Over een droom, macht en het misverstand van “profetie”

De aanleiding was banaal.

Regenboogfolie voor het raam.
Gebroken glas dat het zonlicht breekt.
Kleurvlekken op vloer en muur.

De galerie veranderde van sfeer.

Geen neutrale witte doos meer,
maar een ruimte die ademt, schittert, stoort, verleidt.

Mensen vertragen.
Ze kijken.

En daar wringt het.

Ze kijken.
Maar ze lezen niet.


Overdag schrijf ik.

Hardnekkig. Veel. Tegen de stroom in.

Ik schrijf niet wat geruststelt.
Ik schrijf wat schuurt.

Ik schrijf “amerika” met een kleine a.
Ik schrijf “Drumpf” waar anderen eerbiedig “Trump” noteren.

Niet uit baldadigheid, maar uit principe.

Taal is nooit neutraal.
Een naam is macht.
Spelling is positie.

Wie een naam aanpast, verschuift symbolisch gezag.

Dat is geen grap. Dat is taalkunde en politiek tegelijk.

Die nacht droomde ik.


De droom

Donald Trump ontdekt mijn website.

Hij leest “Drumpf”.

Hij wordt woedend.

In de logica van de droom zet hij een kroon op zijn hoofd, springt in een klein vliegtuig en scheert laag over de galerie.

Een groteske figuur. Half dictator, half stripfiguur.

Hij schiet.

Niet met kogels.

Met woorden.

Bevelen. Beschuldigingen. Lawaai.

De woorden vallen als projectielen.

Mensen rondom mij — roddelaars, commentatoren, het eeuwige dorpskoor van meningen — gaan tegen de grond.

Dan doe ik iets eenvoudigs.

Ik hang een gedicht in de deuropening.

Papier. Taal. Stilte.

Het vliegtuig lost op.

Alsof macht geen antwoord heeft op poëzie.

Einde droom.


Geen profetie

Laat dit duidelijk zijn.

Dit is géén visioen.
Geen openbaring.
Geen voorspelling.

Het woord “profetie” hoort thuis in religie, niet in kunst.

Dromen zijn geen boodschappen van buitenaf.
Ze zijn intern montagewerk.

Tijdens de slaap verwerkt het brein spanningen, herinneringen en conflicten. Het denkt in beelden zoals een dichter denkt in metaforen.

Dat is goed gedocumenteerd binnen slaap- en geheugenonderzoek
(o.a. Stickgold & Walker; Hartmann).

Met andere woorden:

een droom is geen waarheid.
een droom is een compositie.


Wat er werkelijk gebeurt

De droom gebruikt gewoon het materiaal van mijn dagen.

Overdag:

  • ik verander licht → de ruimte wordt instabieler
  • ik schrijf → taal wordt instrument
  • ik bekritiseer macht → politieke figuren worden symbolen
  • ik ervaar sociale controle → geroddel, klein denken, commentaar

’s Nachts wordt dat theater.

Het brein maakt er een fabel van.

Trump is geen persoon.
Hij is een symbool voor bombastische machtstaal.

Het vliegtuig is spektakel.

De woorden zijn agressie.

Het gedicht is het enige wat niet schreeuwt.

En precies dat wint.


Wat dit zegt over kunst

Niet dat kunst de toekomst voorspelt.

Maar iets eenvoudigers.

Kunst vertraagt.
Kunst ontregelt.
Kunst ondermijnt vanzelfsprekendheid.

Geweld maakt lawaai.
Poëzie maakt ruimte.

Lawaai domineert even.
Ruimte blijft.

Dat is geen mystiek inzicht.

Dat is ervaring.


Slot

Ik ben geen profeet.

Ik ben iemand die kijkt, noteert en herschrijft.

Wie aandachtig kijkt, ziet breuken vroeger dan anderen.
Dat lijkt soms visionair, maar is gewoon concentratie.

Poëzie is geen orakel.

Poëzie is langzaam zuur.

Ze lost macht op.

Zoals in de droom.
Zoals in het echt.