1. Wij leven niet in crisis — wij leven in gehoorzaamheid

Laat ons ophouden met het woord crisis. Crisis veronderstelt een uitzondering. Wat we heden ten dage meemaken is normaliteit: het gladde, wettige, correct beheerde falen van systemen die zichzelf noodzakelijk achten.

De staat functioneert niet ondanks zijn geweld, maar dankzij zijn geweld. De markt ontspoort niet; ze doet exact wat ze moet doen. En de burger? Die is geen slachtoffer, maar een getrainde participant: gehoorzaam, verontwaardigd op afspraak, kritisch binnen toegelaten marges.

Anarchisme begint hier: met het doorprikken van de leugen dat dit alles “nu eenmaal zo werkt”.

2. Autoriteit is geen natuurwet

Autoriteit wordt vandaag verkocht als zorg, efficiëntie, veiligheid. Maar laat ons helder zijn: autoriteit is altijd een relatie, nooit een noodzaak. Ze bestaat slechts zolang mensen haar internaliseren.

Bakunin had gelijk: waar macht gecentraliseerd wordt, verdwijnt verantwoordelijkheid. Wat vandaag verkocht wordt als “bestuur”, is in feite morele outsourcing. Men gehoorzaamt regels om niet meer te moeten denken.

En denken, dat is gevaarlijk. Denken maakt ongehoorzaam.

3. De mythe van democratie

Verkiezingen zijn geen volksmacht, maar rituelen van bevestiging. Ze vernieuwen gezichten, niet structuren. De burger mag kiezen wie hem beheert, nooit of hij beheerd wil worden.

Dit is geen cynisme; het is empirische observatie. Macht circuleert niet naar beneden. Ze stapelt zich op, verschuilt zich achter procedures, en noemt dat legitimiteit.

Anarchisme wijst hier niet op chaos, maar op iets veel radicalers: zelforganisatie zonder bovenliggende dwang.

4. Europa als grensmachine

Europa is geen vredesproject meer, maar een logistiek apparaat. Mensen worden herleid tot stromen, dossiers, risico-indicatoren. Wie niet past, wordt vertraagd, teruggestuurd of vergeten.

De taal van waarden blijft intact, precies omdat ze niets meer betekent. Wanneer waarden echt op het spel staan, verdwijnen ze uit het beleid en blijven ze achter in persberichten.

Een anarchistische blik weigert dit moreel theater.

5. Kunst als ongehoorzaamheid

Kunst die vandaag relevant wil zijn, moet haar nutloosheid opeisen. Niet decoreren, niet helen, niet verbinden—maar storen. Kunst is geen dienst, maar een weigering.

Wanneer ik schrijf, spreek of maak, is dat geen expressie. Het is onttrekking: aan productiviteit, aan meetbaarheid, aan bruikbaarheid. Dat is politiek. Niet via slogans, maar via vorm, traagheid en frictie.

Zoals Gustav Landauer stelde: anarchisme is geen toekomstmodel, maar een manier van leven in het heden.

6. Wat dan wel

Geen blauwdruk. Geen programma. Geen partij.

Wat rest is klein, kwetsbaar en concreet:

  • relaties zonder hiërarchie
  • zorg zonder beheerslogica
  • autonomie zonder heroïek
  • spreken zonder mandaat

Mijn mening, zonder verzachting: wie vandaag nog gelooft dat hervorming volstaat, heeft de schaal van het probleem onderschat. Wat nodig is, is onthechting. Het loslaten van de illusie dat macht ons zal redden van wat macht zelf veroorzaakt.

Anarchisme is geen oplossing. Het is een weigering om nog langer mee te liegen.

En dat, heden ten dage, is al revolutionair.


Bronnen (niet als autoriteit, maar als medeplichtigen)

  • Bakunin, M. God and the State
  • Landauer, G. Aufruf zum Sozialismus
  • Graeber, D. Fragments of an Anarchist Anthropology
  • Scott, J.C. Seeing Like a State
  • Arendt, H. (tegen wil en dank) On Violence

Elke nacht, in mijn dromen, leer ik iets: dat vrijheid niet vanzelfsprekend is, dat zichtbaarheid een wapen kan zijn, en dat het woord de enige manier is om te bestaan in een wereld die haar eigen orde verkiest boven gerechtigheid.


Verhaal: De invallen die komen

Elke dag volgde ik de beelden van ICE. Niet als nieuwsgierige toeschouwer, maar als iemand die voelde hoe macht zichzelf reproduceert: in de straten van america, in de gevangenissen, in de bureaucratie van procedures die levens beslissen. Elke nacht werd ik wakker met dezelfde onrust: wat als dit dichterbij komt? Wat als de orde die zij handhaven, hier arriveert?

Op een ochtend was het alsof mijn angst werkelijkheid werd. Ik opende mijn zaakje en plots: een inval. Uniformen, badges met ICE‑kenteken. Hun stemmen klonken amerikaans, hun bewegingen efficiënt. Maar de gezichten, de huidskleuren, de haast, alles was anders dan verwacht. Het was een ritueel van macht, een systeem dat geen vragen stelt.

De procedure startte. Binnen enkele uren zat ik in een gevangenis die ik niet kende, in een land dat op de kaart leek op Europa maar waar wetten niet beschermden, waar niemand mijn naam kende. Alles was procedure, alles was reductie: mens tot dossier, verhaal tot nummer.

Wat me raakte was niet alleen de fysieke verplaatsing. Het was het inzicht: het gevaar is overal. De brandhaarden in de wereld — Oekraïne, Midden-Oosten, Myanmar, West-Afrika — zijn geen losse tragedies. Ze zijn waarschuwingen. Wie macht kan concentreren en geweld kan normaliseren, zal dat stap voor stap doen, overal.

In onze contreien lijkt het veilig. Straten, cafés, steden waar ik woon. Maar als we niet opletten, is de logica van america geen amerikaanse anomalie: het is een universeel mechanisme. Surveillance, bureaucratie, geweld dat als ordelijk wordt gepresenteerd. Het kan hier in weken, maanden, jaren toeslaan. Als het al niet bezig is zich te nestelen het ijs. Wie weet? wie zal het zeggen? niet de VRT lijkt mij.

Mijn enige wapen is zichtbaarheid. Woord, beeld, verzet. Niet geweld, niet illusies. Alleen confrontatie met waarheid kan de normalisatie stoppen. Alleen taal kan het licht laten vallen op schaduwen die te snel groeien, te efficiënt, te goed verborgen.