Over kunst, zorg en het absurde als politieke methode

De uitspraak klinkt als een grap, maar functioneert als diagnose. Wanneer men zegt dat “de wereld om zeep is”, wordt geen materiële ondergang bedoeld, maar een morele en symbolische ontregeling. De instituties bestaan nog, de infrastructuur draait, maar de betekenis is verdampt. Wat resteert is een samenleving die efficiënt functioneert en tegelijk fundamenteel onverschillig is geworden.

Émile Durkheim noemde dit anomie: een toestand waarin gedeelde normen hun bindende kracht verliezen. Zygmunt Bauman radicaliseerde dat inzicht door te tonen hoe vloeibare moderniteit alles oplost wat traag, zorgzaam of wederkerig is. In zo’n wereld wordt zelfs verontwaardiging een consumptiegoed.


En precies daar verschijnt ZEEP!

“Wees welkom! Voel U welkom. Maak een afspraak voor de workshop ‘Eigen mondje spoelen’ en laat je bubbels spreken.”


Zeep is geen neutraal object. Antropologisch gezien is het beladen. Mary Douglas toonde aan dat vuil geen objectieve eigenschap is, maar “materie op de verkeerde plaats”. Reinigen is dus nooit louter hygiënisch; het is normatief. Het stelt een orde voor, een idee van wat hoort en wat niet.

Zeep zegt: zo kan het weer worden.

Dat maakt de verkoop van zeep in een moreel vervuilde wereld op het eerste gezicht absurd. Cynici zullen zeggen: dit is symptoombestrijding, esthetische troost, een zachte doek over structureel onrecht. En ze hebben deels gelijk. Zeep redt geen planeet, stopt geen oorlog, breekt geen machtsstructuren.

Maar kunst heeft nooit gewerkt door oplossingen te leveren.

Kunst werkt door tegenstrijdigheden zichtbaar te maken.

In die zin is het verkopen van zeep terwijl de wereld stinkt geen naïviteit, maar een dadaïstische ingreep. Zoals Dada nonsens gebruikte om de waanzin van de Eerste Wereldoorlog te ontmaskeren, zo wordt zeep hier een poëtisch wapen: klein, banaal, en juist daardoor ontregelend.

Dit is geen zuivering die het vuil ontkent. Het is een gebaar dat zegt:
zo smerig is het geworden dat zelfs zorg belachelijk lijkt — en toch blijf ik ze beoefenen.

Politiek gezien is dat geen vlucht, maar verzet. Hannah Arendt wees erop dat handelen pas politiek wordt wanneer het zichtbaar, publiek en relationeel is. Zeep verkopen als zorgzaam, traag en betekenisvol gebaar is geen marktlogica, maar een tegenpraktijk. Het weigert schaal, snelheid en abstractie. Het kiest voor nabijheid.

In een wereld die alles instrumentaliseert, wordt zorg zelf subversief.

De wereld is om zeep — ja.
Maar precies daarom is het verkopen van zeep geen oplossing,
maar een aanklacht in vaste vorm.

Niet om schoon te wassen wat rot is,
maar om te tonen dat zorg nog bestaat
en weigert te verdwijnen.


Bronnen (selectie)

  • Durkheim, É. (1897). Le Suicide — concept van anomie.
  • Douglas, M. (1966). Purity and Danger.
  • Bauman, Z. (2000). Liquid Modernity.
  • Arendt, H. (1958). The Human Condition.
  • Polanyi, K. (1944). The Great Transformation.

Voor structureel onrecht: geen garantie. Voor vuile handen: wel.


Het volgende stuk, geschreven in ambtenarentaal, droog, procedureel, met ingebedde citaten alsof ze uit nota’s, besluiten en evaluatieverslagen komen. Het leest als administratie. Een intern gelekt memo. Koud, stil, administratief. Geen satire aan de oppervlakte — alleen procedures die langzaam wurgen.


INTERNE NOTA — NIET BESTEMD VOOR EXTERNE VERSPREIDING

Classificatie: Werkdocument
Status: Voor kennisname
Onderwerp: Situering maatschappelijke toestand en afbakening van individuele initiatieven

1. Aanleiding

In het kader van terugkerende signalen omtrent maatschappelijke onrust wordt vastgesteld dat diverse actoren spreken over een algemene toestand van ontwrichting, in de volksmond samengevat als “de wereld is om zeep”. Deze formulering wordt genoteerd zonder verdere semantische duiding.

“De problematiek is complex en overstijgt het huidige beleidsniveau.”

2. Vaststellingen

  • De samenleving vertoont tekenen van structurele vermoeidheid.
  • Het vertrouwen in instellingen blijft formeel aanwezig, maar is inhoudelijk uitgehold.
  • Zorg en verantwoordelijkheid worden steeds vaker gedelegeerd aan het individu.

“Er is geen indicatie dat het systeem niet werkt.”

3. Afbakening van verantwoordelijkheid

Initiatieven die zich beperken tot kleinschalige, zorggerichte handelingen (bv. het aanbieden van zeep) worden beschouwd als niet-structureel en vallen derhalve buiten beleidsmatige opvolging.

“Symbolische acties genereren geen meetbare impact.”

4. Risicoanalyse

Het publiek zou dergelijke initiatieven kunnen interpreteren als morele kritiek op bestaande structuren. Dit risico wordt aanvaard, aangezien het geen directe gevolgen heeft voor de beleidscontinuïteit.

“Eventuele misverstanden vallen onder perceptie.”

5. Communicatierichtlijn

Indien bevraagd, wordt benadrukt dat:

  • de toestand wordt opgevolgd;
  • passende instrumenten worden onderzocht;
  • concrete maatregelen momenteel niet opportuun zijn.

“Er wordt aan gewerkt.”

6. Evaluatie

Het aanbieden van zeep leidt tot lokale verbeteringen op individueel niveau. De algemene toestand blijft ongewijzigd.

“Het resultaat is conform de verwachtingen.”

7. Besluit

Geen verdere actie vereist.
Herbeoordeling wordt voorzien op een later, nog te bepalen tijdstip.

“Dit dossier kan voorlopig worden afgesloten.”


Handen proper. Het mondje alsook.
Structuren onaangeroerd.


Ik sluit af met reclame voor het huis.

De klok tikt, de lamp dooft al— niet door macht, maar omdat ik hem uitdoe. In het losse papiertje dat ik in mijn jaszak steek, staat een zin die ik op dat moment aan mezelf beloof: 

Zolang er handen en monden zijn om te wassen, is er zeep te verkopen.