Over een vierdelige docudrama in reeks: En nu is ze dood!


Ter lezing (of ter vermijding)

Wie zich afvraagt waartegen deze tekst zich verzet, hoeft niet ver te zoeken. Lees het artikel en de bijhorende docudramatische aanpak van VRT over femicide gerust eens. Niet vluchtig. Niet huilend. Maar aandachtig. Let op de toon. Op wat gezegd wordt — en vooral op wat niet gezegd mag worden.

Dit is geen oproep tot boycot. Integendeel.
Lees het. Zie hoe verdriet wordt gekaderd. Hoe complexiteit wordt uitgevlakt. Hoe morele zekerheid wordt aangereikt als troostproduct. Dat is leerzaam materiaal — niet over geweld, maar over hoe een samenleving zichzelf geruststelt.

En wie daar geen zin in heeft, geen probleem.
Er zijn nog altijd kranten die ander leesvoer aanbieden. Inclusief reclame op maat, netjes naast de roddelrubrieken. Morele verontwaardiging met bijpassende advertenties. Engagement zonder risico. Alles afgestemd op uw profiel.

Deze tekst kiest daar niet voor.

Ze is geen alternatief nieuws.
Ze is een weigering om mee te consumeren.

Lees dus gerust wat men u aanreikt —
maar lees dit ernaast.
En kijk wat er wringt.

Dat is genoeg.


Ze noemen het femicide.

Een zwaar woord. Een woord dat gewicht suggereert, analyse, ernst.
Maar wat men ons serveert, is geen analyse. Het is emotionele fastfood.

Docudrama’s die zogezegd “bewustzijn creëren” maar in werkelijkheid morele zelfbevrediging produceren. Hartjes beroeren. Tranen oogsten. De kijker geruststellen: wij staan aan de juiste kant. En daarna — terug naar de bakker, de slager, de groenteboer. Met een proper geweten en een leeg hoofd.

Dit is geen strijd tegen geweld.
Dit is consumptie van andermans dood.
Lafhartig om het zo eenzijdig weer te geven.
De Problematiek is veel ernstiger>


De afwezige mens

In deze verhalen bestaat maar één mens: het slachtoffer.
De dader is geen mens meer. Geen geschiedenis. Geen biografie. Geen ontregeling. Geen context. Geen afgrond. Alleen een monster. Een karikatuur.

Maar wie ooit met daders heeft geleefd, opgesloten zat, uren heeft geluisterd naar verhalen die niet op televisie passen, weet:
dit is een leugen door vereenvoudiging.

Niet om schuld weg te wassen — schuld blijft.
Maar omdat geweld nooit uit het niets komt.

De media willen dat niet horen. Complexiteit verkoopt slecht. Ambiguïteit verstoort het morele script. En dus wordt de mens herleid tot een symbool. Dat is veilig. Dat is proper. Dat is vals.


Mensen die hun eigen leven niet kunnen ordenen, ordenen het kwaad buiten zichzelf.
Mensen die hun eigen leven niet kunnen ordenen, ordenen het kwaad buiten zichzelf.

De nieuwe volksrechtbank

Wat deze framing creëert, is gevaarlijker dan men durft toegeven.

Ze kweekt een samenleving van wijzers.
Van mensen die “potentiële daders” beginnen te zien in gedragingen, blikken, conflicten. Zonder kennis. Zonder onderscheid. Zonder verantwoordelijkheid.

Morele paniek, verpakt als engagement.

Vandaag een documentaire.
Morgen een wandeling.
Overmorgen een vinger.

En ondertussen blijven de echte oorzaken onaangeroerd:

  • geestelijke ontregeling zonder opvang
  • relationele escalatie zonder interventie
  • middelengebruik zonder zorg
  • een samenleving die mensen laat rotten tot het te laat is

Maar dat verkoopt niet. Dat is geen mooi verhaal. Daar kan je geen kaarsen bij zetten.


Hypocrisie in HD

Het meest obscene is dit:
dezelfde mensen die nu collectief huilen, lieten hun medemens gisteren vallen.

Ze zagen de signalen niet.
Of ze zagen ze wel en keken weg.
Want betrokkenheid is lastig. Begrip is vermoeiend. Verantwoordelijkheid is duur.

Maar nu — nu mogen ze meeleven.
Nu mogen ze moreel verontwaardigd zijn.
Nu zijn ze plots “deel van de oplossing”.

Nee. Dit is geen solidariteit.
Dit is aflaat.


Mijn woede

Ja, dit maakt me woedend.
Niet omdat slachtoffers geen stem verdienen — integendeel.
Maar omdat men hen misbruikt om een eenvoudig vijandbeeld te verkopen.

Wie geweld wil voorkomen, moet het durven begrijpen.
Wie alleen wil veroordelen, werkt aan herhaling.

Ik weiger mee te huilen in een koor dat denkt dat tranen analyse vervangen.
Ik weiger deel te nemen aan een moreel spektakel dat niets oplost en veel kapotmaakt.

Noem het femicide.
Maar stop met doen alsof televisie het kwaad kan verklaren.

Want zolang we liever hartjes beroeren dan structuren ontmantelen,
blijft geweld perfect mogelijk —
en blijft iedereen zogezegd onschuldig.


De media willen dat niet horen. Complexiteit verkoopt slecht. Ambiguïteit verstoort het morele script. En dus wordt de mens herleid tot een symbool. Dat is veilig. Dat is proper. Dat is vals.

Eindwoord – Over rechtvaardigheid

Rechtvaardigheid begint waar men weigert te selecteren wie mens mag blijven.

Iedereen heeft recht op zijn woord.
Ook wie faalde.
Ook wie dader werd.
Ook wie opgesloten zit, uitgespuwd, weggestopt, onzichtbaar gemaakt zodat de rest rustig kan slapen.

Want laat ons stoppen met liegen:
opgesloten mensen lijden vaak meer dan zij die hun verdriet etaleren.
Niet omdat hun daden minder erg zijn —
maar omdat hun menselijkheid systematisch wordt afgenomen.

Zwijgen wordt daar geen keuze, maar straf.
Complexiteit wordt er geen recht, maar gevaar.
En wie daar kapotgaat, past perfect in het morele decor:
een schuldige zonder stem is handig.


Wat vandaag gebeurt, is geen recht.
Het is emotiehandel.

Verdriet wordt verkocht, verpakt, geprogrammeerd.
Getraumatiseerd leed wordt handelswaar.
Een munt die circuleert tussen studio’s, platforms en goedbedoelende harten.

En ja — ik zeg het hard:
wie zijn rouw inzet als morele hefboom
zonder ruimte te laten voor waarheid, context en wederzijdse ontwrichting,
prostitueert zijn verdriet.

Niet omdat het leed niet echt is.
Maar omdat het wordt ingezet om anderen het zwijgen op te leggen.


Rechtvaardigheid is geen applaus.
Geen wandeling.
Geen collectief tranendal.

Rechtvaardigheid is draagkracht voor het ondraaglijke.
Het vermogen om meerdere waarheden tegelijk te verdragen zonder ze te verdunnen.

  • Het slachtoffer heeft recht op erkenning.
  • De dader heeft recht op menselijkheid.
  • De samenleving heeft de plicht om te begrijpen vóór ze oordeelt,
    en te zorgen vóór ze wijst.

Wie dat weigert, kiest niet voor rechtvaardigheid,
maar voor morele hygiëne.


Ik kies niet voor comfort.
Ik kies niet voor zuiverheid.
Ik kies voor het lastige midden waar niemand wint,
maar waar herhaling misschien kan stoppen.

Wie echt om leven geeft,
durft het kwaad aan te kijken zonder het tot karikatuur te maken.

Alles minder is theater.
En theater redt geen mensen.


Jeanne, Kletterpanne en de Rekening

Jeanne staat op.
Niet uit bed — uit weerstand.

Het gehijs begint nog voor haar voeten de grond raken. Korset eerst. Altijd dat korset. Een tuig van fatsoen waarin ze zich elke ochtend opnieuw moet wringen om toonbaar te zijn voor een wereld die haar toch al heeft opgegeven. Vandaag belooft niets. Dat weet ze. De woede zit al onder haar ribben nog voor de dag ademhaalt.

Ze kent de roddelgedachte van de dag al. Die komt niet van haar. Die komt altijd van elders. Van de straat. Van de televisie. Van stemmen die men geen stem noemt maar “duiding”.

Ze weet het zeker: straks staat Kletterpanne aan haar deur.

Nog voor de klink beweegt, struikelen de woorden al uit Jeanne haar mond. Zinnen zonder eigenaar. Vunzige algemeenheden. Half verteerde meningen. Ze wankelt. Het korset zit scheef. Haar rug kraakt onder de last van wederkerigheid — jaren van geven, slikken, spiegelen, herhalen. Jeanne is het spuugvat van andermans gelijk.

Ze is niet blij. Ze is klaar.

Met een zwier die ze zich herinnert van vroeger — toen ze nog niet permanent gecorrigeerd werd — trekt ze zich recht. Ze veegt de woorden van haar lijf en kiepert ze de straat op. Dat is haar eerste daad van de dag: afval buitenzetten.

Kletterpanne staat daar. Blozend. Beschaamd. Vol.
Niet van eigen gedachten — nee, dat zou te eenvoudig zijn — maar van doorgegeven gif.

Ze schaamt zich voor de woorden die ze spreekt, maar ze spreekt ze toch. Want ze zijn niet van haar, zegt ze. Ze is maar boodschapper. Zij draagt slechts het gedachtegoed van de maker. De producent. De dramaturg van andermans ellende.

Die maker ligt ondertussen behaaglijk te wentelen in zijn gelijk. Zelfbevrediging als morele daad. Hij oogst tranen, kliks en dankbaarheid. Hij noemt het engagement. Hij noemt het rechtvaardigheid. Hij noemt het nodig.
En ondertussen masturbeert hij intellectueel op het idee dat hij “het debat opent”, terwijl hij de wereld sluit.

Jeanne en Kletterpanne gaan naar buiten. De straat is al vol. De rij bij de bakker. De slager. De groenteboer. De chaos netjes geordend. Iedereen wacht. Iedereen praat.

Waarover?
Over het doden van medemensen.

Niet om te begrijpen.
Niet om te voorkomen.
Maar om de zinnen te scherpen.
Om de aanvalsmodus op te laden.

De arendsogen schieten alle kanten uit. Verdachtmaking als sport. Morele fitness. Wie vandaag niet meehuilt, is verdacht. Wie nuanceert, is gevaarlijk. Wie zwijgt, verbergt iets.

En daar staat hij al, aan de rand van de straat waar de woorden zijn uitgekotst:
Jules Krapuul.

Jules is geen oorzaak.
Hij is gevolg.

Hij verkoopt goedkope patatten, omdat goedkope dingen snel rondgaan. Zoals goedkope meningen. Zoals snelle woede. Zoals andermans zeer, netjes afgewogen per kilo. Zijn tong is scherp genoeg om zijn aardappels ermee te schillen. Hij hoeft geen mes. Zijn woorden doen het werk. Hij schraapt nuance weg tot alleen zetmeel en gelijk overblijven.

Jules liegt niet helemaal.
Dat is zijn kracht.

Hij spuugt waarheden die net hard genoeg zijn om applaus te krijgen en net vuil genoeg om niemand tot denken te verplichten. Hij noemt het realisme. De meute noemt het “zeggen waar het op staat”.

En de meute staat er al.

Dat zijn geen slechteriken.
Dat is het probleem.

Het zijn mensen die niet voor hun eigen deur vegen, maar feilloos zien waar het bij een ander vuil ligt. Mensen die hun eigen mislukking te zwaar vinden om te dragen en daarom liever tillen aan het drama van een ander. Lichter. Gedeeld. Gerechtvaardigd.

Ze kopen Jules zijn patatten.
Ze kopen zijn woorden.
Ze betalen goedkoop en voelen zich rijk.

Dit noemen ze rechtvaardigheid.

Hier werkt karma niet als wraak, maar als boekhouding.
Niet kosmisch. Sociaal.

De straat wordt smaller.
De taal armer.
De wereld platter.

Iedereen herhaalt.
Niemand luistert.
Wie niet meedoet, wordt verdacht.

Er passeert een anarchist.
Geen pamflet. Geen mes. Geen dreiging.
Alleen een lichaam dat niet past in het verhaal.

Ze spuwen woorden. Vurige, lege woorden. Projectielen van zekerheid. De man wordt beschuldigd nog voor hij bestaat. Niet omdat hij iets deed — maar omdat hij niet meedeed.

Dat is de rekening.

Kletterpanne kijkt toe. Ze schaamt zich nog altijd. Maar ze praat verder. Want stoppen zou betekenen dat ze zelf moet beginnen denken. En denken kost meer dan meelopen.

Jeanne ziet het nu scherp.

De wet is eenvoudig en genadeloos:

Wie leeft van andermans pijn,
hoeft nooit naar zichzelf te kijken —
tot er niets anders meer is om naar te wijzen.

Dat is karma.
Geen mystiek.
Geen moraal.
Maar sociale zelfverminking.

Jules Krapuul blijft verkopen.
Tot niemand nog honger heeft.
En iedereen leeg is.

Jeanne veegt haar eigen drempel.
Niet uit zuiverheid.
Maar uit weigering.

Dat is haar rechtvaardigheid.