Dit is geen rijtje voor de grammatica. Dit is een ladder van nabijheid.

Ik
Het beginpunt. Geen neutrale positie.
Ik is lichaam, geheugen, schaamte, verlangen.
In de menswetenschappen heet dit gesitueerd bewustzijn: elk spreken vertrekt ergens, nooit van nergens.
Wie “ik” schrapt, doet alsof machtloosheid objectief is. Dat is een leugen.
Jij / gij
De breuk. De ontmoeting.
Jij is geen object, maar een aanspreking.
Hier ontstaat ethiek: ik kan je niet reduceren zonder mezelf te verminken.
Levinas zou zeggen: hier kijkt het gelaat mij aan en zegt het onuitgesproken “gij zult niet doden”.
Gij vertraagt dat moment — archaïsch, maar preciezer. Minder wegwerpbaar.
Wij
Gevaarlijk woord.
Wij kan zorg betekenen, maar ook verdoving.
Zodra wij te snel valt, wordt verantwoordelijkheid verdeeld tot ze verdwijnt.
Groepen denken graag in wij omdat niemand dan nog echt hoeft te antwoorden.
Solidariteit zonder conflict is meestal propaganda.
Zij
Afstand. Categorisering.
Zij is vaak het moment waarop mensen statistiek worden.
Hier beginnen systemen: beleid, cijfers, gemiddelden.
Nodig — maar dodelijk als eindpunt.
Elke ontmenselijking start met een comfortabel “zij”.
…
Die puntjes zijn cruciaal.
Ze betekenen: dit rijtje is niet af.
Er ontbreekt altijd iemand.
Misschien degene die niet meer spreekt.
Misschien de stem die we te lastig vinden.


(waar afstand al een feit is)
WIE HIER NOG STAAT,
STAAT ALLEEN
(drie rode punten)
MIDDENPANEEL
(geen tekst)
Het beeld spreekt.
Elke toevoeging zou laf zijn.
RECHTERPANEEL
(waar keuze onvermijdelijk wordt)
IK
—
JIJ / GIJ
—
WIJ
—
ZIJ

Na de voornaamwoorden
NIEMAND
(geen woord, alleen ruimte)
iemand
doorgestreept
half leesbaar
HIER
niet centraal
maar onhandig geplaatst
NU
te laat gedrukt
te vroeg gelezen
wij faalden
zij waren al weg
ik bleef praten
jij keek terug
STILTE
(staat niet gedrukt
maar wordt voelbaar)
—
GEEN WIJ MEER
alleen:
VERANTWOORDELIJKHEID
—
drie rode punten verdwijnen
één zwarte vlek blijft


Wat je niet kiest,
kiest ook
