaas is zal erheen gaan en informeren. Ik echter had meteen door dat het een hopeloze zaak was. Er is bewaking alom ginds en de periode van het internationaal terrorisme was niet bepaald het moment om in havens rond te gaan snuisteren. Toch nam ik de proef op de som. Het havengebied is er niet groot. Van bij de eerste stap in het havengebied word je via camera’s gescand. Een eind verderop gekomen zag ik de bewaking op me af komen. Niet verbaasd van het feit dat ze me bij mijn achternaam aanspraken stond ik hun te woord. Mijn repliek was duidelijk dat ik hobby fotograaf was en erop uit was een havenbeeld te creëren die hun enkel ten goede kon komen. Ik was op zoek naar locaties om geschikte beelden van te nemen op een later tijdstip. Dat moest ik wel verklaren want het was duidelijk zichtbaar dat ik geen fototoestel bij mij had. Het leek lachwekkend maar toch een correcte verklaring voor mijn aanwezigheid. Er was wel verzocht om het op een professionelere manier voor de dag te brengen. Maar wederom helaas was er geen geld beschikbaar en of ik niet een oplossing kon vinden. Dat was dus de oplossing en van meet af aan stond ik geregistreerd bij de havenautoriteiten als verdacht. Het had simpel kunnen zijn. Een perskaart is vrij te verkrijgen en dat zorgde voor een beter imago. Dat was zelfs gevraagd. Alleen, of ik het zelf kon betalen. De mannen achter de schermen waren zo lachwekkend in hun handelingen wat de zaken betreft dat ik meteen alle boeken sloot. Een verdiende vakantie eraan overhouden was nog slechts mijn taak.

De tijd gleed voorbij en ik voelde de onrust groeien in het andere kamp. Alleen, het was niet mijn zaak. En ik had er trouwens de middelen niet voor. Het begon er meer en meer op te lijken dat het daadwerkelijk zo was dat ik met het minieme het maximale diende te behalen. Ik voelde regelmatig of ik niet een baard had als sinterklaas en dat was duidelijk niet het geval. Gesprekken volgden en onrust groeide en dat niet enkel bij mij. Het andere kamp werd argwanend en ik voelde dat ik beter mijn voorbereidingen kon treffen. Dreigingen werden mijn kant uitgestuurd en weer wat later paaiende woorden. Alsof ik hun marionet zou zijn die te bespelen was voor niks. Ze begrepen het niet dat hun fiasco een overduidelijke score had behaald. Meer beloftes werden gedaan. Deze keer zou een boot ter waarde van 35.000 euro mijn kant uitgestuurd worden en die mocht ik houden. Geld om deftig de zaken te leiden was er niet maar geld om de smokkelwaar mijn kant op te sturen wel. Welke smokkelwaar interesseerde me niet eens want ik wist dat het een doodgeboren kalf was die hele handel. Het zou toch niet gebeuren. Wie zijn slaaf slecht behandeld hoeft ook geen goede arbeid te verwachten.

Het administratieve gebeuren was vanaf de eerste dag net zo als in Frankrijk. Er gelden dezelfde wetten en doordat er een overgangsperiode is zijn de wetten er zelfs nog strenger. De dagdagelijkse sleur van heen en weer lopen naar overheidsdiensten deed de pleuris in me losbarsten. Daadwerkelijke bijstand was er niet. Bij flarden en beetjes werd me geld toegestuurd net genoeg om er te overleven. Duidelijke afspraken drong ik op aan maar hun willekeur hield geen enkel verband. Regelmatig overleg was er niet. Het drong ook niet tot de zakenpartners door dat ik daar reeds een hele weg afgelegd had en dat die nergens toe leidde. Maar, opgeven was onbestaande. Waarschijnlijk was de druk bij de heerschappen danig groot dat ze mij die druk ook weleens wilden laten voelen. Met als resultaat nul op het rekest. Het deksel op de neus. Alles, maar dan, ook alles was van op voorhand gedoemd te mislukken maar opgeven was geen optie.

Gelukkig waren de momenten met Ephro op de chat een optie. Die momenten samen droomden we samen ervan elkaar weer te ontmoeten. Ze had al informatie ingewonnen en ik merkte dat ze informatie uit mij wou halen betreffende een eventuele vakantie samen. We droomden samen in woorden. Vele schrijfsels volgden en telkens moest ik afsluiten met een gevoel van verlatenheid. Zij die me bleef volgen over de grenzen heen. Wat had ik haar aangedaan. Toen het me duidelijk werd dat ik teveel achter gelaten had werd het me duidelijk dat ik beter kon beginnen aan een terugkeer te denken. En deed dat ook. Alles leek gedoemd en elke dag weer leek alles op een mislukking uit te draaien. Jean-Luc hoorde dat niet graag en dreigde. Als was ik een kind die hij in de hoek wilde zetten. Vele woorden wat ik niet eens de moeite van het beschrijven waard vind volgden. Hij besefte niet dat hij in net zo een situatie als ik verzeild was geraakt. Ik hoefde niet bang te zijn van. Hij eerder van mij want ik had dat in het verleden al wel bewezen. Toch zette hij door. De vele verslavingen hadden hem altijd al wel tot waanzin aangedreven en gelukkig wist ik dat uit reeds uit ervaring. Helaas was het zover moeten komen. De geldkraan die al niet zo goed liep werd dichtgedraaid. Gelukkig wist ik de weg terug te vinden naar Europa. Geheel tegen zijn wil in. De mislukking zou nog lang teren op zijn maag. De dreigingen volgden achteraf nog in ijltempo. Sommen tegoed werden me toegestuurd en sommen tegoed van mijn kant werden hun kant toegestuurd. Het was wederzijds knokken voor gelijk. Hoewel ik vermoedde dat het wel degelijk geweten was wie dat gelijk aan zijn kant had. Alleen, en dat schreef ik eerder, als je zelf loper bent en je verduistert een deel van de som dan is er ergens een persoon die opheldering wil. Alle overboekingen zijn op een danig ondoordachte wijze gedaan geweest, zelfs met naam en toenaam van slachtoffer-medewerkers, dat het een makkie is te achterhalen hoeveel financiën in werkelijkheid is gestuurd. En daar zit de kink in de kabel. Het valt niet te ontkennen noch te overzien de aangerichte schade.

De tocht werd weinig glorieus afgeblazen vanaf mijn kant. Met een Air France toestel werden we naar België overgevlogen. In mijn hoofd de vele wansmakelijke herinneringen. Weer eens een lange tocht, maar dan terug. Dat voelde heerlijker aan dat het heen gaan. 

Het was wel zo dat ik helemaal vanaf nul diende te beginnen. Mijn broer JL had zich ondertussen voorgenomen me in alle eer en goed te krenken. Mijn leven danig te verstoren. Niet alleen mijn leven, ook dat van mijn gezin. Toch was ik vastberaden. Onderkomen was er niet meer. Persoonlijke goederen stonden ergens opgeslagen en elke vraag deze op een gepaste wijze terug te bezorgen werd me ontzegd. Blijkbaar wist mijn JL te genieten van het feit dat hij mij op deze manier in eer en geweten kon krenken. Wat hem wel lukte. Dat geef ik toe. Ik was er danig van aangedaan en kende een periode dat het steeds moeilijker werd me niet door haat te laten overmannen. Gelukkig wist ik reeds uit ervaring dat haat niet leidt tot genoegdoening. Er moest een periode van berusting komen. Een moment van bezinning ook. Ik ging schuil bij de Zusters van Maria. Een noodgedwongen onderkomen die ik via het kerk instituut bekomen had. Een appartement werd me toegezegd. De dagelijkse steun en materiële hulp die ik mocht ontvangen is gedenkwaardig. Nooit zal ik vergeten de warmte die ik mocht ontvangen in woord en daad.

Het duurde een drietal jaren eer ik me weer in de Belgische maatschappij kon re-integreren. Het viel me niet makkelijk mijn gewone gang van zaken weer op te nemen. Het leek of ik niet kon leven met het feit dat JL mijn goederen zomaar hield uit boetedoening voor de schade die ze leken geleden te hebben. In hun opzicht althans. De schade die ik leed was vele malen groter. Dat het zijn eigen stomme schuld was zou nooit toegegeven worden. Toegeven dat er geld verduisterd werd zou hem niet goed uitkomen. Dus moest hij een zondebok en ik was de meest geschikte persoon. Enkele maanden lang mocht ik nog een antwoord ontvangen ervan onder valse naam. Na enige tijd kwam er geen antwoord meer. Als een struisvogel stopte ie zijn hoofd in de grond. Niet wetende dat ik al verschillende keren heel erg dichtbij hem in de buurt was geweest. En zal komen nu en in de toekomst. Hij is te zeer een gewoontedier om zich lang te verstoppen. Te gebonden aan zijn vertrouwde omgeving waar ie dagelijks te vinden is. Maar goed, wraakgevoelens heb ik niet. Uiteindelijk is hij de grote loser. Zijn zaken draaien op het uitbuiten van mensen en elke keer opnieuw moet ie slachtoffers vinden. Dat er elke keer weer nieuwe slachtoffers opduiken komt mede door het geld van zijn vrouw. Zij is de sleur van zijn leven en helaas beseft ze het niet. Vele misbruiken later leven ze gescheiden maar gebonden door afspraken die levensbedreigend zijn. Wie met de duivel is gescheept moet er mee overvaren. Zo is het.

Het is nodig het verleden, daadwerkelijk, in het verleden te laten. In gedachten ben ik zeer bewust bezig met het heden, handel er zelfs naar, en de fouten die ik maakte, die probeer ik nog steeds te corrigeren in het heden. Het verleden word almaar langer, de toekomst korter, en de hoop in de toekomst is groter, althans, dan de spijt. Mijn verleden is nu de manier waarop ik op deze wereldse zaken reageer met mijn eigen unieke zelf. De omgevingssituatie versterkt het verzoek tot een oplossing van het probleem. Een belangrijk deel van die, zonder meer prachtige, omgeving waarin ik heden ten dage verkeer, bestaat uit de gezinssituatie. Mijn kinderen worden hier mede door gevormd en beïnvloed, en dat doet een vader wat. Sommige factoren kunnen hun mogelijk beschermen tegen deze ontwikkeling, door openhartig te converseren over de situatie waarin ze opgroeien, en de manier waarop ze worden opgevoed, deze zijn immers van invloed op hoe ze later de wereld zullen zien, in het leven staan.

Ephro daagde ook weer op als een vertrouwd beeld. Het was noodzakelijk me nu volledig op mijn gezin en mijn verhouding met haar te richten. Onrecht uit het verleden niet vergetend, maar levend houdend, en de daaruit voortvloeiende gevolgen, telkens opnieuw doen gelden, leidt tot eindeloos permanent slachtofferschap. Verder hopen op een mogelijke toekomst met haar leek een mooier toekomstperspectief. Het was tenslotte nog steeds zo dat we gevoelsmatig geen afstand konden nemen van elkaar. Het is de toekomst waar ik in dien te leven en het bleef mijn doelstelling dat zij er deel van uitmaakte. Het verleden is geleden. Het lijkt geenszins nuttig te zijn stil te staan bij de foute dingen des levens die me overkomen zijn. Het is beter te dromen van de toekomst, te genieten van het huidige moment. De afspraken werden gelukkig hernieuwd en de bezoekjes volgden zich weer op. Het was moeilijk het haar uit te leggen hoe het allemaal in werkelijkheid verlopen was. Ooit zou ze de volledige waarheid mogen weten. Wanneer ze er klaar voor was. De verbondenheid met elkaar bezorgde ons enkele mooie momenten weer. De beperkte tijd zorgde ervoor dat enige tijd Skype ons enige communicatiemiddel was. De woorden die we elkaar toebedeelden hadden nog steeds dezelfde inhoud en betekenis als voor mijn vertrek. Sterker nog, er was meer duidelijkheid en de liefde openbaarde zich weer eens voor elkaar. Het was duidelijk dat ik in de waan verkeerde dat Ephro nog steeds mijn voorbestemde was.

Ondertussen is de evolutie zo dat Jean-Luc uit mijn leven verdwenen is. Tijdens weeral eens een vlucht legde hij het loodje ergens in een Spaanse enclave. Ik had in dit alles beter moeten weten, wist nochtans vanuit het verleden dat hij een rat was, die alleen aan eigen belangen denkt. Als je de pineut wordt van zijn lafheid, dan moet je als verlangende partij natuurlijk niet te veel eisen stellen. Het vizier wordt gericht, en ik kon op een welbepaald moment maar één ding doen als hoofdrolspeler in dit verhaal: voorlopig althans, met de staart tussen de poten vluchten. De vraag is natuurlijk of ik dat als loser hoef te doen, aangezien ik meen dat deze zogenaamde georganiseerde misdadiger niet bepaald georganiseerd was, maar eerder een zichzelf verrijkende laffe rat die sociaal onvermogende mensen in de tang nam en geestelijk uitbuitte onder middel van valse voorwendsels en meer, en daarom des te achterlijker. Angst, uit vrees dat het geweldsmiddel wordt ingezet, omdat afspraken niet nagekomen werden door wettelijke bepalingen, overvielen hem, danig dat hij de neiging ging vertonen me door middel van pathetische verzinsels in de beerput te dumpen. Daartoe gebruikt hij zijn capaciteiten goed en wel middels het manipuleren van wat mijn persoonlijke vriendenkring zou moeten zijn. Het feit dat hun dan zomaar geloofden wat hij beweerde spreekt voor zich betreffende hun lage intelligentie.

Door de laffe en walgelijke aanslagen die hij meerdere malen op mijn georganiseerde bestaan pleegde was ik klaar met dat ongure heerschap en niet van zinnens in die beerput te stikken. De gehanteerde logica, de onophoudelijke stemmingswisselingen waar ik ten prooi van was, het steeds meer vernietigender korte termijn beleid, die door zijn ziekelijke obscurantistische ideologie word gemotiveerd, is de vrucht van een fundamenteel oneerlijk en egoïstisch kapitaal zuchtig monster die men alleen maar zou hoeven uit te roeien. Bij afwezigheid van een ander vooruitzicht ben ik vol van wrok ten opzichte van zulke misdadige groot-bourgeoisie, simpelweg omdat de wil van bijstand in harde en moeilijke omstandigheden hem toen ontbrak. Het gaat om een vicieuze cirkel zonder einde. Zijn drang naar persoonlijk kapitaal zou me blijvend meeslepen in het verval en neergang tot aan de vernietiging van mijn leven.

Veel mensen vinden dat ik mijn wraakgevoelens maar moet wegstoppen. Eronder houden, doorslikken. Doch, dit klimaat van ontzetting en angst kan slechts het gewicht versterken van de dodelijke illusies met betrekking tot de bescherming van mijn eigen persoon. Wachten tot ik als een haantje fijntjes afgemaakt word, verloederen of een solo doorstart maken als crimineel en steeds verder wegzakken in een moeras van gangsterpraktijken, of de ontwikkelingen keren? In crisistijden zoals waarin ik nu verkeer komt men tot de meest onredelijke beslissingen en daar moet ik me voor behoeden. Ik heb er al heel lang omheen gedraaid wat de toekomst me nog te bieden heeft, want dit is een heet hangijzer. Mijn kinderen waren mede het slachtoffer van deze praktijken en hoewel ik meerdere malen verzocht om tot een constructieve oplossing te komen werd ik compleet genegeerd. Daar ik immers de enige verzorgende ouder ben, er weinig of nooit enige bezorgdheid was om mijn sociale onvermogen ben ik in de verleiding gekomen mijn leven via de omgang met hem te verbeteren. Dat dit me zuur opbreekt is ondertussen een vaststaand feit. Het ergste aan deze situatie is dat ik als slachtoffer minder gehoord word dan hij die de macht uitoefent. Ik ervoer een grote afstand naar instanties, was niet van zinnens wettelijk aan te klagen waar hij me mee in had betrokken, omdat dat de afspraak was. Doch het compleet genegeerd worden, het niet aanbieden van terugkeermogelijkheden terwijl dat de afspraak was, dwongen me dit kenbaar te maken en zodoende zijn praktijken aan te kaarten. Ik ben wel van mening dat ik me veel beter had moeten realiseren welke negatieve gevolgen mijn gedrag voor mijn kinderen had kunnen hebben. Echter, met dat inzicht waren mijn kinderen niet geholpen. Voor mijn kinderen was het heel heftig te horen dat vader mogelijk ging moeten boeten voor zijn opzet. Elke mogelijke oplossing waar ik elke seconde van de dag naar streefde werd me onthouden. Echter, ik zocht al jaren hulp zoekt, was in de greep van deze misdadige opzet terecht gekomen, terwijl ik hem zeer respecteerde als zijnde mijn broer, vertrouwde op hem om te pogen het levensniveau van mijn gezin te beteren. Het is heel wrang als die hulp er dan niet is, niet geleverd wordt of onvindbaar lijkt.

Het lijkt er dus sterk op dat de deur definitief dicht getrokken werd. Voorkomen wat mogelijk zal volgen zal waarschijnlijk heel erg lastig worden. Ik hou mijn hart een weinig vast voor wat nog komt want ook mijn kinderen staan mede met hun rug tegen de muur, worden heen en weer geslingerd tussen hoop, wanhoop en vrees. Door dit drama een tweetal jaren te laten aanslepen raakte ik met mijn gezin op de helling en de aftocht leek zeer dreigend. Het was nooit mijn bedoeling geweest de underdog te zijn in dit verhaal. In deze ben ik de benadeelde samen met vele anderen. Persoonlijke goederen van mij, mijn kinderen, en bevriende kunstenaars, werden ontvreemd op een laaghartige en slinkse wijze welke we van hem gewoon waren. Die persoonlijke goederen, onder meer mijn desktop, gebruikte en misbruikte ie om mij op het internet te benadelen middels mijn persoonlijke account. De kopijrechten werden geschonden van mij persoonlijk en die van andere kunstenaars door de kunst op de desktop aanwezig te verhandelen. Het verspreiden van onwaarheden onder andermans naam is zijn kunde en daar maakte hij meesterlijk gebruik van.

Mijn denkbeeld heeft zich ondertussen door al deze gebeurtenissen een rechtmatige plaats toegeëigend in de kerkers van mijn diepste zijn. Wat ik vroeger als ideaalbeeld had bleek een totale misvatting te zijn. Alles in de nabije omgang dreigt door mijn schaduw te worden bevangen, zelfs wanneer de zon erop schijnt. Met het openen van de kerkhofpoort en ze een kijkje in de hel te laten nemen, dan pas zou ik leven. Ik weet wat die heldenrol inhoudt en met deze wijsheid hoop ik niet in de mislukkingen van de zonde te vervallen.

Door dit conflict met JL was wederom ruzie in de gehele familie ontstaan. Ik ben weinig bemoedigd door het feit dat er hoop voor de situatie bestaat, of ik nu zelf de oorzaak van het probleem ben of dat dit probleem in mijn familie door iemand anders wordt veroorzaakt. Ik ben ook niet op zoek naar oplossingen voor de problemen binnen de familie. Mijn emotionele littekens zullen mettertijd wel weer helen. Uiteindelijk heb ik genoeg van de voortdurende bemoeienissen en ruzies die steeds rauw en pijnlijk zijn.

Ephro was na veel moeilijkheden alsnog een steeds vastere plaats in mijn bestaan gaan innemen. Haar argwanende instelling, en andere moeilijkheden, dienden nog overwonnen te worden. Mijn muze want ik vermoedde steeds, onterecht of niet, dat ze niet oprecht eerlijk was, ging voor haar eigen vertier dat ze het liefst verborgen hield voor haar nette omgeving vol van schone schijn. Mijn wantrouwen in mijn medemens was door deze gebeurtenissen met haar en haar omgeving danig geschonden. Keuzes moesten worden gemaakt maar ik dwong haar tot niks. Ooit zou daar verandering in komen, dacht ik. Toch leek onze band sterker dan ooit. De prioriteiten werden vastgesteld. Ik gaf me aan haar zoals ik me nog nooit aan geen enkele vrouw had gegeven. Had nochtans elke dag het gevoel dat het wederzijds was. Onze dagdagelijkse gesprekken varieerden van doodgewoon tot buiten proportioneel abnormaal veel deugd. Vol avontuur genoten we van onze omgang met elkaar en stelden we ons open voor nieuwe kunstzinnige ervaringen die we samen wilden beleven. Geen grens was ons te vaag.  Praten was ons bindmiddel en uitlaatklep om elkaar in de liefde te ontdekken en te her-ontdekken. Het verleden leek geleden en in de verte was het of zich weer eens een nieuwe horizon aan het open stellen was met mijn muze Ephro. 

Helaas is niets wat het lijkt.

Een droom of een groot verlangen binnen handbereik heb ik nooit kunnen opgeven. Ik maak desnoods van de vijand men vriend om mijn doel te bereiken. Ik ben immers een vechter in hart en nieren. Ik weet ondertussen ook dat daar buiten in het donker een wenkende kaars is, terwijl ik verder kan dromen over hoe mijn droom uit te laten komen. Ook al zou ik moeten sterven om mijn gelijk te behalen dan is dat alsnog een zeer bewuste keuze. Wie niet waagt en vol weet te houden in zijn strijd zal ook niet winnen. Ik bekommer me niet langer meer om toeschouwers op de zijlijn want die gunnen je het brood op de plank niet eens. Ik luister nog slechts naar mijn innerlijke stem en weet dat ooit mijn doel in zicht komt. Ooit luisterde ik als een schoothondje naar mijn omgeving en bereikte niks. Dat probeerde ik ook in mijn relatie met Ephro en bereikte niks dan onbegrip en afkeer. Ik ben nu mijn eigen God met ongekende vermogens. Luister niet langer naar wat een ander voor me wenst want die verhult slechts de eigen wens tot persoonlijke genoegdoening. Je weet nooit de ware gevoelens van je medemens. Je weet ook nooit de leugens die ze verborgen houden. Ik heb in elk geval na moeilijke momenten mijn droom met Ephro niet opgegeven. Heb leren aanvaarden dat ze in meerdere werelden wenst te leven. Het is tenslotte haar eigen keuze wat ze bewerkstelligt. Mijn mening doet er niet langer toe. Er is liefde tussen ons en dat houdt me op de been. Dit terwijl anderen simpel schouderophalend hun mening angstvallig naar voor zouden willen brengen om de afgunst weeral eens hoogtij te laten vieren. 

De laatste jaren heb ik teveel keren alle vaarwatertjes moeten door zwemmen en het heeft me bloed en zweet en tranen gekost, en vooral verdriet, heel erg veel verdriet in extremis, en ik weet en voel dat er veel hoongelach en andere onmenselijke bullshit uit de monden gebraakt wordt over me. Ik zelf heb althans geleerd van mijn fouten maar sommigen beschikken blijkbaar over die gave niet en blijven zichzelf verstikken in hun zielige bekrompenheid. Omgaan met gedachtegoed van goed en kwaad kan blijkbaar niet iedereen. Dat maakt de mens in kwestie weinig uniek en zal zeker niet helpen in het bereiken van het eigen doel.

De onwetenden die mijn leven verstoren kweken alleen maar meer onwetendheid door resultaat gerichte haat te zaaien omtrent zaakjes waar ze zich veel beter niet zouden mee bemoeien. Het is het gebrek aan kennis dat onwetende mensen fel en achterdochtig maakt, tot het punt waarop ze vijanden worden van mensen met andere ervaringen. Alles wat niet past in hun aanvaardbaarheidspatroon is een reden voor een conflict, dat best kan worden opgelost, maar niet als dit betekent dat ze moeten toegeven. Onwetendheid maakt de mensen in kwestie assertief genoeg om eenzijdig beslissingsrecht uit te oefenen, zonder rekening te houden met de gevoelens van de benadeelde partij. Of dat terecht is en zonder meer aanvaard moet worden is zeer de vraag.

Wetenschappelijk heeft men het over het Dunning-Krugereffect, dat een vorm van onjuiste zelfperceptie is.

Deze stelling verwijst naar mensen uit mijn omgeving die de neiging hebben om te overschatten hoeveel ze weten. Het maakt niet uit of het gaat om de hoeveelheid kennis die ze veronderstellen te hebben, of de zekerheid waarmee ze hun persoonlijke meningen vermengen met onweerlegbare feiten.

Zich hechten aan de verkeerde, zogezegd omdat er ooit, heel erg lang geleden, wat fout is gegaan in diens leven, is iets wat men als mens kan overkomen. Vaak is de hechting het resultaat van een innig gevoel voor elkaar wat niet wordt goedgekeurd door mensen uit de onmiddellijke omgeving. Die mensen bepalen uiteindelijk het toekomstige lot van de beide partners zonder zelf op de hoogte te zijn van hoe de situatie onder de geliefden in werkelijkheid is. De resultaten die de onwetenden behalen zijn vaak nefast voor de betrokkenen en resulteren heel erg vaak in een moeizame en zeer pijnlijke scheiding tussen de beide geliefden. Nochtans zijn ze bewust bezig met hun relatie en voelen een diepe en oprechte verbondenheid. Dit is een gezonde relatie en het koppel bezit de kwaliteit om op een goede manier afspraken te maken zonder dat dit moet uitmonden in ruzie. Intimiteit en seks zijn belangrijk en ze onderhouden de relatie op een opbouwende manier. 

Wijsheid is onderscheid kunnen maken tussen goed en kwaad.

In het verleden zijn goedaardige mensen vaak bekritiseerd en op de brandstapel terecht gekomen omwille van achterdocht en bijgeloof. Zo ook Socrates die later dan weer geëerd werd om wie hij was. Het kan verkeren zegt men dan. Ik plaats hieronder een schrijfsel van Wendy Nikolidakis daar ik het niet beter kan verwoorden hoe iemand terneer werd geslagen door zijn omgeving en dit zeer onterecht.

Socrates is één van de bekendste Griekse filosofen. Hij werd in het jaar 470 voor Christus in Athene geboren en stierf in het jaar 399 voor Christus nadat hij veroordeeld was voor Godslastering en voor bederf van de jeugd. Eigenlijk werd hij door politici aangeklaagd en veroordeeld omdat hij hen, door gebruik van zijn taal en methodiek, in een moeilijke positie bracht.

Socrates stond bekend om het feit dat hij, door veel vragen aan zijn gesprekspartners te stellen, hen wijzer maakte. Samen probeerden ze de waarheid te ontdekken. Hij deed alsof hij niets wist en stelde vragen totdat, door middel van deze vragen en het gesprek, zowel de gesprekspartner als hijzelf slimmer werden. Socrates wordt beschouwd als de grondlegger van de moraal. Hij zocht altijd naar de waarheid, naar rechtvaardigheid, naar ethiek, naar eerlijkheid en hij gaf les ter bevordering van het zelfbewustzijn. Voor Socrates was filosofie een sociale activiteit, een gesprek tussen twee of meerdere mensen die op zoek zijn naar kennis. Velen konden er niet tegen, want het leek alsof hij ze belachelijk wilde maken, maar dat was niet zo. Socrates was een goedaardige man die anderen iets wilde bijleren.

Niemand heeft uiteindelijk het recht te beoordelen en te veroordelen.

De wijze waarop degenen die veroordelen zelf in het leven stonden in hun jonge jaren speelt een grote rol. Gelukkig is ook uit onderzoek gebleken dat onveilige hechtingsstijlen veranderbaar zijn en ook een positieve werking kennen op de betrokken personen. Veroordelingen over de hechting die onveilig genoemd worden, komen vaak voort uit een angstsamenleving en persoonlijke problemen en kunnen bijvoorbeeld ontstaan doordat degenen die de relatie beoordelen en veroordelen ten tijde van hun eigen opvoeding zelf teveel problemen hadden. Denk aan een situatie waarin moeder depressief was, zelf een scheiding kende, of vader aan de drank was, teveel zorgen kende, zich volstortte in zijn werk of andere zaken die tot gevolg hadden dat ze hun geloof in de medemens de dieperik in zagen gaan. Het zou weleens kunnen dat veroordelende ouders of andere omstaanders het sowieso lastig vinden om met dergelijke emoties en behoeftes om te gaan. Bijvoorbeeld omdat ze dat zelf nooit geleerd hebben.

Gelegenheden om over anderen te oordelen zijn er steeds. Toch moet men als veroordelende partij steeds indachtig zijn dat het lot zich kan keren. Dat met andere woorden de uitgesproken veroordelingen zich kunnen keren. Iemand bekritiseren kent meestal kwalijke gevolgen daar de betrokken persoon zijn imago en huidige leefomgeving gekwetst raakt. Een medemens beoordelen en veroordelen zegt altijd iets over de persoon in kwestie. Voor velen is oordelen een soort verslaving waar ze moeilijk van af raken.

De mens is het wreedste, meest egoïstische, en fundamenteel oneerlijkste dier welke op de aarde rondloopt!

Dat ervaar ik elke dag weer, dat de meeste mensen onder ons trots op zichzelf zijn omdat ze zich eerlijk en betrouwbaar vinden. Zo ook de mensen uit mijn onmiddellijke omgeving. De werkelijkheid laat zien dat ze fundamenteel oneerlijk zijn. Mijn ervaring is dat veel mensen zonder meer in staat zijn een leugen te vertellen of een waarheid te verbergen terwijl ze van zichzelf blijven geloven dat ze eerlijke mensen zijn. Dat maakt dat ik elk mens zie als een potentieel gevaar. Er zijn altijd wel moeilijke situaties die kunnen worden opgelost door een beetje oneerlijk te zijn. Dat is nog aanvaardbaar. Maar leugentjes voor bestwil zijn echter de groeistoffen voor extreme oneerlijkheid die uiteindelijk het vertrouwen kapot maakt. Oneerlijkheid is eigenlijk een vorm van mishandeling. Oneerlijk zijn tegen iemand betekent dat ze niet van belang zijn. De dingen worden zelfs nog ongezonder wanneer dit zich voordoet in een wrede en koude stilte. Het slachtoffer weet dan niet hoe hij dit moet interpreteren.

We moeten erkennen dat het kwaad in elk van ons aanwezig is.

Emotionele mishandeling middels oneerlijkheid in relaties komt vaker voort dan gedacht, is een proces van psychologische vernietiging waarin de emotionele kracht van een persoon volledig geschonden wordt. Het is zeer de vraag of er ooit een tijd zal komen dat de mensen uit mijn onmiddellijke omgeving zich zullen schamen voor hun oneerlijkheid. Dat ze hoofdschuddend zullen terugdenken aan het oogluikend toegestane leed verricht met hun medeweten. De mens zoals ik die leerde kennen van bij mijn geboorte is niet meer de vasthoudende entiteit, voortgedreven door de zorg voor zijn directe omgeving. De mens heden ten dage is een fundamentele oneerlijke eenheid van kwaad geworden dat oneerlijk kan zijn op een legale manier, gedwongen om zich aan een maatschappij aan te passen, met zulke uitgebreide grenzen, dat zijn zelfgevoel is weggezakt en zijn persoonlijke doelen hem vaak nutteloos voorkomt en slechts dient om te overleven en geld te verdienen. Onze ogen hiervoor sluiten is ongepast en niet toelaatbaar. Toch doen we het elke dag weer. We leven blijkbaar in een wereld waarvan we geneigd zijn de grenzen constant te overschrijden.

Het bijstander effect

Een bekend voorbeeld dat beklemmend aantoont dat we eigenlijk allemaal alleen staan en fundamenteel oneerlijk zijn is het bijstander effect, Een duidelijk signaal dat er met de huidige samenleving heel wat aan de hand is is het geval van Kitty Genovese. Het verhaal luidt als volgt: Deze vrouw werd midden op straat vermoord door een man. Deze aanval zou ongeveer 30 minuten geduurd hebben. 38 mensen waren tijdens de aanval langsgelopen zonder ook maar iets te doen.

Oneerlijkheid zoals ik het ervaar heeft dezelfde kenmerken als het bijstander effect. We vertellen onze omgeving wat we willen dat ze geloven en kijken de andere kant op voor de problematiek zoals ie is. In mijn persoonlijke kring is eerlijkheid een must maar ik moet toegeven dat die persoonlijke kring uit slechts vijf mensen bestaat, incluis mezelf dan nog wel, en ene ervan is slechts relationeel verbonden en geen familieband. Een buitenstaander om zeggend. En het is ook zo dat ik de werkelijkheid die ik in werkelijkheid zie verborgen houd voor mezelf. Dat ik graag wil dat mijn kennissenkring eerlijk en betrouwbaar is maakt van mij daarom nog geen manipulatief persoon. Het betekent echter wel dat ik weet wat ik wil en al voldoende tijd verspilt heb aan mensen die het niet eens waard zijn. Het begrenzen van het geduld kan ervoor zorgen dat we alleen tolerant zijn ten opzichte van dingen die dit verdienen. En gelukkig maar want dagen, maanden, of jarenlang opgescheept zitten met leugenaars, arrogante mensen en mensen die duidelijk niet het beste met me voor hebben, is ook niet bepaald geweldig.

Als ik alles goed bestudeer om mij heen dan lijkt het of mijn omgeving me voortdurend vertelt dat ik me als een gewaardeerd merk moet presenteren, dat zo aantrekkelijk als mogelijk moet lijken naar anderen toe. Dat ik een vlekkeloos profiel dien te bezitten vol van schone schijn. Wij de mensdiertjes moeten onszelf verkopen alsof we een product zijn dat net uit de verpakking komt. Daartoe worden alle middelen ingezet opdat het product kan verkocht worden.

Maar goed. Liefde is blijkbaar een gemeen goed!

Ik blijf, niettegenstaande de teleurstelling van het “blijven geven” geloven dat er alsnog ergens mensen zijn die zorgzaam omgaan met de gevoelens van de ander. Moet dat perse een relatie zijn waar seksualiteit een deel van is? Misschien, maar niet altijd noodzakelijk. Soms is de liefde en de vriendschap te kostbaar.

Hebben we niet allemaal en evenzeer ons eigen ingenomen zienswijze en ervaringswereld? Elk leeft teveel met het besef welke hem is toebedeeld. Doelende op het feit dat elk leed teveel is en niemand het hoeft te ontvangen. In sommige relaties is het wederzijds respect heel erg zoek geraakt en is het uiterlijk vertoon van veel groter belang dan de gezamenlijke zorg. Liefde is meestal en voor vele een eigendomstitel. Mijn lief, mijn eigendom. Echte liefde moet iemand vrij laten wat betreft willen of niet willen binden. ik ben even bang dan elk ander dat deze droom van tederheid, van liefde, niet genoeg is. Wat als de tegenstaande pijn heeft wanneer de ene niet meer in staat zou zijn genoeg van zichzelf te geven. Bestaat er wel een liefde die een hele leven lang kan blijven? Met twee zijn en op hetzelfde tempo evolueren door het leven met dezelfde visie lijkt mij heel moeilijk. Bovendien zijn er kinderen die moeten beschermd worden want zij zijn al genoeg gekwetst geweest en hebben het al moeilijk om vele gebeurtenissen te plaatsen, wat als en al die andere vragen.

Misschien heb jij een rare indruk met wat ik schrijf. Maar gewoon wou ik zeggen dat als je liefde geeft wil dat niet zeggen dat je liefde kan verwachten. Als een van de twee meer liefde geeft gaat de andere afzien. En als je iemand graag hebt wil je niet dat hij of zij gaat lijden. Dan denk je dat het beter is van geen pijn te doen en blijft alleen. Ik zelf ben waarschijnlijk te weinig egoïstisch en hou in gedachten dat perfectie niet bestaat. Natuurlijk dat uiterlijk niet telt, en natuurlijk dat je je niet moet laten strikken door die idyllische beelden die verkocht worden. Maar liefde blijft toch in dezelfde richting kijken en het is juist dat die zo moeilijk is.

In mijn onmiddellijke omgeving ken ik nochtans serieus wat koppels die voor mij een voorbeeld zijn. Niet dat ze telkens samen even snel evolueren, al vind ik dat wat raar uitgedrukt. Ze hebben ook niet altijd dezelfde doelen, en hun meningen liggen soms mijlen ver uiteen. Toch zijn ze een eenheid en een baken. Ik zat laatst op de trein achter een koppel, beiden in de tachtig, en dan zag ik, bij het opstaan, dat hij heel liefdevol zijn arm rond haar middel legde en haar ondersteunend naar zich toe trok. Soms moet het niet meer dan dat zijn. Wie die kleine dingen niet ziet, mist echt veel. Het moeten niet altijd rozen zijn, of een urenlang voorbereidde vijfgangenmenu. Er moet niet altijd urenlang gepraat worden, of wandelen tegen de ondergaande zon. Dat dringt de reclamewereld en media ons op. Het gaat erom dat je elkaar telkens weer ontmoet in de dagelijkse beslommeringen. Samen soms uitgeteld op de bank, nadat het werk gedaan is en de kids in bed zijn, weten dat je bij elkaar jezelf kan zijn, haren in de war, geen perfecte make-up, elkaars kousen aan, want die zijn warmer, en weten dat dat allemaal gewoon kan.

Ik weet nu uit ervaring dat je best geen nieuwe relatie aangaat zolang het oude zeer nog aanwezig is. Dat is niet fair voor de nieuwe partner, die kan nooit jouw wonden zo schoon likken als je zou willen. Dan ligt er al een ballast op die relatie die nooit te dragen is. Beter eerst het oude afgeven aan het verleden. Ik weet, makkelijker gezegd dan gedaan. Maar sta er eens bij stil. Zolang je het verleden, en dan vooral de pijn uit dat verleden blijft vasthouden, blijft koesteren omdat je vindt dat je het recht hebt zelfmedelijden te hebben, kwets je alleen maar jezelf. Denk je dat de ander daar ook maar iets mee inzit? Dus je verplicht jezelf om een rugzak te dragen die je alleen maar afremt en afsluit van mooie momenten, fantastische mensen en ongekende kansen.

Wat mij persoonlijk betreft, het gezegend gevoel de liefde van een vrouw te kennen die niet wil dat men hart lijdt is heel af en toe mijn leefwereld. Hebben we in deze niet allemaal ons eigenste zienswijze en ervaringswereld en moeten we dat niet leren aanvaarden. Elk leeft immers met het besef welke hem is toebedeeld. Doelende op het feit dat elk leed teveel is en niemand het zou hoeven te ontvangen. Een vaste relatie is er pas een als er net geen slaaf is, als beiden hun eigenheid behouden en zo elkaar kunnen verrijken. Van zodra je jezelf veranderd voor de ander, klopt er iets niet. Maar, en daar is het addertje, dan moet de ander ook zichzelf mogen blijven.

De ongewenste invloedssfeer en vertrouwen

Mensen vertrouwen is nooit mijn sterkste kant geweest en zal ook nooit mijn sterkste kant worden. Dit om de simpele reden dat mensen niet te vertrouwen zijn daar de mens zich met elk andersoortige wil verbinden. Dus stel gerust vast dat ik als auteur van dit schrijfsel uiterst bevooroordeeld ben ten opzichte van mijn medemens. Persoonlijk vind ik de mens het gemeenste beestje wat er is, mezelf incluis.

Het is wel bekend dat een negatieve invloedssfeer het gedrag van een mens verandert als gevolg van de consequenties die dat gedrag heeft. Gedrag is een respons op een prikkel en heeft altijd consequenties die de waarschijnlijkheid beïnvloeden. Het bestraffen van ongewenst, en het belonen van gewenst gedrag zijn de bekendste condities om mensen van gedrag te laten veranderen. Dus als er genoeg op de betrokken persoon wordt gehamerd zal deze zijn gedragswijze automatisch veranderen. Daarom is het belangrijk om uit deze spiraal te stappen. Helaas is de beste manier om van gedachten te veranderen de negatieve invloedssfeer te veranderen bij de bron. Mensen die een ander zijn leven proberen te beheersen zijn meestal toch niet erg respectvol. Controlerende persoonlijkheden, zeker ten opzichte van een ouder persoon, hebben vaak persoonlijke problemen. Het is belangrijk te weten dat als je je eigen leven wilt kunnen leven zonder dat deze controlerende persoon je dwarsboomt je moet erkennen dat zij een probleem hebben.  Als je met een dergelijke soort leeft blijf je meestal hun gedrag spiegelen en is het best dit patroon te doorbreken.

Vertrouwen is een nogal complex begrip. Het kan slaan op objecten, mensen, organisaties of systemen. Omdat vertrouwen plaatsvindt in een anticipatie op de toekomst, is er altijd sprake van onzekerheid. Maar helaas, wanneer we alles zouden kunnen weten is vertrouwen niet meer nodig. Onzekerheid is inherent aan ons bestaan en maakt ons daarom nogal kwetsbaar. Uitgaande van deze onzekerheid kunnen we vertrouwen definiëren als: de bereidheid de eigen kwetsbaarheid te accepteren, gebaseerd op de positieve verwachtingen van andermans intenties en gedrag. Vertrouwen heeft in zowel sociale als psychologische zin verschillende connotaties. De meest gangbare vorm van vertrouwen omvat doorgaans het volgende aspect: Vertrouwen is de verwachting dat iemand je niet in de steek laat, ook al is dat mogelijk. Er is sprake van vertrouwen als je afhankelijk van iemand bent voor iets dat belangrijk voor je is dat je niet volledig kan controleren, noch met zekerheid kan voorspellen. Vertrouwen is de bereidheid het risico te lopen dat iemand al dan niet bewust iets verkeerd doet.

Nochtans hebben we er als mens zijnde alle baat bij het vertrouwen te verdienen binnen een netwerk van gelijkgestemde zielen. Als je een vitale en betrouwbare schakel bent moet je beseffen hoe belangrijk je bent voor de andere partij. Maar vertrouw nooit blind in iemand want dat zal zeker geschonden worden. Het is altijd opletten geblazen wanneer iemand zich ontegensprekelijk dommer voordoet dan hij of zij is. Wanneer zoiets gebeurt moet men zoeken naar een verborgen agenda.

De keerzijde van vertrouwen is dat het gevoelig is voor verraad. En of mensen te vertrouwen zijn daar verschillen de meningen uiteraard sterk over. Het mensbeeld dat iemand heeft bepaalt hoe tegen vertrouwen wordt aangekeken. Vertrouwen staat of valt met goede intenties over en weer. Als een bewuste inbreuk is gemaakt op deze goede intenties, vervalt de basis voor het vertrouwen en ontstaat wantrouwen. Van te voren moet duidelijk zijn dat vertrouwen niet gratis is en dus niet zonder gevolgen bewust geschonden kan worden. Er kunnen sancties uit voortvloeien die wel effectief afschrikwekkend zijn. Bij sancties kan naast directe sancties gedacht worden aan meer indirecte sancties zoals het opzeggen van de samenwerking, intensiever controleren, laten ontstaan van reputatieschade en meer. Beide partijen moeten wederzijds investeren in vertrouwen en er duidelijk iets voor over hebben om de vertrouwensrelatie te continueren.

Vertrouwen hoort het cement van de samenleving te zijn. Maar wij mensen zijn vreemd want ons vermogen is zeer beperkt. Ik ben dan ook zeer sceptisch over de verbindende kracht van dat zogenaamde vertrouwen. We geven elkander immers steeds minder vertrouwen in het dagelijkse leven. Tegelijkertijd delen we wel makkelijker persoonlijke informatie via sociale media met compleet vreemden. Vaak zonder dat we stilstaan bij het inzicht dat dit kan leiden tot onvoorziene omstandigheden. Enerzijds kunnen we vertrouwen beschouwen als een mogelijkheid onzekerheid te bedwingen. Als we vertrouwen zo bezien, dan hangt dit sterk samen met het verlangen risico’s te verkleinen. We blijven dan zoveel mogelijk informatie verzamelen om de onzekerheid die overbrugd moet worden zo klein mogelijk te maken.

Afwijzing en pijn

Vaak stel ik me de vraag wat al die afwijzing ten opzichte van mijn persoon teweeg heeft gebracht. In deze probeer ik terug te gaan naar de gevoelsmomenten die me overrompelden tijdens de afwijzingen die ik heb moeten ondergaan. Jarenlang heb ik mijn hart open gehouden voor mensen die geen interesse in me hadden, me bedrogen en belogen. Ik stortte me met volle overtuiging in het leven van mijn medemensen en had het gevoel er echt voor elkaar te zijn. Acceptatie en de nood om ergens bij te horen zijn belangrijke menselijke basisbehoeften. Ergens bij horen helpt om een identiteit op te bouwen en zin in het leven te vinden. Ook sociale binding is van groot belang in een mensenleven, door middel van deze bindingen bieden mensen elkaar steun. Wanneer de sociale binding weggenomen wordt ontstaan weinig ontziende creaturen. De depressies, angst, eenzaamheid en kwaadheid waarmee ik tot op de dag van vandaag mee leef zijn de gevolgen van sociale uitsluiting. Wanneer mijn stress-systeem de gaspedaal indrukt gebeurt er heel wat met mijn gedachten en overtuigingen, zie ik de goede bedoelingen, van wie het wel goed met me voor heeft, niet eens meer. Het is leven in een voortdurende verhoogde waakzaamheid waarbij kan gedacht worden aan pijn als een ergerlijke bron van frustratie. 

Zelfzorg, zelfregulatie

Afwijzing leidt tot een verscheidenheid aan negatieve effecten, zoals stress en gedragsproblemen. Het maakt een groot verschil om te kunnen gaan met de eigen gevoelens in deze materie. Zeker wanneer tijdens het dagelijkse leven ervaren dient te worden dat egoïsme bij de mens hoogtij viert. Mildheid naar mezelf toe is bijzonder wenselijk tijdens momenten van medelijden om wat ik geworden ben. Het maakt een groot verschil met deze afwijzingen te leren omgaan. Dit houdt in dat ik deze afwijzingen kan zien als een eigenschap, en als een talent en kracht kan ervaren en inzetten.

Gevoel verwerpen kan enorm pijnlijk zijn. We zijn opgegroeid in een maatschappij waar erbij horen heel gewoon is. We zijn met ons allen wel opgeleide mensdiertjes die zich geaccepteerd willen voelen. Acceptatie van anderen bereiken is het voornaamste doel in een mensenleven, zo ook in het mijne. Wanneer door afwijzing niet of onvoldoende aan deze fundamentele behoefte wordt voldaan heeft dit vaak negatieve gevolgen voor zowel mijn fysieke als psychologische welbevinden.  Als vaak bekritiseerde persoon, en de worsteling met het gevoel niet voldoende op waarde te worden geschat, ben ik veel gemotiveerder om mijn sociale imago te herstellen door nieuwe relaties te vormen of relatief zwakke relaties te versterken. Blijkt wel uit studies dat afgewezen mensen zich vaker kwaad, agressief en antisociaal gedragen. Het kan leiden tot een vicieuze cirkel, waarbij afwijzing tot  agressiviteit gaat leiden, wat vervolgens leidt tot nog meer afwijzing. Met dit besef indachtig sta ik als betrokkene hoger op de drempel van zelfregulatie, en kan men mij beschouwen als een blaffende gangster dat wel degelijk bijt.

De moord op mijn geweten

Dé conclusie die ik openbaar is dat iedereen, heel de samenleving en al zijn actoren en instellingen, zich moeten bezinnen over hun rol in de samenleving. Zowel autochtone als allochtone bevolkingsgroepen, politici, politie en gerecht, media én religieuze instanties hebben in min of meerdere mate bijgedragen tot de huidige situatie bij mensen als mezelf. De maatschappij riskeert op korte of middellange termijn hun huidige houding als een boemerang in het gezicht terug te krijgen. Door stereotypering in de samenleving wordt meer dan ooit bewezen hoe stigmatisering mensen als mezelf op de rand van de afgrond brengt en zich gaan bewegen in kringen die maatschappelijk niet aanvaardbaar zijn.

Sociale afwijzing zet aan tot bewuste keuzes en blijft mijn persoonlijkheid beïnvloeden gedurende mijn verdere levensloop. Iedereen heeft een levensloop en die word grotendeels bepaald door invloedssferen waar men zelf niet verantwoordelijk voor kan worden geacht. Deze verandering in mijn persoonlijkheid komt alleen tot stand omdat ik dat als persoon zelf ook wil. Dit keerpunt in mijn leven wordt in de criminologie gedefinieerd als een levensloopgebeurtenis die een daadwerkelijke en blijvende verandering in de levensloop creëert. Keerpunten zijn belangrijk om zich los te maken van een ongewenst verleden maar die kansen om een keerpunt teweeg te brengen moeten wel mogelijk worden gemaakt door de medemens. Sociale wetenschappers veronderstellen dat de rol van familie belangrijk is, en dat door  afwijzing de invloed in de opvattingen, normen en waarden van de afgewezene negatief beïnvloed worden. Volgens statische theorieën hebben sociale bindingen een positieve invloed op het gedrag van een individu. Dat maakt me als afgewezene slachtoffer, en voor de moord op mijn geweten kan een schuldige aangewezen worden.

Door afwijzing is er diep binnenin mezelf een grijs gebied ontstaan waar mijn verstand geen weet van heeft. Soms weigert mijn verstand zelfs om de feiten onder ogen te zien. Psychologen en psychiaters erkennen het feit dat sommige emotionele verwondingen zo pijnlijk zijn, dat het verstand weigert er aandacht aan te geven. Mijn verstand negeert gewoon dat specifieke gebied, en resulteert in het feit dat ik me soms voor lange tijd afkerig houd van het mensdom. 

De verbondenheid met de samenleving ben ik kwijt

Verandering in de leefstructuur is een traumatische ervaring, die alle leden van mijn gezin raakt, incluis mijn Ephro, en in het bijzonder de kinderen opdat het hun levenskwaliteit negatief beïnvloed. Mijn kinderen die dienen op te groeien in een gezin waarin zich blijvend conflicten afspelen omwille van mijn verleden, en ondervinden op verschillende vlakken aanpassing- en ontwikkelingsproblemen. Dus kan men stellen dat door afwijzing niet slechts ikzelf slachtoffer ben maar mijn complete leefomgeving. Dat stemt tot nadenken, en het nemen van beslissingen. Een sociale bijdrage van mijn onmiddellijke omgeving verwacht ik niet meer daar ik weet dat elk maatschappelijk instituut meer begaan is om statistieken, het eigen belang en de kwaliteit van het gezin geheel miskent. 

Haast alle kinderen, die ik persoonlijk ken, heden ten dage komen in de problemen omdat ze moeilijk kunnen voldoen aan de eisen die het leven aan ze stelt. Ze leven steeds meer in aparte werelden. Ze begrijpen de zienswijze van ons ouderen met hun voortdurende egoïstische eigen belang niet meer, of zijn zich daar niet langer van bewust. Hier kan men spreken van een groeiende sociale kloof. De sociale media waar ik als als ouder geen vat op heb beïnvloed hun perspectief op de wereld, hun houding en gedrag. Het effect in hun interactie met de medemens merk ik dagelijks op. Uitingen van afwijkend gedrag vinden volgens onderzoekers hun oorsprong in verschillende gebieden. Waar in het verleden voornamelijk werd gekeken naar biologische of economische aanleidingen, is er een groeiende interesse naar de invloed van de sociale media. De verbondenheid waar elk het zo graag over heeft is er nog enkel via scherm, chat. Kinderen laten hun ouders op vroegere leeftijd los omdat de verschillen steeds groter worden tussen jong en oud. Men kan stellen dat het altijd zo geweest is maar dat is niet zo. De invloeden die kinderen ondergaan via sociale media zijn groter dan op ouderen het geval is. Ouderen nemen eerder afstand van ontdekkingen op het internet dan kinderen doen. Die zijn nog meer verbonden aan het ouderwetse thuis voor de buis zitten kijken naar series, films, soaps, die aangevuld worden met reclames over hebbedingetjes en ander. 

De kinderen van nu voelen zich in de steek gelaten

Ondertussen hebben de beleidsmakers van ons land  zich uitgesproken tegen jongeren die een beetje de zelfkant van de maatschappij kiezen, tegen kinderen nota bene die hun eigen identiteit zoeken in deze verwarde technologische maatschappij, ze niet langer te ondersteunen in hun zoektocht. Deze uiting is onrustwekkend daar ik de laatste tijd veel jongeren in instellingen zie verdwijnen. Wij mensen beweren dat we sociale wezens zijn, die elkaar nodig hebben, elkaar helpen als het nodig is. Alleen, als we elkaar nodig hebben laten we elkaar in de steek. Dat blijkt ook nu weer uit de laatste ontwikkelingen waar veel kinderen uit mijn leefomgeving de dupe van zijn.

Ook mijn kinderen worden door iedereen in de steek gelaten. Ze zoeken ondertussen hun eigen weg en voelen zich meer verwant met  jongeren behorende tot de beweging KXR die de kranten haalden en bestempeld worden als hangjongeren die enkel maar overlast veroorzaken. De jongeren hun positie word kwetsbaarder door het beleid dat de burgemeester van Oostrozebeke voert, door hun de mogelijkheid tot participeren te ontnemen, en weinig ontvankelijk te zijn. Sommige jongeren die thuis in een moeilijke situatie leven geloven uiteindelijk dat alles uiteindelijk al vastligt en dat ze geen keuze of mogelijkheden hebben om iets te ondernemen welke hun eigen leven ten goede kan komen. Het beeld dat van hen opgehangen wordt is simplistisch. Erbij horen in de gemeente Oostrozebeke kan niet, laten de beleidsmakers blijken. Zonder het te beseffen en door in vriendschap met hun soortgenoten om te gaan worden ze nu bestempelt als problematische personen.

Participatie is nochtans een geweldige hefboom om negatieve beeldvorming te doorbreken

Ze zijn jong, wonen in Oostrozebeke en aanpalende randgemeentes, hebben veel volgers op sociale media, komen in de buitenlucht als vrienden onder elkaar, maar worden niet aanvaard om wat ze zijn. Veel jongeren willen enkel laten zien dat ze een geweldig leven hebben maar dat word niet aanvaard. De aanpassingsproblemen die deze jongeren opgedrongen worden zijn dermate dat we daar straks nauwelijks nog vat op hebben. Deze jongeren zijn er altijd geweest en zullen niet vanzelf verdwijnen en hun aantal zal er absoluut niet minder op worden. Wij hebben als samenleving de morele plicht deze jongeren niet in de kou te laten staan. Jeugdvoorzieningen worden door veel nuchter denkende mensen als belangrijk beschouwd en dat is wat jongeren nood aan hebben. Een plaats waar ze kunnen samen komen om er van gedachten te wisselen en pleziertjes te beleven. Een plaats uit het zicht van de beschamende ouderen. Deze plaats word hun ontzegd en degene die hun daartoe wil bijstaan word monddood gemaakt door dreigementen van de politionele overheid die een storm veroorzaakt van wat stilte in de gemeente zou moeten brengen. De gemeente en politie laat de kwestie in Oostrozebeke te lang sudderen en mijn vrees is dat foute individuen zullen opdagen waar we geen heer en meester over zullen kunnen zijn. Eerder dan het probleem onder ogen te zien gaat men in een aanvalspositie met wie het goed meent.

Die ouderen weten het meestal beter en dat is niet zo

Ze klagen en verdragen niets want uiteindelijk gaat het enkel om klachten van ouderen die niet beter weten. Diezelfde ouderen hebben een vooroordeel over als jongeren buiten hangen, ze ervaren snel overlast als ze een groepje samen zien. Dat kan ik me wel voorstellen als ze staan te schreeuwen, maar niet als ze gewoon als groep bij elkaar staan. Ze zijn bang voor een groep jongeren, dat heb ik trouwens zelf ook, maar het is wel zo, dat is een vooroordeel. Ouderen zouden zich ook van dat vooroordeel bewust kunnen zijn, dat geeft minder angst en openheid. Natuurlijk doen jongeren in de ogen van ouderen soms dingen die niet kunnen, zeker als ze in groepsverband functioneren, ze willen dan ook graag stoer doen, dat is van alle tijden. Ze gedragen zich vrijer, worden mondiger, durven vaak eerder hun mening te geven. Deugd een jongere daarom niet en moet hem daartoe een plaats onthouden worden waar ze samen van gedachten kunnen wisselen? Een oudere heden ten dage gedraagt zich vaak als iemand die jongeren in een bepaalde negatieve hoek wil zetten, geen ruimte wil geven, altijd wat te klagen heeft. Van ouderen zou men verwachten dat ze een actieve inzet vertonen betreffende het oplossen van problemen die hunzelf aanbelangt. Eerder dan steen en been te klagen. Ouderen die klagen over jongeren die in de buitenlucht willen zijn kan men zien als intolerant vanwege hun leeftijd, star in hun denkpatronen, niet meer met hun tijd mee kunnen, niet eens meer wetende wat zij in hun jeugd allemaal deden.

Pleidooi voor elke jongere die zich in de steek gelaten voelt

Dit schrijven is meteen ook een pleidooi voor elke jongere welke graag met zijn vrienden erop uitgaat om gewoon eventjes van de buitenlucht te genieten. Of dat nou met het nodige vertier of niet is, met of zonder beatbox, het blijven jongeren die wild in het leven staan en daar ook alle recht toe hebben. Het leven hoort een feest te zijn. Zolang het goed gaat op school, ze hun sociale afspraken nakomen, interesses blijven houden in andere wereldse zaken, is er helemaal niets aan de hand. Duidelijkheid biedt veiligheid en dat is wat jongeren nodig hebben. Een jongere verwijten dat ie grenzen opzoekt is zoiets als het kind verwijten dat het kind is. Enkel door het aftasten van die grenzen weten jongeren te ontdekken welke waarden en normen echt belangrijk zijn in het hedendaagse leven.

Laat ze, laat ze hun manier van het leven beleven!

De keuze om te schrijven over rondhangende jongeren is sterk verbonden met mijn dagelijkse leefsfeer. Al sinds mijn jeugd bracht ik mijn vrije tijd door in de straten en pleintjes van mijn buurt. Zoveel verschilt de tijd van toen echt niet met de tijd van nu. Het is hypocriet van ons ouderen ons afkomst te verloochenen.Voorafgegaan door een oudere generatie rondhangende jongeren, claimden wij ook onze eigen hangplek in de buurt. De jeugd heden ten dage doet net hetzelfde.Kortom zijn jeugdbendes van alle tijden. Met dat verschil dat het heden nooit een herhaling kan zijn van het verleden. De discussie of een jeugdbende expliciet met delinquentie moet gepaard gaan is zeer verwarrend. Ik zou het liever hebben over stigmatisering van jongeren die hun weg zoeken in een weinig geordende maatschappij. Hier wil ik uit concluderen dat jeugdbendes niet zozeer een reële toename van jeugdcriminaliteit weerspiegelen, maar veeleer een extreem afnemende tolerantie van burgers en een strengere aanpak van overheden die daarop inspelen om de goegemeente gerust te stellen.

Iedere ouder wil zijn kind vanzelfsprekend goed en veilig opvoeden, maar in de loop der jaren zijn de opvattingen over de invulling daarvan behoorlijk wat veranderd. De tijd van toen is niet langer de tijd van nu, want wat toen kon lukt vandaag niet eens meer. De overtuiging dat je als ouder de grenzen duidelijk moet stellen is achterhaald. Jongeren kennen hun grenzen waarschijnlijk beter dan onszelf, verleggen hun grenzen meer omdat er meer mogelijkheden zijn waar ze gebruik van maken. Zie het zo, wij, de ouderen, kennen wel het sociale netwerken, maar hun zijn zoveel verder dan wij dat zijn. Televisie is niet meer in, alles wat hun hart bekoord is te zien op YouTube, enzovoort. Een kind heeft heden ten dage zoveel te verwerken. De serie misdaaddokters op de VRT liet me verstaan dat een kind voor zijn 18e levensjaar 250.000 keer een moord heeft zien plegen op het internet. Hoe wil je die negatieve invloeden stoppen? Die taak is trouwens aan de overheden maar die kunnen het orgaan wat het internet is niet eens meer stoppen noch controleren. En er is niemand die nog bij machte is zijn kind de smartphone, tablet of computer af te nemen. En doe je dat en gaan ze buiten zijn er altijd niet deugdzame invloeden en zelfs ouderen die klagen over wat ze dan weer hangjongeren noemen. De rondhangcultuur bij jongeren wordt te vaak omschreven als een straatcultuur die gepaard gaat met delinquentie en overlast.

Het egoïsme viert weer hoogtij!

Laat ons stellen. Leidt rondhangen als vrijetijdsbesteding tot antisociaal gedrag bij jongeren? Is het in Gods naam niet eens meer mogelijk om es een positieve noot te fluiten als het om jongeren gaat die graag chillen met elkaar? En welke invloed heeft het gezin en de schoolomgeving op het vrijetijdsgedrag van die jongeren? Bitter weinig, stel ik vast, want jongeren horen vrij te zijn in hun denken en handelen. Buiten hangen is immers beter dan thuis te zitten kniezen en invloeden te ondergaan die minder maatschappelijk correct zijn dan in de gezonde buitenlucht vertoeven onder vrienden. Moeten ze het voorbeeld van de ouderen volgen dan en thuis aan de buis gekluisterd zitten kijken naar reclames, voorgekauwd nieuws, Familie en dies meer? Laat ze dus, laat ze hun eigen gang maar gaan want met hangen en chillen is geen mens vermoord of welk ander crimineel feit gepleegd. De vrije tijd die jongeren besteden buiten de school- en gezinssfeer is hun eigen vrije keuze en een wereld op zichzelf waar volwassenen weinig directe bemoeienis mee dienen te hebben. Die eigen vrijetijdssfeer biedt tenslotte de jongeren een sociale ruimte waarin ze kunnen experimenteren met sociale rollen en vaardigheden.

De invloed die ik als ouder heb op de ontwikkeling van mijn kinderen wordt overschat.

Blijvende effecten van gezinsopvoeding op de persoonlijkheid en ontwikkeling van mijn kinderen zijn beperkt. Het is een wijdverbreid misverstand, en het  gevolg van een momentopname inzake een situatie. Het is een foute bewering dat de ouderlijke macht nog zover kan reiken dat het het kind in kwestie erdoor beïnvloed kan worden. De invloeden van buitenaf zijn te groot en de beleidsmakers van dit land laten ouders in de steek betreffende hulpverlening, alsook de personages uit de onmiddellijke omgeving geven er gauw de brui aan omdat het eigen belang overheerst. Met deze boodschap hoop ik een psychose te ontketenen in het hoofd van elk wie de kinderen van nu in de steek laat. Wat niet wil zeggen dat ik de schuld in mijn medemens zijn schoenen wil schuiven. Het is ook mijn verantwoordelijkheid en enkel een oproep dat zou kunnen leiden tot meer verdraagzaamheid en begrip ten opzichte van onze jongere medemens die straks verantwoordelijk is voor onze verdere toekomst. Wetenschappers, beleidsmakers, journalisten, beroepskrachten en ouders van nu, en in de toekomst, moeten es gaan nadenken en zich herbronnen over het wel en wee van de jeugd van heden.

Wij als ouders zijn belangrijk, maar we zijn echt echt niet de enige invloed tijdens hun zoektocht naar hun eigen identiteit of volwassenheid. De kinderen zelf hebben de meest cruciale rol in de ontwikkeling naar zelfstandigheid. Men kan het allemaal goed menen maar eens ze buiten gaan spelen zijn de invloeden veel frequenter, zeker als ze dan ook nog es hun smartphone meenemen en de informatie die ze opzoeken delen en bespreken met hun soortgenoten. Eerder dan te oordelen is het noodzakelijk eens stil te staan bij het hoe en waarom, en dat er meer aandacht wordt geschonken voor de betekenis die kinderen en jongeren voor elkaar hebben, voor de invloeden die ze uitoefenen op elkaar. Dat er bewegingen als KXR ontstaan is een signaal naar elke overheidshoudende instantie toe. Blijkbaar hebben ze elkaar nodig om een weg te vinden in een wereld die complex is geworden en hun van keuzemogelijkheden onthoudt. Wie niet open staat voor dergelijke ontwikkelingen kan zich maar beter gelijk de strop om de hals hangen. Met opgeheven vinger en moraliserende toon hoeft men bij de jongeren van vandaag niet meer aan te komen. Die verwijten ons terecht dat wij de ouderen zijn en verantwoordelijk voor wat zich in de wereld afspeelt, en terecht. Dus diezelfde jongeren in de steek laten is op zich een misdaad dat niet goed te praten is. Nu is het wel zo dat wij als ouderen niet compleet verantwoordelijk kunnen gesteld worden voor de wandaden die de overheidsinstanties hebben aangericht bij volkeren overal ter wereld. Het zijn hun, de beleidsmakers, die de ouders, van de kinderen van nu, opzadelen met alles verontwaardigende, mensonterende, schuldgevoelens en onmacht. Als kinderen een actieve en bindende rol vervullen binnen een eigen groepering, om te ontsnappen van de door ons aangerichte miserie, voor de steunende, informatieve en adviserende betekenis die ze voor elkaar hebben, en ook voor het plezier en geluk dat ze aan elkaar beleven, dan is dat hun goede recht. Dan is het omdat ze intelligenter zijn dan ons en niet willen verstikken in de miserie, niet de ogen sluiten voor elkaar, er zijn voor elkaar, elke dag weer, en niet heel af en toe eens. Aandacht en begrip voor elkaar is een ontbrekend iets in de huidige leefwereld van veel ouderen. De ogen gesloten voor het leed van die ander is een must heden ten dage. Houdt men de ogen open is men een zonderling en het onderwerp van spot en vergelding. Dat is mijn ervaring althans.

Wil de samenleving passieve teruggetrokken mensen

Op een positieve en constructieve wijze een probleem tegemoet zien, zonder de ogen te sluiten, is iets wat nog moeilijk haalbaar lijkt. Liefde en vriendschap is iets wat centraal zou moeten staan in een mensenleven maar bij velen onder ons de ontbrekende factor is. Zelf heb ik het ook steeds moeilijker ondersteuning te bieden inzake een problematiek waar ik geen of weinig hulp bij krijg. Mogelijkerwijze ga ik ook nog struisvogelpolitiek uitoefenen in een later stadium van de opvoeding van mijn kinderen. Na jaren alleen gezorgd te hebben ervoor is Ephro wel in mijn leven gekomen maar ik ervoer dat ze niet de mogelijkheden bezit om haar liefde voor ons daadwerkelijkheid naar de praktijk om te zetten. De invloedssferen die haar leven beheersen zijn te overtuigend. De laatste schakel naar een gelukzaliger leven doet me besluiten dat ik het niet nog langer wil dit leven in deze armetierige wereld, met mensen om mij heen die zich heel anders voordoen dan ze in werkelijkheid zijn, met mensen die je het brood op de plank niet gunnen, met mensen die niet eens beseffen dat het geluk hier en nu kan zijn, best te delen is. Zelfmoord plegen zal ik niet maar er komt een dag dat ik heen zal gaan in mijn stilte en met me mee zal nemen mijn verdriet en berouw. Dan hoop ik dat ik tijdens deze aftocht de traan op de wangen kan zien van wie me ooit zal missen. Als een plat getrapte mier, dat ook nog eens verzuipt in de urine van een ander bereid ik mijn aftocht voor en hoop met het schrijven van dit alles ooit de ogen te openen van de egoïstisch simplistische medemens.

Dus kan men stellen dat ik alvast heb gezocht naar oplossingen om het leven van mezelf en mijn kinderen te veraangenamen. Mijn hoofd zat nooit in het zand. Mijn voortdurend worstelen met conflicten en sociale afwijzing  veranderde mijn leven te ingrijpend. De invloedssferen waar ik geen vat op kan krijgen zullen me vroeg of laat doen besluiten in een afgegrensd moratorium te gaan leven. Ik vervulde verschillende rollen tijdens dit leven en had de vrijheden te experimenteren en te ontdekken maar worstelde voortdurend met moeilijkheden waar ik tot op heden nog steeds geen vat op heb. Rest me de hoop te beschrijven dat de sociale netwerken van mijn kinderen hun een veilige weg bieden naar een beter bestaan met meer inzichten dan onze generatie. Dat mijn kinderen ondertussen mogen weten ook dat hun vriendschappen belangrijk zijn en blijven omdat ze bijdragen aan het gevoel van zelfwaardering, het gevoel er te mogen zijn en er toe te doen. Mijn kinderen hoeven niet de meest populairste te zijn van de klas. Mijn kinderen moeten zijn wie ze zijn met hun eigen identiteit en wil. Mijn kinderen hoeven niet te zijn wat een ander wil dat ze zijn en al zeker niet gaan meelopen met het gepeupel. Die vinden de jongeren toch maar een hoopje ellende, en volgens hun is de jeugd van heden een bron van misdaad, vertonen ze in een toenemende mate agressie, kennen geen grenzen. Het bekritiserende koor dat het moreel verval van de jeugd bejammert kent ook in Oostrozebeke gehoor bij de plaatselijke overheden, die het de jeugd, en in het bijzonder mijn kinderen, graag moeilijk maakt, eerder dan constructief op te treden. Het was immers de burgemeester van de gemeente die de opdracht gaf de jongeren te demoniseren, melding te maken bij de politie als men ze in groep ziet rondhangen, zo liet hij het de bevolking begrijpen in de plaatselijke kranten. Deze weinig begripvolle, elk jeugdrecht met de voeten tredende, en walgelijke, houding had ik van een burgervader niet verwacht.

Kinderen, of zelfs grote mensen, die met elkaar in groep om willen gaan belemmeren is niet echt een must, en heeft een repressief geurtje. Ze laten vervolgen enkel en alleen omdat ze buiten willen spelen is een stelling welke menige burger niet zal kunnen begrijpen. In het dagelijks leven lijkt men ervan overtuigd te zijn dat kinderen die in groep met elkaar optrekken het beste af zijn. Wanneer een jongere geen deel uit maakt van een groep, sociaal netwerk, mist hij of zij een belangrijke bron van steun gedurende de emotionele en sociale ontwikkeling. Daarnaast zorgt het in groep met elkaar omgaan voor een bron van gedeelde kennis die culturele en gedragsmatige normen, waarden en houdingen weerspiegelt. Ook zorgt het in groep met elkaar omgaan bij individuen voor een gevoel van identiteit en zelfwaardering. Het zou nooit de bedoeling mogen zijn dat mensen passief of teruggetrokken leven. De maatschappij is er voor elk en elk heeft recht op zijn eigenheid, vrije meningsuiting en identiteit. Wanneer mensen zich van de maatschappij gaan onthouden is dat een teken aan de wand dat er nood is aan heroriëntering van de tolerantiedrempel. Die afnemende tolerantie van burgers en een betere aanpak van overheden hun bestuurskunde die daarop kan inspelen dringt zich op. Helaas bestaat de ideale bestuurskunde niet die altijd maatschappelijke vraagstukken als uitgangspunt neemt. Economie en winst is belangrijker. Met recht bekritiseer ik dan ook de bestuurskunde in België want in de praktijk komt niet veel meer terecht dan theorievorming en -toetsing. In plaats van het opbouwen en onderhouden van een persoonlijk hoogwaardig profiel zouden bestuursleden van een gemeente als Oostrozebeke zich beter dienstbaar stellen ten opzichte van de gemeenschap. De burgervader maakte de indruk koel, strategisch en berekenend, en alleen met het eigen voordeel in het vizier, aan de weg te willen timmeren betreffende de door mij naar voor gebrachte problematiek inzake de sociale uitsluiting van de plaatselijke jeugd.

Wordt vervolgd