Als wantrouwen regeert kan een samenleving niet boeien!

Fotografie Jean Pascal Salomez

Als wantrouwen regeert kan een samenleving niet boeien!

Een samenleving die steunt op elkaar, waar we kunnen vertrouwen op elkaar, dat willen we met zijn allen graag. Helaas is er heden ten dage een cultuur van achterdocht geïnstalleerd welke elk samenlevingsgevoel ondermijnt en de mens terug op zijn instinctieve egoïstische zelf werpt. Nergens voelt de mens zich zo machteloos, in de steek gelaten zelfs, als waar men iedereen wantrouwt. Ondermijn het vertrouwen in elkaar, en mensen hebben het gevoel dat ze er compleet alleen voorstaan. 

Vertrouwen is een basisbehoefte, een voorwaarde ook om goede relaties te hebben met de medemens. We kunnen met zijn allen dat egoïstische zelf uitschakelen en eventueel bijdragen aan de opbouw van vertrouwen in een wereld van vertrouwen. Wij als mens dienen optimistisch in samenhorigheid te streven naar maatschappelijke harmonie. Het onderlinge wantrouwen binnen onze samenleving wordt aangewakkerd en gevoed door overheidswege en wordt ten uitvoer gebracht door politionele en justitiële diensten. In de jaren 1960 en 1970, dreef het overheidsbeleid nog op een positieve en hoopvolle aanpak. Dit wijzigde zich langzaam aan en ondertussen is het zover gekomen dat niemand nog iemand vertrouwt in zijn wijk. Hondenbezitters worden zelfs benaderd door de politie om tijdens hun wandeltochtje te speuren naar verdacht gedrag. Klusjesmannen van woningbouwverenigingen worden opgeleid om tijdens reparaties in de woning allerlei andere zaken waar te nemen. Postbodes worden ingezet door verzekeraars en politie om tijdens het bezorgen van de post verdachte omstandigheden te melden. Bovenstaande lijkt ongeloofwaardig maar weet dat er een wet is dat dit ondersteund. In onze samenleving wordt van de  burger een steeds actievere rol verwacht, onder meer om onze samenleving veiliger te maken. Dat is niet nieuw.  De wet die burgerinfiltratie invoert als  bijzondere opsporingsmethode, is op 17 augustus 2018 in werking getreden. De tekst maakt het mogelijk dat burgers, al dan niet onder een fictieve identiteit en mits machtiging door het openbaar ministerie, kunnen worden ingezet, wanneer niet aan de nodige onderzoeksmiddelen kan worden voldaan, om te infiltreren in terroristische groepen en criminele organisaties.

Wantrouwen vind je niet alleen bij burgers, ook bij politici. Velen onder deze soort voelen zich slachtoffer van het geïnstitutionaliseerde wantrouwen; daarmee doelen ze op de overmatig gedetailleerde wijze waarop zij verantwoording moeten afleggen over hun werkwijze. Daarentegen vinden politici en ambtenaren burgers nogal verwend, emotioneel en wispelturig, achten hun woordvoerders weinig representatief, en streven in een constante naar een trapje hoger op de participatieladder

Men creëerde dusdanig en zeer makkelijk een cultuur van paranoïde persoonlijkheden, segregatie en ressentiment: Het was trouwens Friedrich Nietzsche die het begrip ressentiment in de filosofie introduceerde. Zodanig kunnen we ressentiment definiëren als de ingekankerde, en dus niet uitgeleefde wraakgevoelens van de onmachtige jegens de machtige heerser. Dat is dat de ander vol van haat en wrok mag aanschuiven en tekort gedaan wordt. Dus hebben we de ander steeds weer in het vizier,niet ons eigen zelf, op zoek naar fouten, op zoek naar schuld, op zoek naar een reden om uit te sluiten en aanspraken als onrechtmatig weg te wuiven.

Relaties met andere mensen zijn nochtans van groot belang voor onze samenleving. En ik blijf erbij dat er toch ook veel mensen zijn die in stilte veel goeds doen. Laat ons dat vooral niet vergeten. Een samenleving, zoals die op dit huidige ogenblik is, waarin wantrouwen domineert, organiseert veel controles, dikke contracten met veel kleine lettertjes, en langdurige procedures. Dat leidt tot paranoïde persoonlijkheden die niet erg sociaal in de omgang zijn. Het beeld van een samenleving waarin zelfstandige burgers na decennia van individualisering zich in hun eigen leefwereld bekennen tot particuliere blijheid is fout. Gelukkig zijn er wel nog die enkelingen die de moed opbrengen om aan een gezonde samenlevingsinfrastructuur te bouwen, helaas kunnen ook dezen niet voorkomen dat er zoiets als slechte mensen ontstaan.