Waarom ik het huidige maatschappelijke model verwerp

Mijn verwerping van het huidige maatschappelijke model komt niet voort uit haat tegen de mens, maar juist uit vertrouwen in wat de mens kan zijn. Doorheen levenservaring, observatie en reflectie werd voor mij steeds duidelijker dat er een groeiende kloof bestaat tussen de menselijke natuur en de structuren waarin wij vandaag leven.

Het dominante systeem organiseert het bestaan rond competitie, efficiëntie en hiërarchie. Het meet menselijke waarde in productiviteit en economische prestaties. In dat model dreigt de mens een functie te worden binnen een mechanisme dat zichzelf voortdurend in stand houdt.

Toch toont het dagelijkse leven iets anders: mensen zijn in staat tot samenwerking, solidariteit en wederzijdse hulp. Dat vermogen vormt de ware basis van menselijke samenlevingen.

Mijn kritiek op het huidige systeem betekent daarom geen oproep tot chaos of vernietiging. Ze vertrekt uit de overtuiging dat samenlevingen ook anders georganiseerd kunnen worden: met meer ruimte voor autonomie, verscheidenheid en menselijke verantwoordelijkheid.

Verandering begint zelden bij grote instituties. Ze begint bij individuen die durven nadenken over de wereld waarin zij leven en die de moed hebben om niet automatisch te volgen wat als vanzelfsprekend wordt voorgesteld.

Een menselijker samenleving zal niet ontstaan door destructie, maar door mensen die opnieuw durven vertrouwen op hun eigen geest, hun eigen geweten en hun vermogen om met anderen samen te leven.

Artist Statement betreffende Jeanne, Kletterpanne en Jules Krapuul.

Dit werk vertrekt vanuit een ervaring van morele verzadiging: woorden als rechtvaardigheid, zorg en bewustwording circuleren zo intens dat ze hun betekenis verliezen. In plaats van inzicht en verantwoordelijkheid produceren ze vooral emotionele geruststelling. Vanuit menswetenschappelijk perspectief kan dit worden begrepen als **morele inflatie**: morele taal blijft circuleren, maar verliest haar kritische koopkracht.

Het werk onderzoekt hoe structurele onmacht leidt tot affectieve mobilisatie en kuddegedrag, waarbij verontwaardiging analyse vervangt en nuance verdacht wordt. Figuren als Jeanne, Kletterpanne en Jules Krapuul functioneren niet als individuen, maar als rollen binnen dit proces: dragers, doorgevers en exploitanten van collectieve emotie.

De keuze voor satire is bewust epistemologisch. In contexten waar rationeel debat wordt afgesloten door morele consensus, kan satire vanzelfsprekendheden ontregelen en zichtbaar maken wat genormaliseerd is. Dit werk biedt geen oplossingen en claimt geen morele superioriteit; het functioneert als een kritische diagnose. Het vraagt geen instemming, maar aandacht — en verdraagt geen comfort.

Femicide als comfortproduct

Dit opiniestuk vertrekt niet vanuit morele geruststelling, maar vanuit onbehagen. Het stelt scherpe vragen bij de manier waarop femicide vandaag wordt voorgesteld: als emotioneel consumptieproduct, verpakt in docudrama’s die harten beroeren maar hoofden sluiten. De nadruk ligt op één verhaal, één perspectief, één toegelaten emotie. Complexiteit wordt vermeden, context weggesneden.

Deze tekst weigert die vereenvoudiging. Niet om geweld te vergoelijken, maar om het ernstig te nemen. Want geweld ontstaat nooit in een vacuüm. Wie preventie ernstig meent, moet durven kijken naar escalatie, ontregeling, wederzijdse destructie en maatschappelijke nalatigheid. Dat vraagt analyse, geen moreel spektakel.

Het stuk benoemt ook wat zelden gezegd wordt: mensen die opgesloten worden, verliezen vaak niet alleen hun vrijheid maar ook hun stem, hun menselijkheid en hun recht op complexiteit. Intussen circuleert verdriet in de publieke ruimte als morele munt, ingezet om anderen het zwijgen op te leggen en het geweten te sussen.

Dit is een aanklacht tegen emotiehandel, tegen het gemak van wijzen, tegen rechtvaardigheid die wordt ingeruild voor comfort. Het pleidooi is helder: echte rechtvaardigheid verdraagt meerdere waarheden tegelijk, zonder ze te reduceren. Alles minder is theater. En theater redt geen mensen.

+ Verhaal voor het slapen gaan.

EUROPA ALS SPRINGPLANK

Europa noemt zichzelf vredesgebied, maar functioneert in werkelijkheid als logistiek verlengstuk van buitenlandse militaire macht. Luchtmachtbasissen, opslagplaatsen, spoorlijnen en datanetwerken maken van het continent geen neutrale ruimte, maar een operationeel lanceerplatform.

Wie oorlog faciliteert, participeert.

Volgens militaire doctrine en internationaal recht wordt infrastructuur die troepen, wapens of coördinatie ondersteunt automatisch een legitiem doelwit. Dat betekent dat niet alleen basissen, maar ook de omliggende samenleving risico draagt. Burgers worden zo, zonder keuze of inspraak, onderdeel van een conflict dat zij niet begonnen.

De illusie van veiligheid is psychologisch. De betrokkenheid is materieel.

Europa leeft in vrede als beleving, maar niet als structuur.

Bondgenootschap met amerika — bewust klein geschreven — blijkt geen bescherming, maar instrumentalisering. Het continent wordt gereduceerd tot opslag, doorvoer en bufferzone. Strategisch zijn we geen partners, maar bruikbare ruimte.

Dit artikel stelt daarom een eenvoudige, oncomfortabele these:

Als we springplank zijn, worden we doelwit.

Neutraliteit bestaat niet zolang we militaire infrastructuur huisvesten. Het midden is fictie. Alleen demilitarisering kan echte veiligheid opleveren.

Tegenover deze imperiale logica staat een ander mensbeeld: onderlinge afhankelijkheid, geweldloosheid en het besef dat oorlog altijd zelfbeschadiging is.

Geen vlaggen.
Geen basissen.
Geen medeplichtigheid.

Alleen leven.

De Risicosamenleving zonder Illusies

We leven in een tijdperk waarin crisis geen uitzondering meer is, maar achtergrond. Economische instabiliteit, oorlog, ecologische schade en technologische kwetsbaarheid grijpen in elkaar en vormen een permanente staat van dreiging. Tegelijk ondermijnen terugkerende schandalen bij politieke en economische elites het vertrouwen in instituties. Wat ooit incidenten leken, wordt gelezen als patroon. Vertrouwen verdampt.

Gedragswetenschappelijk leidt dat niet tot revolte, maar tot terugtrekking. Mensen worden defensiever, sluiten zich op in kleine kringen, verliezen geloof in collectieve oplossingen en tolereren steeds vaker controle in ruil voor veiligheid. Moreel sluipt cynisme binnen: wanneer regels niet voor iedereen gelden, verdwijnt de motivatie om ze nog te volgen. Zo verschraalt het sociale weefsel langzaam. Niet door explosies, maar door slijtage.

Existentiëler verandert ook de ervaring van werkelijkheid. De toekomst voelt onzeker, tijd verkort tot het onmiddellijke, engagement wordt vermoeiend. Niet het kwaad, maar uitputting wordt het dominante gevoel van onze tijd.

Toch ontstaan precies daar kleine tegenruimtes. Plekken waar mensen blijven denken, spreken, schrijven en betekenis maken buiten de logica van macht en spektakel. Geen grote gebaren, maar lokale autonomie. Geen naïviteit, maar strategie. Want wanneer systemen wankelen, wordt cultuur geen luxe, maar een vorm van overleving.

Polycrisis is het klimaat waarin we leven.
Betekenis is wat we daartegen bouwen.

Polycrisis Was Da?

We worden wakker in een tijdperk waarin crisis geen uitzondering meer is, maar achtergrondruimte. Oorlog, klimaatontwrichting, energieproblemen, economische instabiliteit en technologische versnelling treden niet afzonderlijk op; ze versterken elkaar. De Franse denker Edgar Morin noemt dit een polycrisis: een toestand waarin verstoringen zich opstapelen tot een permanente staat van onzekerheid. De Duitse socioloog Ulrich Beck sprak eerder al van een risicosamenleving, waarin moderniteit haar eigen gevaren produceert.

Dreiging is daardoor banaal geworden. Meetvliegtuigen controleren de lucht op radioactiviteit, oorlog beschadigt energie- en nucleaire infrastructuur, en ecologische schade werkt traag maar langdurig door in lichamen en landschappen. Geweld is niet alleen explosief, maar ook sluipend. Het tast toekomst aan zonder spektakel.

Die permanente alarmtoestand heeft psychologische gevolgen: vermoeidheid, machteloosheid, morele uitputting. Toch ontstaat precies in die context een tegenruimte. In kleine, autonome plekken — ateliers, schrijftafels, gesprekken — wordt betekenis opnieuw opgebouwd. Niet groots, maar precies genoeg om menselijkheid te bewaren.

Een gelukkige dag is daarom geen dag zonder dreiging, maar een dag waarop handelingsruimte mogelijk blijft: schrijven, denken, spreken. In een polycrisis wordt cultuur geen luxe, maar een vorm van weerstand. Denken is dan geen commentaar op de wereld, maar een manier om haar bewoonbaar te houden.

Amerika ontmaskerd: geen ontsporing, maar onthulling

Een slot, geen geruststelling

Dit is geen moment voor nostalgie.
Dit is geen moment voor hoop als sentiment.

Dit is een moment voor helderheid.

Fascisme vandaag is zelden luid. Het is vaak banaal, incoherent, vermomd als gezond verstand. Het komt niet met marsmuziek, maar met memes. Niet met ideologie, maar met vermoeidheid.

Europa kan wankelen. Of wakker worden.
Amerika heeft gekozen voor ontmaskering.
De vraag is wie durft kijken — en wie handelt.

+ Het rijkeluiskindje

Kunst als universele, maar niet‑eenduidige categorie

Kunst is overal, maar nooit vanzelfsprekend. Wat universeel is, is niet het kunstwerk, het instituut of het esthetische oordeel, maar het menselijk vermogen tot betekenisgeving. Elke samenleving maakt, vormt, verbeeldt en ordent ervaring. Wat verschilt, zijn de machtsstructuren die bepalen wie dat mag doen, hoe dat gebeurt en onder welke voorwaarden iets als kunst erkend wordt.

Menswetenschappelijk bekeken is kunst geen autonoom domein, maar een spanningsveld tussen symboliek, praktijk, macht en wereldvorming. Cassirer toont dat kunst behoort tot de symbolische vormen waarmee mensen hun wereld begrijpelijk maken. Ingold laat zien dat kunst in oorsprong geen representatie is, maar een belichaamde praktijk van maken-in-relatie met materie. Bourdieu ontmaskert het moderne kunstbegrip als een mechanisme van sociaal onderscheid en symbolisch kapitaal. Arendt herinnert ons eraan dat kunst bijdraagt aan een gedeelde wereld, maar haar kracht verliest zodra zij louter instrument wordt.

Vanuit deze lijnen volgt een onvermijdelijke politieke conclusie: kunst is nooit onschuldig. De hedendaagse kunstwereld functioneert als een para-statelijke orde die betekenis centraliseert, legitimeert en uitsluit. Autonomie blijkt geen vrijheid, maar een gereguleerde uitzondering.

Een anarchistische kunstpraktijk weigert die logica. Zij erkent geen soeverein — geen staat, geen markt, geen curator, geen kunstenaar als ultieme autoriteit. Betekenis ontstaat relationeel, tijdelijk en kwetsbaar. Vrijheid is hier geen recht, maar verantwoordelijkheid.

Kunst is geen universele categorie, maar een universeel probleem: telkens opnieuw de vraag wie het symbolisch vermogen mag bezitten. Kunst gebeurt waar die vraag opengehouden wordt — als weigering, als storing, als ruimte die niet laat bezetten.

Een Profeet in Zonnebeke

Dit is een experimenteel, dadaïstisch vormgegeven werk dat onderzoekt of religies vandaag nog bronnen van inzicht zijn, of eerder cognitieve systemen die menselijk potentieel begrenzen. Het vertrekt vanuit hedendaagse neurowetenschap en consciousness studies en confronteert religieuze overtuigingen met inzichten over predictive processing, neuroplasticiteit en non-duaal bewustzijn. De centrale these is dat het brein de werkelijkheid top-down construeert: wat men gelooft, bepaalt wat men kan waarnemen. Religies functioneren daarbij als starre *priors* die zekerheid bieden, maar ook ervaring vernauwen.

Het ontmantelt het idee van een vast, heilig zelf door onderzoek naar het Default Mode Network en toont hoe meditatie, aandacht en bewustzijnstraining dit zelfverhaal kunnen verzwakken. Intuïtie wordt herbegrepen als belichaamde, snelle kennis, niet als mystiek geloof. Psychedelisch onderzoek en contemplatieve neurowetenschap maken duidelijk dat transcendente ervaringen geen religieus monopolie zijn, maar voortkomen uit veranderbare bewustzijnstoestanden.

Literaire figuren – zoals de anti-profeet en de zwijgende neuroloog – verschijnen kort en verdwijnen volledig, zonder leer of opvolging. Alleen hun effecten blijven zichtbaar: meer twijfel, meer aandacht, minder gehoorzaamheid. Typografische stilte en ontregeling dwingen de lezer tot actieve waarneming. Het boek biedt geen nieuwe waarheid, maar nodigt uit tot volwassen verantwoordelijkheid voor het eigen bewustzijn, voorbij geloof en dogma.

Over dit dagboek en waarom het niet meewerkt

Dit werkstuk onderzoekt het concept menticide als een laatmoderne, structurele vorm van mentale ontwrichting binnen hedendaagse democratische samenlevingen. Menticide wordt hier niet opgevat als expliciete repressie, maar als een subtiele, genormaliseerde aantasting van mentale autonomie via procedures, redelijkheid, tijdsdruk en geïnstitutionaliseerde zorg- en bestuurspraktijken. In dagboekvorm analyseert de auteur hoe spreken, participatie en transparantie functioneren als mechanismen van internalisering, waarbij het individu geleidelijk wordt herleid tot functie, profiel of casus.

Vertrekkend vanuit persoonlijke ervaring verbindt de tekst menswetenschappelijke inzichten uit de sociale filosofie, politieke theorie en neuropsychologie. Denkers als Hannah Arendt (over overbodigheid), Joost Meerloo (menticide) en cultuurhistorische parallellen met Weimar-Duitsland worden ingezet om aan te tonen hoe vermoeidheid, versnelling en morele rationalisering democratische samenlevingen kwetsbaar maken voor innerlijke uitholling. Tegelijk wordt verwezen naar biologische en epigenetische inzichten die wijzen op een diepliggend, belichaamd geheugen waarin collectieve ervaringen worden opgeslagen.

Als tegenbeweging introduceert de auteur zwijgen, vertragen en weigeren niet als activistische tactieken, maar als existentiële hygiënemaatregelen ter bescherming van het denken. Het essay positioneert anarchie niet als chaos, maar als vertrouwen in mentale soevereiniteit. Menticide wordt zo ontmaskerd als een systeemkenmerk van zachte macht, en mentale autonomie als de fundamentele voorwaarde voor menselijke waardigheid.

Genoeg te zien van Jean Pascal Salomez

Ik en Al de Anderen.

  • februari 25, 2026

KKK

  • december 31, 2023

Triptiek Doornik

  • december 8, 2023

Kortrijk / Boezinge

  • april 26, 2023

Fotografie te Zonnebeke

  • april 3, 2023

Onderweg naar overal

  • september 1, 2022

De oude Leie

  • oktober 5, 2021

Verhaal in foto’s

  • september 27, 2020

Tynecot

  • juli 22, 2020

Terug naar de bergen

  • juli 19, 2020

Sunflower

  • juni 30, 2020

De Schrijver

  • juni 18, 2020

In God we trust …

  • mei 4, 2020

Kunstkerk Bossuit

  • februari 16, 2020

De kleiputten Roeselare

  • februari 3, 2020

Spreken Vogel

  • januari 23, 2020

Zonnebeke

  • januari 22, 2020

Gent nog een keer

  • januari 1, 2020

Chaos

  • oktober 28, 2019

Wood abstraction

  • oktober 21, 2019

Nature Distortions

  • mei 19, 2019

Distortions

  • april 27, 2019

Ghost warrior

  • april 20, 2019

Beschermd: To hide

  • april 12, 2019

Maks / Donovan

  • maart 20, 2019

Angry Mother Nature

  • maart 18, 2019

Tree

  • maart 9, 2019

Vuur

  • maart 4, 2019

Ephro

  • maart 1, 2019

Flowers

  • februari 25, 2019

Masks

  • februari 21, 2019

Things

  • februari 17, 2019

Trains

  • februari 16, 2019

Architecture

  • februari 16, 2019

Gotcha

  • februari 10, 2019

Brussel

  • februari 4, 2019

Ephro Anderszins

  • januari 31, 2019

Hasselt

  • januari 19, 2019

Self!

  • januari 15, 2019

Doornik

  • januari 15, 2019

Craiova

  • januari 14, 2019

Donovan Dark ART-

  • januari 13, 2019

Evy Otherwise

  • januari 12, 2019

Gold

  • januari 9, 2019

Ero ART-

  • december 15, 2018

Ooigem

  • april 14, 2018

Ingelmunster

  • april 4, 2018

Oostrozebeke

  • april 1, 2018

Waregem

  • maart 31, 2018

Loo

  • maart 28, 2018

De Groene Meersen

  • april 25, 2017

DoMaNe Dark Art- Otherwise

  • januari 27, 2017

Dunkerque

  • februari 1, 2016

Lefrinckoucke

  • januari 1, 2016

Zuidcoote

  • december 29, 2015

Roeselare

  • oktober 1, 2015

Bray Dunes

  • maart 20, 2015

ART-Shoot

  • januari 21, 2014

kerst viert men niet alleen

  • december 25, 2013

ART- Presents

  • oktober 21, 2013

Kortrijk

  • juni 8, 2013

Vernissage Lovie

  • april 30, 2013

Vernissage Pascaris kapel

  • april 16, 2013

Elverdinge

  • maart 28, 2013

ART-SHOOT

  • maart 8, 2013

ART-PRESENTS

  • februari 22, 2013

Gent

  • februari 18, 2013

Marco

  • januari 3, 2013

Vuur

  • december 30, 2012

ART- Expo

  • november 11, 2012

ART- Shoot

  • juli 24, 2012

ART-SHOOT KIDS

  • juli 10, 2012

ART-PRESENTS

  • juni 24, 2012

ART- Presents

  • juni 12, 2012

http://www.afterall.be/

  • maart 11, 2012

Triptychon met tri / Do not

  • januari 30, 2012

De uitloper

  • december 24, 2011

ART- ATELIER

  • december 22, 2011

R.I.P Willem Van Hecke

  • december 16, 2011

R.I.P Willem Van Hecke

  • december 16, 2011

Triptychon met tri / Aqua

  • september 5, 2011

De Panne

  • augustus 20, 2011

Crack!

  • augustus 13, 2011

Zomerzicht

  • juli 19, 2011

Regenpret?

  • juli 17, 2011

Skate

  • juli 9, 2011

Deze website maakt gebruik van cookies. Door deze site te gebruiken, accepteert u het gebruik van deze cookies.  Meer info