Ze noemen het herdenken.
Ik noem het markeren van zendtijd.

Op Armistice Day — de dag die ooit trilde van stilte —
loopt het volk nu in keurige rijen voor de lens.
Er is applaus voor de vrede,
maar niemand luistert nog naar de doden.

De media verkopen herinnering als spektakel:
LIVE vanuit Ieper,
met interviews, banners,
en een dronebeeld boven de Menenpoort.
De oorlog als achtergronddecor,
het verdriet als decoratief geluid.

Ze dragen bloemen, maar ruiken naar commercie.
Ze spreken over vrede, maar verkopen oorlogsgevoel.
Ze marcheren voor de camera — niet voor het geweten.

Wat ooit een schreeuw was — rauw, bloedig, onmenselijk —
wordt nu verpakt als een nationaal product.
De herdenking is een show geworden,
geregisseerd door dezelfde machten
die oorlogen normaliseren:
politici, sponsors, mediabedrijven.

De mens buigt.
Klapt.
Kijkt.
Zapt.

Er is geen stilte meer —
enkel geluid dat doet alsof het respect is.
De mist boven Ieper
is niet langer van verdriet,
maar van marketing.

Wie herdenkt de waarheid nog?
Niet de soldaten,
niet de slachtoffers,
niet de grond die nog steeds bloed draagt.

Het zijn enkel de levenden
die hun vergetelheid verkopen
aan de hoogste bieder.

Herdenking zonder zelfreflectie
is politiek toneel.
Echte vrede begint niet bij applaus,
maar bij de moed om te weigeren mee te doen.

Ik pleit voor stilte zonder vlag,
voor verdriet zonder logo,
voor een herdenking die de mens weer mens maakt —
en niet consument.