Mijn DaDa Nieuwjaarsbrief is een rauwe, reflectie op de erbarmelijke staat van de wereld en het persoonlijke verzet tegen maatschappelijke vervreemding. Hij schetst een wereld vol macht, leugens, oorlog en ongelijkheid, waarin mensen gereduceerd worden tot functie, statistiek of status. Leiders, religies en systemen oefenen druk uit, zoals experimenteel onderzocht door Asch, Milgram, Bandura en Bourdieu, waardoor moraal, empathie en verantwoordelijkheid vervagen. In deze context van chaos en gehoorzaamheid benadrukt deze het belang van nabijheid en persoonlijke verbondenheid.
Centraal staat het geluk dat ik vindt in mijn gezin: Evy, Leana, Neha, Marco en Donovan. Dit geluk is geen abstract ideaal of utopie, maar een concrete, dagelijkse daad van aanwezigheid en zorg, een micro-ethiek die weerstand biedt tegen sociale anesthesie en de reductie van de mens tot een nummer of rol. Ik pleit voor kleine, radicale keuzes: aandacht waar men wegkijkt, liefde zonder illusie, grenzen stellen waar gemak regeert.
Mijn boodschap is duidelijk: grootse oplossingen of revoluties zijn niet noodzakelijk; juist leven is een vorm van verzet. In een wereld die voortdurend verdooft en manipuleert, biedt nabijheid, zorg en verbondenheid een authentiek anker voor menselijkheid, verantwoordelijkheid en geluk.
Het gedicht hekelt de commerciële en mediagerichte herdenking van Armistice Day in Ieper. Waar ooit stilte en oprechte rouw heersten, domineert nu spektakel: drones, interviews, banners en applaus vervangen het echte luisteren naar de slachtoffers. Bloemen worden geroken als commercie, vrede wordt verkocht als gevoel, en de ceremonie verwordt tot politiek toneel. Het gedicht roept op tot een herdenking die de mens terug mens maakt — stilte zonder vlag, verdriet zonder logo — en waarschuwt tegen het reduceren van collectief geheugen tot consumptie.
Deze website maakt gebruik van cookies. Door deze site te gebruiken, accepteert u het gebruik van deze cookies. Meer info